Onuitstaanbare duwtjes

Doe even mee... Stel je voor dat je bij het invullen van je belastingformulier voortaan meteen aan het begin zou moeten tekenen voor de juistheid van de gegevens, in plaats van helemaal aan het einde. Zou dat verschil maken? Het antwoord komt zometeen. Eerst nog even een andere vraag. Hoeveel procent van de Nederlanders zou eigenlijk orgaandonor moeten zijn? Meer dan 50 procent? Of is minder ook goed? En hoeveel procent is echt donor?

Goed. Wat betreft dat belastingformulier: onderzoekers op het gebied van gedragseconomie stelden vast dat het aantal mensen dat fraudeert bij het invullen van formulieren ongeveer halveert wanneer er aan het begin moet worden getekend in plaats van aan het einde.

Dan het percentage orgaandonoren. In Nederland is circa 25 procent van de bevolking geregistreerd als donor. In onder anderen Polen, Oostenrijk, Portugal en Frankrijk ligt dat boven de 99 procent. De reden is eenvoudig. In deze landen is iedereen standaard donor totdat men zich actief afmeldt. In Nederland werkt het precies andersom.

Het donorvoorbeeld komt uit het rapport dat deze week werd gepubliceerd door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO): ‘De verleiding weerstaan. Grenzen aan beïnvloeding van gedrag door de overheid.’ Daarin wordt de vraag gesteld in hoeverre de overheid gebruik mag maken van nudging.

Een nudge is het woord dat psychologen en gedragseconomen gebruiken voor een duwtje in de goede richting. De term is afkomstig van Richard Thaler en Cass Sunstein die in 2009 een boek met deze titel publiceerden. Dat boek had een stevige impact. Zo besloten de Amerikaanse en de Britse overheid meer gebruik te maken van dit soort technieken om het gedrag van burgers te beïnvloeden. En tegelijkertijd was er veel kritiek op de ‘manipulatieve technieken’ die Thaler en Sunstein zouden propageren. Veel mensen voelen weerzin en irritatie bij het idee dat anderen, vooral overheden, hen beïnvloeden. Vooral als dat niet via traditionele juridische, economische en communicatieve instrumenten gebeurt, maar via prikkels die inwerken op onbewuste processen in ons brein.

Het verweer van Thaler en Sunstein is eenvoudig. Iedereen wordt voortdurend beïnvloed door de manier waarop keuzes worden aangeboden. We pakken in de supermarkt eerder producten die op ooghoogte liggen en we kiezen bij het invullen van formulieren, op papier en online, in groten getale de optie die het meest standaard lijkt. Het is vaak onmogelijk om mensen niet te beïnvloeden. En dus moet je erover nadenken hoe je als keuzearchitect mensen helpt bij het kiezen voor gedrag dat het beste voor hen is of voor de maatschappij als geheel. Paternalistisch natuurlijk, geven Thaler en Sunstein toe. Maar hé, het gaat om duwtjes. Niet om dreiging of dwang.

In zijn rapport adviseert de RMO, heel kort samengevat, dat de Nederlandse overheid voorzichtig moet zijn met nudging. Vooral waar het gaat om beleidsterreinen die meer omstreden zijn. Dus misschien wel het belastingformulier aanpassen, maar niet de donorregistratie. Bovendien is het belangrijk dat burgers weten hoe nudging werkt en waar en wanneer de overheid er gebruikt van maakt.

Politiek correct. En dat hoort ook zo als je de RMO bent. Maar het rapport en de weerstand tegen nudging laten ook zien dat we maar moeilijk afscheid kunnen nemen van het idee dat de mens vooral een verstandig, bewust handelend wezen is. De gedachte dat we primair automatisch en irrationeel kiezen en handelen, is voor veel mensen onbewust onuitstaanbaar.

    • Ben Tiggelaar