Nietsdoen is hard werken

Arjen Fortuin probeert te doen wat de onthaastingsbijbels prediken. Het wordt een zware ochtend.

Illustratie Anne-Marije Vendeville

Maandag 8.30 uur. De kinderen zijn op school, de ontbijtboel is opgeruimd, de wasmachine draait, het tweede kopje espresso staat naast de bank en ik heb de stekker uit de wifi getrokken. Dit is het eerste uur van de rest van mijn leven. Ik ga nietsdoen. Ontspannen. Bijtanken – oh nee, niet bijtanken, want dat suggereert een hoger doel. Terwijl ik juist ga niksen om het niksen. De moderne mens zit in een eindeloze tredmolen van werken en presteren, die zich vooral uit in het onophoudelijk naar apparaten kijken om te ontdekken of er nog mailtjes, whatsappjes, facebookposts en sms’jes zijn van andere mensen die misschien ook wel beter niets zouden kunnen doen.

Een constante staat van hyperactiviteit, waarin standby de hoogste vorm van ontspanning is. Het moet allemaal ook wel, al is het maar om straks mooi van je pensioen te kunnen genieten. Maar wat blijkt? Ook na je 65ste (of 67ste of 69ste) struikel je van de ene verplichting naar de andere: geen hedendaagse bejaarde heeft met al zijn clubjes, kleinkinderen, en cursussen nog tijd om achter de geraniums te zitten.

Dus stop ik vandaag met het gejakker en gedraaf. Ik. Doe. Niks. (Uit te speken op de stellige toon van een zevenjarige die je gevraagd hebt om de tafel af te ruimen).

En het moet nu, want het is lente: het jaargetijde om na een lange werkwinter naar buiten te gaan, te dartelen en te ontspannen. Om ook zélf weer op te klaren. En de hele winter hebben we ons kunnen documenteren met de altijd maar weer groeiende ontspanningsboekenindustrie.

8.31 uur. Ik strek mijn benen en sla Oblomov open, Gontsjarovs roman over de grootste nietsnut uit de wereldliteratuur. De man die de eerste tweehonderd bladzijden van de roman zijn kamer niet uitkwam. Ik lees: ‘Oblomovs liggende houding kwam niet uit noodzaak voort, zoals bij een zieke of bij iemand die slapen wil, het was geen toeval, omdat hij vermoeid was, noch genotzucht als van een luiaard, het was zijn normale houding. Wanneer hij thuis was – en hij was bijna altijd thuis – dan lag hij onveranderlijk in bed en altijd in dezelfde kamer, waar wij hem aangetroffen hebben en die niet alleen als slaapvertrek dienstdeed, maar ook als salon en werkkamer.’

Het werkt: mijn innerlijke werkkamer wordt een salon, ik voel het simpele leven op mij neerdalen: ik doe niets. Nu heb ik weliswaar geen bediende in huis en enkele dorpen in bezit, zoals mijn Russische voorbeeld – maar ook zonder fortuin op de bank moet je je eigen ventiel kunnen losdraaien.

8.34 uur. BAM! BONK! KRAK! BAF! Hoe komt het toch dat kinderen naar mate ze meer strips lezen, steeds meer stripboekgeluiden gaan maken? In dit geval is A. zijn schooltas vergeten, en de deur zit op de knip. „Moet jij niet werken?”, vraagt hij met een verbaasde blik op de bank. Niet dat hij het antwoord afwacht. Het huis dreunt van de dichtslaande deur. Oblomov had geen kinderen. Ik loop terug naar de bank en lees hoe Oblomov nog altijd niet is opgestaan: „Hij wierp een blik op zijn pantoffels, stak er al een voet naar uit, maar trok die onmiddellijk weer terug.”

8.39 uur. Terwijl Oblomov nog pagina’s lang niet uit zijn bed komt, dwalen mijn gedachten af naar een ander boek. Gelukkig niet naar de roman waar ik deze week eigenlijk over moet schrijven voor de krant (De spiegelingen van Erwin Mortier), maar naar het boek dat vorige week mijn leven heeft veranderd – nu ja, het boek waarvan ik wil dat het mijn leven verandert: Het nieuwe nietsdoen. Ontdek het geheim van een heerlijk simpel leven, door een zekere Gerhard Hormann. Deze Hormann legt in een paar stappen uit hoe het kan: ‘meer genieten, minder werken’. Hij schreef een boek waarin het altijd mooi weer is en waarin prachtige vergezichten staan van een leven in een hangmat met een cocktail. En hij legt uit hoe het kan: voldoende bewegen, zo min mogelijk nieuwe dingen kopen, spaarzaam zijn. Hij houdt ons een spiegel voor: „Eindelijk heb je dat felbegeerde kookeiland (waarvoor je misschien wel je hypotheek hebt moeten verhogen), maar eigenlijk wil je een hypotheekvrij lemen hutje op een echt eiland.” (Ik neem een tussenpositie in: Ik wil een lemen hutje, maar met gasfornuis. Ik ga daar niet uit blik zitten eten.)

Hormann heeft een dingetje met hypotheken, hij schreef eerder al Hypotheekvrij! Verder is zijn boek inwisselbaar met andere onthaastingsbijbels, die je altijd vertellen dat je wat meer moet denken aan jezelf en de dingen die je zelf leuk vindt – kennelijk willen mensen dat graag horen.

Een paar jaar geleden was ik gegrepen door Stil de tijd van Joke Hermsen, waarin wordt uitgelegd dat we ons veel te veel laten sturen door de ‘kloktijd’ en ons meer moeten richten op ‘ tijd als duur’, ons innerlijke tempo. Waar natuurlijk ook veel ledigheid bij hoort, die de creativiteit stimuleert. Dus ging ik op strooptocht door mijn huis om alle klokken te verwijderen, maar inmiddels zijn ze er weer. De kloktijd liet zich toch niet zo makkelijk buitensluiten als je geen vakantie hebt.

Maar bij Hormann kun je je vakantie verdienen: elke zoveel bladzijden van Het nieuwe nietsdoen verwijst hij naar de mogelijkheid om je hypotheek af te lossen en rekent hij voor hoe weinig huishoudgeld een hypotheekloze nodig heeft. Dat maakt zijn boek minder geschikt voor de beklagenswaardige figuren in een huurhuis, maar goed. En dat geld waarmee je de hypotheek aflost, zal ook wel niet helemaal met nietsdoen verdiend kunnen worden.

9.26 uur. Ik schrik wakker. Vijf helikopters klateren boven het huis, maar het is niet Obama van wie ik schrik. Ik moet over vier minuten bij de hypotheekadviseur zijn, aan de andere kant van de stad. Zodat ik mijn aflossingsvrije hypotheek kan inruilen voor een aflossingshypotheek en kan beginnen met institutioneel nietsdoen.

9.39 uur. De hypotheekadviseur glimlacht. „U heeft bijna tien jaar niets van ons gehoord. Hoe voelt dat?” Op die vraag heb ik niet zo snel een antwoord. De adviseur spiegelt mij gouden bergen voor – heel andere gouden bergen dan tien jaar geleden, maar even schitterend. En vertelt mij hoe het land van melk en afgeloste honing te bereiken is: nieuwe hypotheek, nieuwe taxatie van het huis, een betere levensverzekering. Ik krijg een lijst van alle papieren die nodig zijn: werkgeversverklaring , salarisstrook, bijverdiensten, de omzetcijfers van M., WOZ- en belastingaanslag, enzovoort. Is dat hoe het gaat? Moet ik om te kunnen nietsdoen mijn hele administratie overhoop halen? Waar is mijn administratie eigenlijk? Nietsdoen begint steeds meer als werk te voelen.

11.01 uur.Eerst maar de was ophangen, die papieren lopen niet weg.

11.13 uur. School belt. S. voelt zich niet lekker, of ik hem kom ophalen? Ik stamel dat het niet zo goed uitkomt. „Ah”, zegt de juf, „het is natuurlijk weer druk-druk-druk.” Ik zeg dat ik hem kom halen.

11.44 uur. S. ligt als een blok te slapen op de bank. Hij wel. Ik pas er niet bij en ga aan tafel zitten. Daar ligt Luie ouders hebben gelijk, een van de andere boeken die de mens, in dit geval de ouder, een kalmer bestaan moeten opleveren. Mijn oog vliegt langs deeltijdwerk, dorpsleven, en kinderen die zelf hun brood smeren (en nooit ziek zijn). De niksende ouder moet met zijn kind ukelele spelen. Ukelele? Ik reik naar mijn pen om een aantekening te maken voor het stuk dat ik aan de bijlage Lux heb beloofd, maar ik roep mezelf tot de orde: er wordt hier niet gewerkt. Dan liever de afwasmachine.

11.47 uur. Telefoon. De redactie van Lux: ‘We hebben nog even gekeken, maar deze week is dat stuk van je, over nietsdoen, nog niet nodig. Je was er toch nog niet aan begonnen?’

12.02 uur. Geboekt. Als de weg naar het nieuwe nietsdoen leidt door een administratief oerwoud, je thuis onophoudelijk wordt afgeleid en alleen al het lezen van de onthaastingsbijbels een nieuwe dagtaak wordt, werkt alleen de vlucht naar voren. Als u dit leest zit ik in de trein naar Parijs, dáár is het voorjaar. Eerste klas. En nee, met de hypotheek komt het nooit meer goed.