opinie

    • Caroline de Gruyter

Lagarde, kansrijke non-kandidaat

Jean-Claude Juncker is gestopt met drinken. Martin Schulz is gestopt met schelden. Je moet er wat voor doen als je een Europese topbaan wilt. Juncker, de afgelopen achttien jaar premier van Luxemburg, is kandidaat namens de Europese christen-democratische familie – waarvan het CDA deel uitmaakt – om dit jaar voorzitter te worden van de Europese Commissie. Schulz, een voormalig Duits boekhandelaar en nu voorzitter van het Europees parlement, is de socialistische kandidaat. Beiden willen niets liever dan José Manuel Barroso opvolgen. Of het ze lukt, is de vraag.

Als de Europese verkiezingen nu waren en niet eind mei, zouden de socialisten volgens een recente peiling één zetel meer krijgen dan de christen-democraten. Morgen kan dat andersom zijn. Maar als het zo blijft, zouden de socialisten Schulz naar voren schuiven. Om een meerderheid in het parlement te krijgen, moeten andere partijen hem steunen –- liefst serieuze partijen, geen extremistische clubs.

Sinds het Verdrag van Lissabon (2007) moet een gekwalificeerde meerderheid van regeringsleiders met de nieuwe voorzitter akkoord gaan. Sommigen vinden Schulz „de interessantste politicus in Brussel”. Maar de meeste regeringsleiders zijn geen socialist en zijn niet bijster van hem gecharmeerd. Op toppen komt hij ze bij de borrel de les lezen. Velen zijn blij als hij na een uur opgehoepeld is.

Maar winnen de christen-democraten op 25 mei en weet Juncker een meerderheid in het parlement te krijgen – krijgt hij dan de zegen van genoeg regeringsleiders? Dat is niet zeker. David Cameron vindt Juncker te Europees, en wil zijn benoeming blokkeren. Merkel steunt hem nu, maar is ambivalent. Tijdens de eurocrisis had zij fundamentele meningsverschillen met Juncker, die toen voorzitter was van de eurogroep, alle landen met de euro als munt.

Het is slecht voor Europa als het machtigste land van Europa, geen vertrouwen heeft in de Commissievoorzitter. Merkel heeft geen goede verstandhouding met Barroso en passeert hem vaak. Dat beschadigt de Commissie. En als grote landen onderling zaken doen, verliezen de kleintjes. Daarom is premier Rutte, geen gepassioneerd Europeaan, voorstander van een solide Commissie.

Als Juncker noch Schulz het wordt, wordt het ingewikkeld. Europees president Van Rompuy weet dat. Meteen na de verkiezingen, op 27 mei, heeft hij een diner met regeringsleiders gepland. Hierover. Er moet een compromisfiguur komen, die socialisten én christen-democraten kan plezieren. Veel namen passeren de revue. Maar de een is te dít, de ander te dát. Velen zetten nu stilletjes hun kaarten op IMF-baas Christine Lagarde, Frans oud-minister van Financiën.

Zij kan conservatieven behagen, omdat ze minister was onder Sarkozy. Maar ze is geen prominent partijlid. Sterker, ze zegt nu vanuit Washington vrij socialistische dingen over de eurocrisis. Dat kan haar acceptabel maken voor socialisten. Lagardes vriend woont in Marseille. Zij wil naar verluidt terug naar Europa. Ze is intelligent, pragmatisch én vrouw – ook een asset. Ze is geen kandidaat voor deze baan en loopt niet te toeteren. Dat kan helpen: kandidaten branden vaak voortijdig af. Lagarde en Merkel tutoyeren elkaar en sturen elkaar kerstcadeaus. Ook met minister Schäuble is ze close.

Maar ze heeft één zwakke plek: de belangstelling van de Franse justitie. Als minister gunde ze zakenman Bernard Tapie – een ex-socialist die de conservatief Nicolas Sarkozy steunde als presidentskandidaat – honderden miljoenen euro’s schadevergoeding. Dat was mogelijk voorbarig, omdat ze haar besluit ook aan de rechter had kunnen of moeten voorleggen. Lagarde is geen verdachte, maar ‘getuige’ in een zaak over vriendjespolitiek onder Sarkozy die nog lang niet afgelopen is.

Houd dus Lagarde in de gaten. En alle anderen voor de zekerheid ook maar.

    • Caroline de Gruyter