Journalistiek onderzoek naar PVV is nog geen activisme

Spitsroeden lopen was het wel een beetje, toen ik in 2007 voor het verzamelde Genootschap van Hoofdredacteuren het besluit moest verdedigen om een ‘opiniestuk’ van Geert Wilders niet in de krant te plaatsen.

De opinieredactie vond het stuk ondermaats en wilde het niet, hooguit veel korter als brief. Wilders ging naar de buren.

Dat stuitte op veel collegiale kritiek en hoon. Want er had nieuws in gestaan. Wilders riep op de Koran te verbieden! En het is simpel, legde een ervaren tv-journalist me naderhand uit: nieuws is nieuws en nieuws moet de krant in, want de krant is er voor nieuws.

Ja, goh. De buren drukten het opiniestuk de volgende dag natuurlijk prompt af (onverkort, maar aangeduid als ‘ingezonden brief’, je weet nooit).

Troost achteraf: wat voor ‘nieuws’ was dit eigenlijk? Ooit nog iets serieus over die oproep gehoord? Is er eigenlijk een kans dat die realiteit zal worden? Nee dus. En kort daarop was er gelukkig alweer Fitna. Nieuwe commotie.

Ik moest aan die episode denken bij de jongste vurige stellingnames tegen Wilders in enkele media – en dan niet het ‘radicaal-linkse’ NRC Handelsblad, maar de commerciële zenders waar ook zijn achterban zich informeert.

RTL’s adjunct-hoofdredacteur en columnist Pieter Klein las „beste Geert” stevig de les wegens zijn uitspraak dat hij „minder Marokkanen” zou regelen. Geert, ga je schamen, was de boodschap. En vanaf de kansel, want namens de hoofdredactie van RTL die „voor het eerst in 25 jaar” stelling betrok. Al zei Klein er meteen bij dat Wilders „altijd welkom” zou zijn en blijven in de RTL-studio, want feiten en meningen zijn natuurlijk gescheiden.

Na Klein, die een storm van bijval kreeg in de sociale media, stapte hoofdredacteur Sjors Fröhlich van BNR Nieuwsradio op de sinaasappelkist. Hij had het hoofdredactioneel commentaar afgeschaft, schreef hij, maar kon het nu „niet over zijn hart verkrijgen geen mening te hebben”. En vroeg een gebaar, van de Tweede Kamer: zou mooi zijn als ze daar allemaal zouden weglopen als Wilders het woord nam, vond hij.

Een scepticus zal zeggen: ja, nu de PVV scheuren vertoont, is afstand nemen van Wilders, wiens primeurs jarenlang goud waard waren, schadevrij mogelijk. Maar dat is te cynisch. De woede in de media klinkt oprecht, en markeert dat er iets is veranderd in Nederland, vergeleken met de jaren van Wilders’ opkomst. Zie de twisten over Zwarte Piet en de terugkeer van het begrip racisme. We leven niet meer in 2006, toen de PVV begon.

Van de weeromstuit vroegen enkele lezers waarom Wilders nu weer zoveel aandacht krijgt in de krant. Een van hen vraagt zich af of NRC Handelsblad ‘tegen’ Wilders is, of tegen de PVV?

Op die laatste vraag is het antwoord, wat de commentaren van de krant betreft, niet moeilijk: ja. Althans, daarin worden geregeld de „retorische”, „xenofobe” of „abjecte” standpunten of uitspraken van de PVV of Wilders bekritiseerd, evenals het „ondemocratische” karakter van zijn partij. Kern van de zaak in die commentaren: die standpunten druisen in tegen de rechtsgelijkheid van burgers en vrijheid van godsdienst die bij een liberale samenleving horen.

Sommige van die commentaren zaten elkaar zelfs nogal op de hielen zoals, in 2010, eerst Ongeloofwaardige PVV en, een week later, Ondemocratische PVV. Tja, het punt is duidelijk.

Anderzijds, de krant betwijfelde in een commentaar ook het nut van het etiket „extreem-rechts” voor de partij, keerde zich vierkant tegen de vervolging van Wilders („onnodig” en „ongelukkig”) en sprong bijna een gat in de lucht bij zijn vrijspraak (Gelukkig: algehele vrijspraak, 23 juni 2011). PVV-Kamerlid Martin Bosma kreeg een column in de krant, als onderdeel van een politiek panel, en benutte zijn debuut om de NRC-lezer, met zijn „onbespoten Toyota Prius” en „ecohuisje in Toscane”, te epateren.

Overigens: Wilders zelf haalde met opiniestukken vanaf 1997 de krant wel degelijk – zestien keer zelfs, negen keer voor dat geweigerde stuk en zeven keer erna.

Na zijn jongste opmerkingen sprak de krant van associaties met „deportaties” en „xenofobe opmerkingen”. En in dat laatste commentaar wordt het dilemma geschetst waar de lezer naar vraagt: met alle commotie over die uitspraken is Wilders „weer op zijn wenken bediend”, noteert de commentator, maar „doodzwijgen kent ook zijn grenzen”.

Die vraag kwam ook geregeld op in de berichtgeving. Zoals in 2009: moeten we met Wilders meevliegen naar Londen, waar hij een toespraak wilde houden, terwijl we weten dat het een stunt is omdat hij toch het land niet in mag? Uiteraard gingen we mee, zat het vliegtuig stampvol journalisten en waren we blij dat de man van NRC vlakbij de man uit Venlo zat. Het tekende, net als die Koran-‘brief’, de behendigheid waarmee Wilders de media wist te mobiliseren.

Het punt is; de PVV was en is geen gewone politieke partij. Het is het vehikel van een man met een missie. Zijn beweging was een nieuw fenomeen in de politiek, met een extreem gesloten organisatie, die het voor journalisten vrijwel onmogelijk maakte er verslag van te doen.

Die unieke positie verklaart niet alleen de publieke en journalistieke fascinatie, maar rechtvaardigt ook de recente, vasthoudende berichtgeving in deze krant over de interne perikelen van de PVV. Die heeft een reeks primeurs opgeleverd, die inzicht bieden in de feitelijke gang van zaken binnen die partij.

Dat is geen anti-PVV-activisme, zoals sommige lezers menen (en activisten op Twitter het graag noemen), maar journalistiek onderzoek dat node gedaan moest worden – en dat, ook in het licht van de jongste desertieverschijnselen in de partij, volledig juist is gebleken.

Nee, dat is natuurlijk niet alleen gerechtvaardigd bij deze, unieke partij.

Integendeel, hoe heet ook alweer die orthodoxe mammoetpartij die onlangs volgens deze krant een „historische” nederlaag heeft geleden? Hoe zou het daarmee gaan? Verdient ook onderzoek. Er klinkt misschien wat minder rumoer dan bij de PVV, en er springen geen dissidenten uit ramen of deuren – maar wie weet.

Reacties:ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong