In Laren is de tijd van de hockeybankiers voorbij

Een faillissement dreigt voor de Larense hockeyclub en het dorp is verdeeld. De ene helft wil een club op topniveau, de andere een familieclub met kannen koffie en zakjes snoep.

Natuurlijk. Ook in Laren hebben ze Barack Obama zien staan voor de Nachtwacht. En ja, ook in Laren maken ze zich zorgen over de situatie op de Krim en de groeiende spanning met Rusland. En wat er in Syrië gebeurt? Vreselijk.

En toch gaat het sinds begin deze maand maar over één ding in het Gooi: de lokale hockeyclub. De Larensche Mixed Hockey Club (LMHC) verkeert in financiële problemen. De club heeft een knellende bankschuld en bovendien dreigt een aantal velden afgekeurd te worden. De problemen zijn symptomatisch voor het Nederlandse tophockey, maar in Laren zijn de problemen acuut. Een faillissement dreigt.

Tophockey – de dames en de heren spelen nu nog in de hoogste klasse – is niet meer de eerste prioriteit. Laren moet weer een echte familieclub worden, vindt het bestuur. De tijd dat bankiers de dienst uitmaakten op het complex aan de Eemnesserweg is voorbij. Net als de tijd dat een rijke suikeroom voor tienduizenden euro’s zijn eigen topper uit Argentinië of Australië over het veld kon laten draven. „Het afgelopen decennium lag de focus te veel op tophockey”, zegt voormalig bestuurder Jan Bölger. „Ook is er een veel te duur clubhuis neergezet en was de contributie te laag om de kosten voor de velden te dekken.”

De toekomst is aan de jeugd, beaamt voorzitter Micky Adriaansens die zelf ooit in de dames 1 van Laren speelde en het model van voetbalclub Ajax omarmt: „We moeten jeugd opleiden en ze binden met goede faciliteiten en carrièreperspectief.”

Maar voordat het zover is, moet wel het gat in de kas gevuld worden. Financier en hoofdsponsor ABN Amro wil meewerken aan schuldsanering. Naar verluidt gaat het om tonnen, bedragen die Adriaansens niet wil bevestigen. Maar dat is pas het begin. ABN Amro werkt alleen mee als de leden meebetalen, zo vertelde Adriaansens tijdens een bijzondere ledenvergadering op 3 maart. Het gaat om zo’n 300.000 euro. Dat komt neer op een extra contributie van 200 euro voor álle leden, groot en klein, dit voorjaar te innen in twee termijnen.

Beroering

Het voorstel veroorzaakte beroering op de drukbezochte vergadering. Met een kleine meerderheid van 492 stemmen voor en 477 stemmen tegen werd het voorstel voor de eenmalige contributieverhoging aangenomen. Het bestuur deed één toezegging: de helft van die 200 euro mag worden gezien als een lening.

Sindsdien is de belangrijkste bijzaak in het leven in ’t Gooi – hockey – hét onderwerp van gesprek, zegt vastgoedontwikkelaar Eduard Schaepman uit Blaricum. „Het gaat hier maar over één ding: of je nou op vrijdagavond in café ’t Bonte Paard in Laren komt of in Moeke Spijkstra, een café in Blaricum waar ook veel leden van de Larensche wonen.” Laren is verdeeld. De ene helft wil niet te lang terugkijken en zo snel mogelijk de club redden. De andere helft wil eerst weten hoe het kan dat Laren zo in de financiële problemen terechtkwam. De ene helft wil topsport en een hockeyclub op het hoogste niveau. De andere een familieclub waar niet alles draait om de teams van heren 1 en dames 1. De ene helft wil een professioneel clubhuis waar je cappuccino kunt drinken en omarmt daarom rijke sponsors als Reinout Oerlemans en Linda de Mol. De andere helft wil lekker hockeyen op twee veldjes met een houten keet waar ouders in de weer zijn met kannen koffie, limonade en zakjes snoep.

Vriendjes

Die strijd wordt niet alleen uitgevochten in het clubhuis maar ook op het schoolplein en in de supermarkt, zeggen bewoners. „Leden met een uitgesproken mening worden daarop aangesproken. En hun kinderen ook”, zegt een betrokken lid dat niet met zijn naam in de krant wil. „Het is triest”, zegt Manon Jongeling. Ze heeft drie kinderen op hockey bij Laren en woont in Blaricum, waar ze voorzitter is van de grootste gemeenteraadsfractie. „Er is een groep mensen die zich machteloos voelt, buitengesloten. Tijdens de ledenvergadering zouden de speelsters van dames 1 zijn binnengeroepen om de contributieverhoging erdoor te krijgen. Zoiets versterkt het gevoel dat sommige leden al tien, vijftien jaar hebben: wij worden niet gehoord.”

Maar er speelt meer, volgens Jongeling. „Mensen durven niet eerlijk te zeggen dat ze zo’n verhoging niet zomaar kunnen betalen. Mijn Facebookpagina ontplofte toen ik er iets over meldde. ‘Ga jij je kinderen vertellen dat ze voor 100 euro niet meer met hun vriendjes mogen hockeyen?’ vroeg iemand. Zo leeft het hier.”

Zelfs dit verhaal verdeelt Laren. Een groep mensen heeft zich bij de krant gemeld met – deels oncontroleerbare – geruchten en verhalen. Een andere groep vindt het niet nodig dat NRC Handelsblad aandacht besteedt aan de perikelen rond de club. Een van hen is Wilco Jiskoot, clubicoon en erelid. „Waar gaat dit over”, vraagt de voormalig ABN Amro-bestuurder geïrriteerd als we hem vragen naar zijn rol als bestuurder, toezichthouder en stille suikeroom. Jiskoot wil net als vrijwel alle oud-bestuurders geen uitleg geven.

Alleen oud-bestuurder Willem van der Marel doet dat, na lang aandringen, wel. Hij verwacht een positief verhaal. „Wij hebben niks aan een negatief stuk.”

Poenerig imago

Over één ding is iedereen het wel eens: de bron van de problemen. Die stammen uit het begin van deze eeuw, toen de focus volledig kwam te liggen op tophockey. Dat gebeurde allemaal onder de bezielende leiding van Charles ‘Kik’ Thole, clubicoon en samen met Wilco Jiskoot speler van het herenteam dat in 1969 de laatste landstitel won met Laren.

De groei van de club werd gefinancierd door sponsors en individuele geldschieters: bankiers, vastgoedboeren en andere weldoeners die graag gezien wilden worden op de velden van de Larensche. Zij liepen over van goede bedoelingen en sportieve ambitie, valt te horen in Laren. En ze hadden een grenzeloos geloof in eigen kunnen en dito financiële mogelijkheden. Maar het leidde ook tot een intransparante structuur van stichtingen en vennootschappen die losjes gelinkt waren aan de vereniging en waarover niet altijd verantwoording werd afgelegd.

De hockeybankiers en de andere particuliere sponsors versterkten het poenerige imago dat de club uit het villadorp heeft. Om Laren mee te laten strijden op het hoogste niveau gaven ze in de loop van de jaren tonnen uit. Laren was in 2003, na achttien donkere jaren in de overgangsklasse, eindelijk teruggekeerd in de hoofdklasse. In 2005 liepen aan de Eemnesserweg niet minder dan acht buitenlandse spelers (een record) rond bij heren 1. „Wij konden niet anders”, betoogde toenmalig voorzitter Kik Thole destijds in deze krant. „Nederlandse jongens bleken niet bereid om naar Laren te komen.”

In de hoofdklasse werd al snel de spot gedreven met Larentinië. Ondanks alle investeringen duikelde de club een jaar later weer uit de hoofdklasse. In 2008 huurde Laren topcoach Roelant Oltmans in. Hij was verantwoordelijk voor het tophockey en de jeugdopleiding. Maar ook de voormalige bondscoach bleek geen garantie voor succes. De kosten bleven echter. Zijn salaris, naar verluidt ruim 100.000 euro, werd gegarandeerd door een sponsor. Toen die failliet ging stond de club voor een keuze. Betalen we door of zeggen we zijn contract op. Oltmans bleef, won geen prijs maar kostte de club wel veel geld.

De gewone leden van Laren kregen in die periode het idee dat hun hockeyclub werd gebruikt als prettig decor voor zakelijke besprekingen. Dat leverde Laren een tijdlang veel geld op, maar tegelijkertijd werd de club afgepakt van de gewone leden. Dat ging goed, tot de crisis uitbrak. Want ja, de crisis: daar hebben ze zelfs in het welgestelde Laren last van.

„Kom op jongens, die hebben jullie”, roept een vrouw aan de rand van het veld met een gewatteerde beige jas met een nepbontkraag. De jongens van Laren D2 krijgen een strafcorner tegen. Vier spelertjes van Laren – lichtblauw shirt met de sponsornaam ABN Amro gaan naast hun keeper staan. De stick houden ze met twee handenvoor de borst. Als Huizen – rood shirt, dezelfde sponsornaam – de corner slaat, lopen de vier uit. „Goede reactie, keepertje”, schreeuwt de vrouw weer als hij de corner met zijn been wegschopt.

De stem van Elsemieke Havenga komt op deze zonnige zaterdagochtend boven iedereen uit . Drie vrouwen om haar heen grappen dat ouders zich niet te nadrukkelijk mogen bemoeien met het spel. „Maar mijn kinderen staan niet op het veld”, zegt Havenga lachend tegen de moeders.

Ze heeft recht van spreken: in 1984 haalde ze met de Nederlandse hockeyploeg olympisch goud in Los Angeles. Bovendien is ze sinds anderhalf jaar als vicevoorzitter van Laren medeverantwoordelijk voor het technisch beleid en de jeugd.

Als het gevaar voor het doel geweken is, komt het gesprek op de financiële problemen. Vervelend, maar ook weer niet het einde van de wereld, zegt Havenga. „En het is echt eenmalig. Als je een sponsorloopje organiseert halen ze dat geld zo op bij grootouders, ooms en tantes. Er zijn nog genoeg potjes.”

Hockeyen op niveau is duur: een lid betaalt per jaar een basistarief van 443 euro plus een veldtoeslag van 20 euro. En kinderen die in selectieteams spelen moeten een extra bijdrage betalen van 133 euro. Los van het inschrijfgeld (180 euro) telt dat op tot bijna 600 euro, en daar komt nu dus nog eenmalig 200 euro bij.

Hockeyen bij Laren is niet goedkoop, erkent Havenga op weg naar het clubhuis – de D2 heeft met 3-2 verloren. Maar Laren is zeker niet de enige club met financiële problemen. Bijna alle hoofdklasseclubs hadden de afgelopen jarenmet geldgebrek te kampen. Het probleem, zegt directeur Johan Wakkie van de hockeybond (KNHB), is dat hockey „geen verdienmodel” heeft. Contributie en sponsorgeld, daarmee houdt het zo’n beetje op.

Indianenverhalen

Voorzitter Micky Adriaansens ontvangt in de ABN Amro Lounge van het stijlvolle clubhuis dat naar verluidt 2,5 miljoen euro kostte. Dat stond er nog niet toen ze begin jaren zeventig bij Laren ging hockeyen. Ze vat samen wat ze aantrof toen ze in 2012 voorzitter werd: de leden voelden zich niet meer betrokken bij de club en financieel moest orde op zaken worden gesteld.

„Sinds 2000 gingen er door de professionalisering van het tophockey steeds grotere bedragen rond”, zegt Adriaansens. „Daardoor groeide het tophockey en de breedtesport uit elkaar. Er zijn twee entiteiten ontstaan: een vereniging die wordt gefinancierd met contributie en een topsportstichting die draaide op sponsorgelden.”

De gevolgen waren volgens haar dramatisch. „We zijn in 2012 begonnen met het schikken van een belastinggeschil over de betaling van loonbelasting en sociale premies voor spelers en trainers over de periode 2001-2007. Dat leverde een tegenvaller op van 250.000 euro.”

Geschil opgelost, maar financieel werden de problemen nog groter. Adriaansens: „We hadden en hebben een te hoge bankschuld als je kijkt naar onze omzet.” Hoe hoog de bedragen precies zijn, wil de voorzitter niet zeggen – die informatie is er alleen voor leden – maar het globale beeld, dat de club een schuld heeft van circa 800.000 euro op een omzet van 1,3 miljoen, ontkent Adriaansens niet. „Feit is dat we onze schulden niet kunnen afbetalen. Daarom zijn we met ABN Amro in gesprek om te herstructureren. En daar is ook een bijdrage voor nodig van de leden.” Dat is nog niet alles. Er moeten op korte termijn twee velden worden vervangen. Daarmee is een bedrag van 500.000 euro gemoeid.

De club kijkt daarvoor nu wel nadrukkelijk naar het gemeentebestuur. Het is gebruikelijk dat gemeenten meebetalen aan sportfaciliteiten zoals hockey- en voetbalvelden, maar Laren stelt alleen de grond ter beschikking. „We zijn met het gemeentebestuur in gesprek over financiële hulp bij het vervangen van de velden”, zegt Adriaansens.

Rekensom

Een snelle rekensom na bijna vijftien jaar topsportbeleid met bankiers en zakenmannen aan het roer bij Laren: de leden moeten 300.000 euro ophoesten en ABN Amro moet ook een verlies nemen. En de Larensche moet nu doen wat de club nog nooit gedaan heeft: de hand ophouden bij de gemeente.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Adriaansens wil niet oordelen over haar voorgangers. „Dat doen anderen wel.” Maar geruchten dat een aantal sponsors en suikerooms claims op de club hebben voor geld dat aan de club is geleend in moeilijke tijden, spreekt ze tegen. „Er gaan veel indianenverhalen.”

Willem van der Marel, de voorganger van Adriaansens en nog altijd bij de club betrokken, vindt dat hem weinig ter verwijten valt. Al toen hij kwam in 2008 had de Larensche het financieel zwaar. Hij spreekt ook nadrukkelijk tegen dat de leden opdraaien voor de kosten van het tophockey. „Een heel klein deel van die schuld is veroorzaakt door tekorten bij het tophockey. Die wordt gewoon terugbetaald”, aldus Van der Marel. „En ook het clubhuis is zelfvoorzienend. ”

Zou hij het een volgende keer anders doen? Van der Marel aarzelt: „Ik heb geprobeerd de grote financiële problemen op te lossen. Dat is deels gelukt. Achteraf had ik misschien Oltmans moeten laten gaan toen die sponsor failliet ging.”

Het laatste woord is nu aan de leden. Aanstaande maandag is er opnieuw een bijzondere ledenvergadering. De eenmalige contributieverhoging gaat door, zegt Adriaansens.

Maar de vraag is hoeveel mensen er weglopen. In Blaricum gaan stemmen op om een nieuwe club te stichten, beaamt vastgoedontwikkelaar Eduard Schaepman. „Sinds het gedoe in Laren is een oud plan voor een club in Blaricum weer uit de kast gehaald”, zegt hij. „Maar dan hebben we wel een lapje grond nodig dat geschikt is voor een hockeyclubje met een paar veldjes en een simpele kantine.”

Als het ervan komt, staat het Gooi op zijn kop.