Ik weet wat werkt

Hij is vaste gast bij De Wereld Draait Door en oprichter van website Blendle. Hoe de eenzame nerd Alexander Klöpping het populairste jongetje van de klas werd.

Stefanie Grätz

Een interview met Alexander Klöpping (27) loopt al snel uit op een interview over het interview. Eerst geeft hij een antwoord, dan stelt hij zelf een vraag.

„Vinden jullie dit nou interessant?”

Alexander Klöpping wil graag alles weten. Wie ook alweer de deelnemers waren van Big Brother 3. Wie de componist is van de nieuwe tune van het Radio 1 Journaal. Waarom CNN nu alwéér een nieuw decor heeft.

En dus ook: waarom NRC in hemelsnaam twee journalisten op pad stuurt om uitgerekend hem te spreken.

Die nieuwsgierigheid had hij als kind al. Toen hij koelkasten uit elkaar haalde en zelf zijn computers bouwde. Die nieuwsgierigheid is de reden waarom De Wereld Draait Door (DWDD) hem vraagt te vertellen over technologie.

We zitten in café Finch op de Noordermarkt in Amsterdam. Klöpping is, zoals meestal, gekleed in spijkerbroek en capuchontrui. Tijdens het gesprek haalt hij soms zijn iPhone uit zijn zak. Een Whatsappje van collega en vriend Marten Blankesteijn. Onbekende nummers drukt hij weg. Klöpping wordt de hele dag gebeld en gemaild door onbekenden, zegt hij. Hij wordt er gek van.

„Nou zit ik toch weer over mezelf te praten”, zal hij halverwege het gesprek ineens zeggen. Terwijl hij zich nog zo had voorgenomen „eindeloos te vertellen over Blendle”. Blendle is het nieuwste project van Klöpping en Blankesteijn. Een website die het mogelijk maakt losse artikelen te kopen van Nederlandse kranten en tijdschriften. Half april gaat Blendle van start. Klöpping richtte eerder de Universiteit van Nederland op, een website die colleges van vijftien minuten toont van hoogleraren.

Blendle en de Universiteit van Nederland passen in een patroon: het zijn initiatieven waarmee Klöpping naar eigen zeggen in een gat springt. De kansen die instituten, overheid en kranten in dit geval, laten liggen op het gebied van digitaal ondernemen. Het zijn dezelfde instituten die hij ondertussen nodig heeft voor zijn projecten. Die hij vraagt of ze met hem samen willen werken.

Klöpping houdt van „poeren”, zoals hij het zelf noemt. Boze tweets sturen naar zijn meer dan honderdduizend volgers over ‘oppervlakkige’ berichtgeving van de NOS. Hij vertelt hoe absurd hij het vindt dat je „papier moet fotograferen als je een stuk online wil delen”. Dat schelden doet hij uit „liefde voor journalistiek”, zegt hij. „Ik maak me alleen maar boos over wat ik belangrijk vind. Oké. Misschien onredelijk soms.”

Even later: „De mate van traagheid, en desinteresse in technologie. Ik vind het stuitend”, zegt Klöpping.

Hij slaat op tafel. „Stelletje domme motherfuckers! Als jullie het niet zelf doen, dan doe ik het wel.”

Waarom doe je wat je doet?

„Ik doe alleen maar dingen waar ik blij van word. Bij Blendle werken nu tien mensen. Dat hebben we in drie maanden voor elkaar gekregen. We stampen iets uit de grond, en dan is het er gewoon. Dat is ontzettend spannend.

„Ik wil ook goed doen. Het moet belangrijk werk zijn en dichtbij m’n interesses liggen. Blendle ben ik begonnen, omdat ik denk dat er zoveel rijkdom zit in goede journalistiek. Ik wil dat het kan blijven bestaan. En ik wil laten zien hoe je met heel weinig middelen grote veranderingen kunt veroorzaken. Dat is iets duivelser, maar daar komt ook een groot deel van de lol vandaan.”

En dan, ineens. „Is dit eigenlijk geen raar gesprek?”

Het is juli 2010. Alexander Klöpping gaat samen met Jort Kelder, dan zijn baas bij de journalistieke website 925, naar DWDD. Kelder is tafelheer en neemt Klöpping mee om achter de schermen mee te kijken. Hoe televisie werkt fascineert hem, zegt Klöpping. „Ik wil alles weten. Van kijkcijfers, hoe redacties werken. Als je nieuwsgierig bent is er altijd een laag aan onderwerpen die je extra interessant vindt. Voor mij is dat televisie.”

Klöpping, op dat moment student media & cultuur, hoort dat DWDD niet van plan is aandacht te besteden aan de iPad, die dan uitkomt. „Ik zei tegen de eindredacteur: dit is echt niet iets waar alleen puistige pubers het over hebben. Het is heel raar dat jullie daar niks mee doen. Niet omdat ik dacht: ik wil hier morgen zitten. Ik zei het omdat ik dacht: gasten, dit is écht belangrijk.”

De dag erna belt DWDD. Of Alexander Klöpping in de uitzending wil komen.

Je doet alsof het je overkomt.

„Nee, zo is het niet. Als ik iets heel graag wil, zorg ik dat ik in de buurt hang. Dat is hoe ik m’n hele leven leef. En ik weet dat als ik me ergens mee bemoei, me boos maak over dingen, dat mensen dat leuk vinden. Ik word niet boos om het boos worden, maar ik realiseer me wel dat het werkt.”

Je schopt om binnen te komen?

„Mensen die iets te zeggen hebben, hebben altijd alleen maar ja-knikkers om zich heen. Het werkt niet om een ja-knikker te zijn. Op het moment dat je mensen op hoge plekken vertelt wat je er écht van vindt – en je hebt daar passie voor – dan komt dat heel erg aan. Het is niet zo moeilijk om dan iets gedaan te krijgen.”

Alexander Klöpping realiseerde zich dit voor het eerst toen hij DWDD-presentator Matthijs van Nieuwkerk ontmoette in 2007. Van Nieuwkerk gaf een gastcollege, Klöpping zat in de zaal.

„De dag ervoor was er een nieuwe versie van Windows uitgekomen. Windows Vista ofzo, één of andere crap-versie. ’s Middags had Van Nieuwkerk zelf bij Microsoft een presentatie gehouden. En die avond gingen ze het er in DWDD over hebben met een Nederlandse designer van Windows. Een totaal pr-verhaal. Belachelijk.”

„Uit de zaal kwamen alleen maar vragen als: wat voor onderbroek moet ik aantrekken om ook presentator van DWDD te worden?’ Ik dacht op een gegeven moment fuck it, ik ga dit doen. Ik pakte de microfoon en zei tegen Van Nieuwkerk: waarom deed je dat? Dit kun je echt niet maken.”

Hoe reageerde hij?

„Relaxed. Had ik inderdaad niet moeten doen, zei hij. Ik vroeg door over wat er dan verkeerd was gelopen. Er ontstond geroezemoes. Over dat ik zo aan het zeiken was. Die mensen wilden gewoon iets leuks zien. Aardig doen.”

Wat dacht je toen?

„Na afloop bleef ik totaal gedesillusioneerd zitten. Van Nieuwkerk was op het moment bezig met een haag van mensen om hem heen. Ineens liep hij naar me toe en zei: ‘het was heel erg goed dat je dat zei. Ik ben heel blij dat je me er op aanspreekt’. Toen dacht ik: oké, dit is goed. Dit werkt.”

„Waarom vinden jullie dit boeiend, eigenlijk? Als we nu bier zaten te drinken zouden jullie me dit allemaal nooit vragen.”

Jawel, alleen zou je ons dan ook dingen vragen.

„Inderdaad. Misschien is het gewoon de awkwardness van een eenzijdig gesprek.”

Alexander Klöpping groeide op in Oss. Vader was veterinair inspecteur. Moeder marketingmanager bij een tapijtenfabriek. Een modelgezin, nooit problemen. Zijn Brabantse accent is bijna verdwenen. Al klinkt er soms, vooral als hij over vroeger praat, even een zachte g door.

Zijn oom verzamelde scheerapparaten. Zijn opa was uitvinder bij Philips. „De fascinatie voor techniek zit aan de hele kant van m’n vaders familie”, zegt Klöpping. Zijn vaders familie had als een van de eersten in Nederland een televisie. „De hele buurt stond bij het raam.”

Hij zat nog op de middelbare school toen hij zijn eerste bedrijfje begon: een webwinkel, The Gadget Company. Het eerste wat hij verkocht waren fitnessapparaten. Al snel verdiende hij meer dan zijn docenten op school.

Heb je nog vrienden van toen?

„Nog één.”

Had je het gevoel dat je erbij hoorde?

„Natuurlijk niet. Ik liep de hele dag door school met m’n rugzak en m’n broodtrommel, samen met twee andere nerds. Ik ben op de middelbare school nooit uit geweest. Stiekem was ik natuurlijk stikjaloers. Dus ging ik maar een webwinkel bouwen. Daar heb ik m’n jeugd mee gevuld. Dat was ook gewoon escapisme, hoor.”

Waarom denk je als vijftienjarige: ik ga een bedrijf beginnen?

„Waarom niet?”

Heel veel vijftienjarigen doen dat niet.

„Het was niet: hé ik ga een bedrijf beginnen. Het was: hé ik ga een webwinkel bouwen, want er is open source software waarmee dat kan. Alles wat ik zelf leuk vond, gingen we verkopen.”

Veel jongetjes blijven op die zolder.

„Ja, maar ik had een bedrijf. Ik moest wat gaan verkopen. En ik ontdekte dat ik een goede verkoper was.”

Klöpping geeft presentaties bij bedrijven, een aantal keer per maand. „Een beetje big data. Een beetje draagbare technologie.” Dat werkt. „Ik weet wanneer mensen verveeld raken.” Echt leuk is het niet als je steeds hetzelfde moet vertellen zegt hij, maar: „It pays the bills.” Geld dat hij steekt in Blendle en de Universiteit van Nederland, waar hij bijna al zijn tijd aan besteedt.

Het is dat alle publiciteit voor Blendle welkom is, anders had hij dit interview liever niet gegeven. Hij slaat veel mediaverzoeken af. „Spelletjes. Oh man, ze willen me voor de meest bizarre programma’s. Ik zeg overal nee tegen. Wist je dat er een programma is met BN-ers die voor elkaar koken? In je huis! Ik kreeg een mailtje: andere mensen die meedoen zijn Robert Schumacher, Patricia Paay – zo’n rijtje – wil je ook? Je krijgt 1.500 euro. Ik zou het bijna doen, uit nieuwsgierigheid naar hoe het gemaakt wordt.”

Je was een eenzame nerd. Nu ineens de populairste jongen van de klas. Hoe is dat?

„Heb je de film Inception gezien? Op een gegeven moment is er een scène waarin de hoofdpersoon door iedereen op straat wordt aangekeken. In wiens ogen hij ook kijkt, alle ogen kijken terug. Dat heb ik gehad, en dat is echt niet leuk.”

Ben je er nu aan gewend geraakt?

„Dat. En het is minder geworden, omdat ik zorg dat ik niet meer zo vaak op tv ben. Ik doseer het. Om te voorkomen dat mensen op me uitgekeken raken.”

Heb je iets bereikt met je optredens bij De Wereld Draait Door?

„Ik weet het niet. Ik ben het meest trots op een uitzending uit de periode van Wikileaks in 2010. Ik was al heel lang bezig met het onderwerp afluisteren en overheidssurveillance en zat in die uitzending tegenover Jack de Vries. Ik ging in full on oorlogsmodus tegen hem en alles waar hij voor staat, namelijk de politiek die zo makkelijk omgaat met afluisteren. De Vries begon te stamelen, te stotteren.”

Je had de grote spindoctor van z’n stuk gebracht.

„Ja, het werkte gewoon. Ik was trots, dat ik dat kon. Ik was toen 23. Voor zoveel mensen, al die camera’s. Je hoeft maar iets verkeerds te zeggen, en iedereen haat je. Dan denken ze: wat een kwal, wat een klootzak.”

Waarom noem je het moment met De Vries en niet de tv-serie die je maakte over Silicon Valley?

„Dat moment met De Vries kwam echt helemaal uit mezelf. De Silicon Valley-serie was vier maanden lang elke dag en avond keihard werken. Daar ben ik onwaarschijnlijk trots op. Er zijn verschillende redenen waarom iets tof is.”

„De serie gaat eindeloos over al het positieve van technologie, West-Amerika als het walhalla. Terwijl je best wel kritiek kan hebben op hoe deze bedrijven met privacy omgaan. Ik heb dit, vind ik achteraf, weggemoffeld op het einde. Daar heb ik veel kritiek op gehad van vrienden die bij burgerrechtenbewegingen werken. Dat trek ik me aan, want ze hebben gelijk.”

Na een uur praten leunt Alexander Klöpping even achterover. „Ik ben héél benieuwd wat de kop wordt boven dit artikel”, zegt hij. „ Ik heb wel een aantal dingen gezegd die ik niet eerder heb verteld. Toch?”

Dan vertelt Klöpping dat hij vorige week bij The New York Times is geweest om te praten over Blendle. Klöpping pakt z’n iPhone en laat een mailtje zien dat hij daarna heeft gekregen. „Hey man glad to hear it went well, you impressed a set of influential people here.” En: „If you could have any strategy decision from The New York Times team, what would it be?”

„Ik heb nog niet durven antwoorden”, zegt hij. „Ik vind het doodeng.”

Met Blendle moet het gemakkelijk worden om op internet te betalen voor één artikel uit een krant of tijdschrift. Hij kent, zegt hij, behalve zijn schoonmoeder niemand meer die betaalt voor een krant. Jonge mensen willen best betalen voor journalistiek, als het maar digitaal kan. En betalen moet zo eenvoudig mogelijk zijn.

Ineens op rustige toon: „goede journalistiek is essentieel voor een goed functionerende samenleving”, zegt Klöpping. „Het is een absolute voorwaarde om de machtsbalans in Nederland oké te houden.”

Je wilde altijd journalist worden. Nu noem je jezelf ‘internetondernemer’

„Ik dacht altijd: ik moet journalist worden, want dat is het beste vak om nieuwsgierigheid te bevredigen. Ik begin steeds meer te denken dat het ondernemerschap dat is. Mensen praten opener, want je bent mede-ondernemer. De output – dat artikel – interesseert me tegenwoordig minder. Ik wil weten hoe dingen werken. Dat is echt waarom ik de dingen doe die ik doe.”

En je hoort er nu bij. Hoe belangrijk is dat voor je?

„Ik zeg van mezelf dat ik dat niet belangrijk vind, maar ik weet het eigenlijk niet. Ik weet niet hoe erg ik het zou vinden als het weg zou vallen. Waarschijnlijk best erg.”

Wat is dat eigenlijk, ‘erbij horen’?

„Iets waardoor er naar je geluisterd wordt.”

    • Stijn Bronzwaer
    • Jeroen van der Kris