Ik schrijf alle dagen, en dat voelt als een triomf

Historica Els Kloek schreef een boek over twee heldinnen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648): Kenau Simonsdr. Hasselaer en Magdalena Moons. „Ondenkbaar dat vrouwen níet hebben meegeholpen bij de verdediging van Haarlem.”

Door Jannetje Koelewijn, foto Andreas Terlaak

Hoeren en zoetelaarsters

„Ik ben begonnen met plaatjes kijken. Nee, ik ben begonnen met mails sturen naar krijgshistorici. Wat weten jullie over vrouwen in de Tachtigjarige Oorlog? Zo werd ik geattendeerd op het werk van de Amerikaan John Lynn en door hem ben ik plaatjes gaan kijken. In geschreven bronnen uit die tijd hebben vrouwen nauwelijks sporen nagelaten, maar er bleken ongelooflijk veel afbeeldingen te zijn van vrouwen die met het leger meetrokken, als hoer, als soldatenvrouw, als zoetelaarster. Die verkocht eten aan soldaten en deed de was. In het leger waarmee Alva in 1567 naar de Nederlanden trok, waren er 6.000 ‘non-combattanten’ op 10.000 manschappen. Vrouwen, kinderen en jonge jongens die de spullen van de soldaten droegen. Alleen al hieruit kun je concluderen dat de oorlog niet uitsluitend een mannenzaak was.”

Mannen waren gevlucht

„In Haarlem, waar de Spanjaarden in december 1572 hun beleg hadden geslagen, waren vrouwen en kinderen in de meerderheid. Veel Haarlemse mannen waren waarschijnlijk gevlucht uit angst voor gijzeling. In de 19de eeuw zijn historici gaan betwijfelen of vrouwen wel een rol hadden gespeeld bij de verdediging van de stad, maar alleen al door deze verhoudingen lijkt het me ondenkbaar dat vrouwen níet hebben meegeholpen. Hoe zou Haarlem anders zeven maanden stand hebben kunnen houden?”

Zie je daar de maan?

„Thuis was ik de jongste van vijf, in een domineesgezin. Ik wilde dichteres of schrijfster worden. Een gemene schooljuffrouw heeft dat de kop ingedrukt. Op een dag had ik de opdracht gekregen om een gedicht te maken voor een ouderavond, samen met een jongetje uit mijn klas. Hij schreef een lofdicht op de school en ik schreef over een Parijs dametje dat tegen meester Wijsneus zegt: ‘Zie je daar de maan? ’t Is tijd om naar bed te gaan. Kom dan gaan we saam.’ Dat vond die juf niet zo geschikt. Op de ouderavond moest ik het gedicht van dat jongetje voorlezen omdat ik zogenaamd een betere stem had dan hij. Ik was tot op het bot vernederd. Daarna schreef ik geen gedichten meer. Ik durfde geen Nederlands te gaan studeren – daar was ik vast niet goed genoeg voor. Pas rond mijn dertigste merkte ik dat ik wél taalvaardig was. Nu schrijf ik alle dagen en dat voelt als een triomf.”

Wat nu, dacht ik

„Ik had tien jaar gewerkt aan 1001 Vrouwen uit de Nederlandse Geschiedenis en toen het bijna klaar was, dacht ik: wat nu? Ondertussen bleven mensen aan me vragen wie van die 1001 vrouwen mijn favorieten waren. Kenau en Magdalena staan hoog omdat ze zo tot de verbeelding spreken. Daarbij wist ik dat er een film over Kenau werd gemaakt waarin ook een Magdalena zou voorkomen. Ik dacht: dan wil ik het historische verhaal graag nog een keer vertellen, in de context van de Tachtigjarige Oorlog.”

Geen innemende vrouw

„In 2001 had ik al een boekje over Kenau geschreven en het was interessant om te merken hoe mijn gevoel bij haar in die jaren veranderd is. Destijds had ik niet veel met haar op. Ze was geen innemende vrouw, hè. Ze voerde voortdurend rechtszaken om zakelijke geschillen met opdrachtgevers en leveranciers uit te vechten. Nu heb ik meer empathie met haar. Ze moest functioneren in een maatschappij die werd gedomineerd door mannen. De enige manier waarop ze zich kon laten gelden was door naar de rechter te stappen.”

Overvallen door zeerovers

„In de 19de eeuw gingen historici zich meten met de bèta-wetenschappen en dat pakte dodelijk uit voor vrouwen. Die maakten geen deel uit van de machtsstructuren en ze komen zelden in de bronnen voor. Het verhaal over Kenau, dat ze op de muren van Haarlem had staan vechten, werd niet meer geloofd. Maar ze heeft genoeg sporen nagelaten om zeker te weten dat ze bestaan heeft. Haar dochters hebben in 1589 voor het gerecht verklaard dat hun moeder het jaar daarvoor op de terugreis vanuit Noorwegen, waar ze hout ging kopen, waarschijnlijk is overvallen door zeerovers. Ze was een weduwe met een scheepstimmerbedrijf. Het lijkt erop dat ze voor haar moedige optreden tijdens het beleg is beloond met de positie van waagmeester in Arnemuiden. Ze was naar voren geschoven als de dapperste vrouw van Haarlem. Ze figureerde veelvuldig in liedjes en op prenten. Wat vreemd is: bij haar terugkomst in Haarlem kreeg ze geen warme ontvangst. Hoe kwam dat? Ik weet het niet. Wat dat betreft heb ik veel aan het boek van Jan Brokken over Rhoon gehad. Hij komt er na vijftig jaar al niet meer achter wat zich daar precies heeft afgespeeld.”

Getroffen door een grote kogel

„Ik heb het altijd leuk gevonden om me bij mijn historisch onderzoek te richten op het dagelijks leven van gewone mensen, en een mooie bron daarvoor waren de dagboeken die tijdens het beleg werden bijgehouden. Dan lees je over een zekere Claesje Gerritsdr. – een dienstmaagd – die wordt getroffen door een grote kogel. Haar kleren zijn haar van het lijf geschoten, maar ze heeft geen enkele verwonding. Burgemeester Jan van Vliet bedekt haar snel met zijn mantel, zodat ze niet in haar blootje naar huis hoeft. Door die dagboeken weten we hoeveel kogels er in die zeven maanden door de Spanjaarden op de stad werden afgevuurd: 10.402. Op 14 mei noteerde Willem Jansz. Verwer: ‘De honger begint’. Zo’n ontroerende zin vind ik dat.”

Een soort geweldsporno

„De Tachtigjarige Oorlog is in onze herinnering een heldenverhaal, maar door de aanwezigheid van militairen en geuzen lag het land in 1573 in puin. Talloze mensen moeten ernstig getraumatiseerd zijn geweest. In Zutphen, Naarden en Oudewater hadden de Spanjaarden verschrikkelijk huisgehouden. Mannen waren onthoofd of opgehangen, vrouwen verkracht, huizen waren platgebrand. Ik had er veel meer over kunnen schrijven dan ik gedaan heb – het gevaar is dat het een soort geweldsporno wordt. En je moet ook op je hoede zijn voor propaganda. Mijn vakbroeders schieten daar dan weer in door. Die zeggen dan: kijk, die dienstmaagd in Oudewater, ze zou verkracht zijn door een Spaanse soldaat, maarlater is ze met hem getrouwd. Ja, wat moest ze anders? Ze was besmet. Zulke vrouwen werden soldatenvrouwen die met het leger meetrokken. Ze hadden geen keus.”

De heren historici

„Over Magdalena Moons is in de 19de eeuw veel debat geweest, zoveel dat ik wel eens dacht: waar maken de heren historici zich druk over? Volgens de overlevering woonde ze in Den Haag toen de Spanjaarden Leiden belegerden en bevelhebber Valdez zijn intrek had genomen in het Binnenhof. Hij werd verliefd op haar enzij zou hem hebben overgehaald om de aanval op de uitgehongerde stad een paar dagen uit te stellen. In ruil daarvoor zou ze met hem trouwen. Toen kwam er een storm opzetten, waardoor het land rond Leiden onder water liep en de Spanjaarden moesten vluchten.

Die storm was Gods hand

Er zijn historici die er heilig in geloofden dat Gods hand de storm had veroorzaakt, dus dat verhaal over Magdalena kón niet waar zijn. Anderen zeiden dat het ondenkbaar was, een hoge militair die naar een vrouw luisterde. Wat zeker is: Magdalena is met Valdez getrouwd en ze had contact met hem toen Leiden nog belegerd was. Die Valdez was een houwdegen. Hij onderhandelde met de zogeheten ‘glippers’ – die wilden zich overgeven. Voor 19de-eeuwse historici was dat pijnlijk: 16de-eeuwers waren lang niet allemaal zo heldhaftig en nationalistisch en Oranjegezind geweest als zij wel hadden gewild.”

    • Andreas Terlaak
    • Jannetje Koelewijn