Column

IJdelheidsmomentje

Iedereen gunde Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes zijn ijdelheidsmomentje toen hij afgelopen maandag het protocol doorbrak en brutaal naar voren stapte om met de Amerikaanse president voor de Nachtwacht op de foto te gaan. Deze kans kreeg hij natuurlijk nooit meer. Het was absoluut niet zonder risico. Voor het zelfde geld was een van de veiligheidsagenten gaan schieten omdat hij in onze Wimpie een potentiële Lee Harvey Oswald zag. En dan had hij hartstikke dood voor een doorzeefde Nachtwacht gelegen.

Dinsdagavond dronk ik met Barack een Duvel in een Brussels kroegje en lachten we met zijn tweeën nog wat na om de nerveuze Hollanders die hem hadden ontvangen alsof hij de nieuwe Messias was. Ik vertelde Obama dat de politieke partij van onze premier in Rotterdam verkiezingsposters had opgehangen met de tekst In Rotterdam spreken we Nederlands.

„Maar in Den Haag spreken ze geen Engels”, grinnikte Barack, „althans niet als Mark aan het woord is. Ik ben nog bont en blauw van de steenkolen! Wat een grappig kereltje. Op een gegeven moment kreeg ik zoveel medelijden met hem dat ik er zelf maar wat Nederlandse woordjes als Dank U en Gezellig tussen heb gegooid. Maar wat hebben jullie trouwens een ontzettend lekkere koningin. Echt een mooi wijf. Maar ik begrijp dat dat een Argentijns importdingetje is?”

Ik legde hem uit dat de hele koninklijke familie niet echt Nederlands is. We lallen in ons volkslied dat ze van Duitschen bloed zijn en dat zijn ze ook. In de mannelijke lijn al drie generaties.

„Hebben jullie geen Ku-Klux-Klan die bezwaar maakt tegen dit soort immigranten?”

Ik legde hem uit dat we al jaren een geblondeerde dorpsracist hebben, maar dat die vooral bezwaar heeft tegen Marokkanen.

„In die kringen liggen Duitsers juist goed”, legde ik hem uit.

Die mislukte Mozart kende hij wel. Ik bedoelde toch die man die onlangs die Haagse kroeg had opgehitst? Hij had daar wat droeve beelden van gezien. Vooral om die dikke, domme aanhang had hij erg gelachen.

Obama vond het trouwens erg gezellig dat zijn Chinese collega, president Xi, er tijdens zijn bezoekje aan ons landje bij was. Of ik gezien had hoe Xi aankwam op de Dam en dat er onmiddellijk allemaal schermen om de auto werden gezet omdat Xi een bepaalde demonstratie niet mocht zien. Dit alles onder het motto: Xi, Xi wat jij niet ziet.

„Hoe kwamen die Chinezen zo snel aan die schermen?”, vroeg Barack.

Ik legde hem uit dat Xi vervoerd werd in de oude dienstauto van Joris Demmink en dat die ranzige pedo die dingen standaard in zijn achterbak had liggen. Reed Joris vroeger langs een lagere school, was het daar net speelkwartier en kreeg de secretaris-generaal aandrang om in het bijzijn van een jongetje wat zaad te lozen dan hielden drie officieren van justitie die schermen rond de auto zodat Joris zich even lekker kon uitleven. Zij mochten door een kiertje gluren.

Obama moest onmiddellijk aan zijn voorganger Clinton denken. Ook vertelde hij dat hij van Máxima had gehoord dat het tijdens het banket met Xi nog bijna hartstikke misging omdat Rutte grappig wilde zijn. Mark riep opeens iets in de trant van: „U wilt zeker nummer 39 met lijst?” Die grap had onze premier van zijn beste vriend Gordon. Xi kon er niet om lachen.

„Is die Gordon niet jullie nationale relnicht?” Ik bevestigde dat en vertelde hoe belangrijk Gordon voor ons land is. Mark belde vanuit Sotsji zelfs even met hem om hem persoonlijk verslag uit te brengen over zijn dialoog met potenrammer Poetin. Mark wist natuurlijk niet dat Vladimir helemaal niet luisterde omdat hij op dat moment wel iets anders aan zijn bloeddorstige kop had. Hij marcheerde de Krim binnen, terwijl Mark uitlegde wie Arthur Japin is!

„Deed hij dat in datzelfde Engels?”, glimlachte de president.

„Ik vrees van wel”, proostte ik op de rest van zijn reis, „je moet toch ook nog langs de paus?”

„Waarom is die Joris Demmink eigenlijk niet jullie ambassadeur in het Vaticaan? Dat zou pas humor zijn”, gierde Barack, die eraan toevoegde dat hij voor de paus een leuk symbolisch cadeautje bij zich had.

„Zaad uit de tuin van het Witte Huis. Kan Franciscus wel om lachen. Maar nu ga ik slapen”, geeuwde de president. Hij had nog een vraag:
„Mark is toch de oude Duitse munteenheid? Is dat toeval dat hij zo heet?”

„In tegendeel”, stelde ik de Amerikaanse president gerust, „in die laatste vraag vat u alles zo mooi samen!”