Hollandse folklore

Tot de folklore van Nederland behoort zonder meer het omroepbestel. En dan gaat het niet om het bestel als zodanig, maar vooral ook om het studeren op, adviseren over en niet te vergeten vergaderen in het nationale omroepreservaat. De politiek doet hier driftig aan mee. Waar Franse presidenten niet vertrekken zonder achterlating van grote werken, kan een Nederlandse bewindspersoon belast met omroepzaken niet vertrekken zonder minstens één toekomstplan.

Met staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) is het niet anders. Sinds gisteren beschikt hij over een lijvige, op zijn verzoek geschreven verkenning van de Raad van Cultuur naar de toekomst van het publieke omroepbestel.

Centrale vraag was welke keuzes de publieke omroep moet maken om zijn maatschappelijke functie in de komende decennia te kunnen vervullen. De tijd staat open luidt de cryptische titel van dit rapport waar Hilversum en omstreken de komende tijd ongetwijfeld weer vele vergaderuren aan zullen spenderen.

De vele vragen die het rapport probeert te beantwoorden, illustreren direct het probleem. Het op de vooroorlogse verzuiling gebaseerde publieke omroepbestel is al vele decennia achterhaald. Toch vormt dit systeem, destijds in het leven geroepen om de schaarse ruimte in de ether te verdelen, nog altijd de basis voor alle toekomstplannen. Er zijn momenten dat een huis niet meer verbouwd kan worden, maar opnieuw moet worden opgetrokken. Deze rigoureuze stap in het advies wordt node gemist.

De commissie erkent bijvoorbeeld dat het systeem van ledenomroepen achterhaald is. Een logische reactie zou dan zijn om de omroepen af te schaffen. Maar in de plannen van de Raad voor Cultuur worden de leden afgeschaft, waardoor de hybride structuur die zo kenmerkend is voor de publieke omroep intact blijft. Sterker, het systeem wordt nog ondoorgrondelijker, met nog meer criteria, nog meer hoofdredacteuren en een vleugje moderniteit (zzp’ers met creatieve ideeën moeten rechtstreeks programma’s kunnen aanbieden).

Zoals wel vaker met rapporten van breed samengestelde commissies het geval is, zit er ook in het werkstuk van de Raad voor Cultuur een groot verschil tussen de analyse en de voorstellen die hieruit voortkomen. De analyse heeft volop oog voor de razendsnelle technologische en culturele veranderingen waar de media mee te maken hebben. Maar de aanbevelingen bouwen toch weer voort op het omroepsysteem uit het land van ooit.

Het is de inhoud en het zijn de makers die ertoe doen, stelt het rapport terecht. Maar geef die dan ook echt de ruimte.