Hoe een slimme kraai zijn dorst lest

illustratie Irene goede

Er was eens een kraai die ontzettende dorst had. Hij zag een kruik vol water, maar met zijn snavel kon hij daar niet bij. Maar de kraai was slim: hij gooide steentjes in de kruik. Het water kwam hoger en hoger, tot de kraai kon drinken.

Dat is een heel oud verhaaltje . De verhalenverteller Aesopus schreef het op, 2.600 jaar geleden in het oude Griekenland. Hij bedacht een heleboel van zulke dierenverhalen, die niet echt waar zijn. Zoals een schildpad en een haas die een hardloopwedstrijd doen. Zulke verhaaltjes heten fabels.

Maar het verhaal van de kraai klopt wel. Zou Aesopus dat toen al hebben geweten? Kraaien zijn heel slim. Ze snappen dat ze steentjes in een fles of kruik met water kunnen gooien, en dat het water dan omhoog komt.

Die vogels doen zoiets in de natuur nooit. Biologen hadden voor de grap bedacht: kom, we zetten onze kraaien de puzzel van Aesopus eens voor. De kraaien wisten precies wat ze moesten doen. Ze gooiden hup, hup, de steentjes in de fles. En visten een lekker hapje op dat de biologen in het water hadden gelegd. De biologen stonden paf.

Maar toen de biologen het testje moeilijker maakten, stonden ze nog paffer. Ze gaven de kraaien twee soorten brokjes. Steentjes en heel lichte dingetjes die bleven drijven. Daar komt het water natuurlijk niet van omhoog. De kraaien snapten het: die drijvende brokjes pakten ze niet.

Nog een testje dan. Met twee flessen. Eén fles vol water, de ander vol zand. Steentjes in de fles met zand gooien, dat werkt niet. En dat begrepen de kraaien ook al! Zes kraaien die het probeerden, konden het allemaal even goed.

Dat laatste testje met zand hebben de biologen trouwens ook met kinderen uitgeprobeerd. Konden die het? Nou... kleuters niet. Kinderen van 8? Die snapten het. En kinderen van 5, 6 of 7 vonden het best moeilijk. Probeer het eens in de klas! En dan niet verklappen dat jij al weet hoe het moet.