Het werk is nu op zee

De komende jaren verrijzen op de Noordzee honderden windmolens. Metaalbewerker Sif zag een kans – en bouwt nu de funderingen.

„Lassen en walsen konden we al bij de SIF Group”. Foto Rien Zilvold

Verder van zee dan Roermond kun je in Nederland nauwelijks komen. Toch vormen de fabriekshallen van de Sif Group op een werf aan de Maas één van de belangrijkste schakels in de Nederlandse industrie voor windparken op zee. Het is oude metaalindustrie met een nieuwe toekomst.

„Lassen en walsen konden we al”, zegt commercieel directeur Michel Kurstjens, terwijl hij kordaat door een van de hallen stapt. Gehoorbescherming is verplicht. Keiharde rock-’n-roll uit een radio wordt nagenoeg weggedrukt door het snerpende geluid van een slijptol. De vonken spatten in het rond. Links en rechts worden platen staal van 15 bij 4 meter, 10 centimeter dik, omgebogen tot grote ringen die volautomatisch aan elkaar worden gelast. Aan elkaar geplakt vormen ze de holle funderingspaal waarop een windmolen wordt geplaatst.

Op dit moment maken de metaalbewerkers van Sif 43 palen voor het windpark Luchterduinen. Wekelijks worden er 4 à 5 van deze 50 meter lange gevaartes afgeleverd. Deze zomer worden de eerste palen voor de 43 windmolens geplaatst. Volgend jaar moet het park, dat op 23 kilometer voor de kust van Noordwijk komt te liggen, stroom leveren aan een kleine 150.000 huishoudens.

Steeds grotere molens

De orderportefeuille is goed gevuld maar „bumpy”, zoals Kurstjens het uitdrukt: er vallen gaten. Vandaag zijn er 400 mensen continu aan het werk. De helft in vaste dienst, de andere helft flexibel. Zij worden na ‘Luchterduinen’ deels naar huis gestuurd en weer opgeroepen als Sif funderingspalen maakt voor het Gemini-windpark dat ten noorden van Schiermonnikoog zal verrijzen. Sif levert de helft van de in totaal 150 funderingen, een Duits bedrijf de andere helft; Sif mag marktleider zijn in Europa, de concurrentie is groot.

Sif is begonnen als familiebedrijf dat zich toelegde op de productie van stalen onderdelen voor de olie- en gasindustrie en de petrochemie. Zoals poten van booreilanden en ankerpalen, maar ook vaten waarin olie ‘gekraakt’ wordt. „We maakten altijd al dikke, buisvormige producten van hele dikke staal”, zegt directeur Kurstjens.

Het staal komt rechtstreeks uit de hoogovens van het even verderop gelegen Ruhrgebied. Daar wordt de ijzererts verwerkt tot staalplaten van een dikte die Nederland zelf niet kan leveren. De erts komt per trein vanuit Rotterdam, maar daarna gaat alles over water: vanuit het Ruhrgebied naar Roermond, en vanuit Roermond naar Rotterdam of Vlissingen waar Sif zijn eindproducten aflevert.

Vaten voor krakers maakt Sif niet meer, dat kostte te veel manuren. Mecano-achtige poten voor booreilanden nog wel. Maar het accent komt steeds meer te liggen op windenergie: ruim de helft van de fabriekshal is nu al ingericht voor de windindustrie. En dat deel breidt letterlijk gestaag uit, want de windmolens worden steeds groter en daarmee ook de funderingspalen: de gulden regel is dat de palen even diep de grond in geheid moeten worden als ze boven de grond uitsteken. De palen die nu gemaakt worden voor Luchterduinen zijn ruim 50 meter lang. De palen die straks de windmolens van het Gemini-park moeten gaan dragen worden 70 meter.

Windenergie op zee vereist een nauwgezette planning met veel verschillende partijen. Van de eerste aanvraag tot het moment dat de molens draaien, duurt jaren.

Typhoon Offshore is bijvoorbeeld vier jaar bezig geweest om voor windpark Gemini de partijen bij elkaar te brengen en de financiering te regelen. Begin april wordt, naar verwachting, financial close bereikt, het einde van de aanloopfase, daarna begint de concrete bouwfase. Hoewel er tot dat moment theoretisch nog een kink in de kabel kan komen, is Sif al druk bezig de fabriekhallen aan te passen aan het formaat van de Gemini-molens. „We moeten minstens een jaar vooruit denken”, zegt de commercieel directeur.

De risico’s voor het afketsen van de deal zijn aan alle kanten afgedekt. Bovendien weet Sif zich beschermd door zijn directe opdrachtgever, Van Oord. Die gaat niet alleen al het onderwaterwerk doen voor het windpark, maar is ook voor 10 procent aandeelhouder in het project.

Energieakkoord biedt houvast

Kurstjens is blij met het Energieakkoord dat afgelopen september werd ondertekend. Daarin staat onder meer 4450 MW aan winning van energie op zee gepland. Dat is, inclusief wat al gepland is zoals Luchterduinen en Gemini, vier keer zoveel als nu. Een stabiele stroom van projecten is cruciaal voor een bedrijf als Sif, zegt Kurstjens. Maar het Energieakkoord op zich betekent niet dat het orderboek zich vanzelf vult. Windindustrie op zee valt of staat met subsidie. Zonder die subsidie kan zij niet concurreren met andere vormen van energie. Maar in het Energieakkoord heeft minister Kamp (Economische Zaken, VVD) bedongen dat de 18 miljard subsidie die hij voor deze vorm van energie heeft uitgetrokken, alleen wordt uitgekeerd als de windparken op zee de kosten gemiddeld met 40 procent per MW weten te drukken. Of er nieuwe Nederlandse orders binnenkomen, hangt dus vooral af van de vraag of de kosten verder omlaag kunnen. Nu al zeilt Sif scherp aan de wind. Het lassen gebeurt, volautomatisch, onder de kleinst mogelijke hoek zodat er zo minder mogelijk materiaal hoeft te worden gebruikt.

En voor de turbines van het Luchterduinen-park wordt geen apart tussenstuk meer gemaakt: het platform en de ladder worden voortaan direct aan de mast bevestigd. Een besparing van ongeveer 15 procent op de fundering.

In de hele keten wordt gesleuteld aan de kosten. Het Deense bedrijf Vestas, dat de turbines levert voor Luchterduinen, heeft bijvoorbeeld een systeem ontwikkeld waarbij de turbines aan land al helemaal gemonteerd worden zodat de windmolens op zee in een paar handelingen kunnen worden neergezet.

Felle concurrentie

De komende jaren zullen op de Noordzee honderden windmolens verrijzen. Niet alleen op het Nederlandse deel, maar ook in Groot-Brittannië, Schotland, Ierland, Frankrijk, België, Duitsland en Denemarken. Met hulp van investeringsmaatschappij Egeria, dat in 2005 een meerderheidsaandeel in het bedrijf nam, heeft Sif een hoofdrol verworven.

Of dat zo blijft hangt echter niet alleen van het bedrijf in Roermond af. Formeel bepaalt de markt wie welke opdracht krijgt, maar de subsidiesystemen verschillen per land en het speelveld is dus niet helemaal gelijk. Bovendien staat niet bij voorbaat vast dat Nederlandse bedrijven de Nederlandse tenders zullen weten binnen te slepen. Kurstjens kan zo een vijftal bedrijven uit Duitsland, Polen, België en Groot-Brittannië bedenken die het Sif moeilijk kunnen maken.

Het is niet anders zegt Kurstjens. „Het enige wat we kunnen doen is ervoor zorgen dat we de beste van de klas blijven.” Maar dat er de komende jaren veel geld valt te verdienen bij de aanleg van windenergie op zee, is zeker.

    • René Postma