Er is één gevoel dat walging kan overwinnen – en dat is lust

Alle vrouwen reageren met walging op het idee van penetratie. Lust heft dat op.

Foto Getty Images en Vincent Mentzel, beeldbewerking Fotodienst NRC

In een voetnoot van het klassieke artikel A perspective on disgust (1987) van Paul Rozin wierp hij de „netelige vraag” op of er een emotie is die tegengesteld is aan walging. „Maar als de lezer even nadenkt”, schreef hij, „zal hij ontdekken dat er geen duidelijke tegenpool bestaat.” Nu, bijna dertig jaar later, geeft hij toe dat die er misschien toch is. „Liefde of lust zou zo’n tegenpool kunnen zijn”, zegt hij. „Dat betekent ook dat walging op een bepaalde manier gelijk staat aan haat, de normale tegenpool van liefde.” Hij voegt toe: meer onderzoek is nodig.

Zoals dat van Charmaine Borg (1981) van de Rijksuniversiteit Groningen naar de relatie tussen lust en walging. In december promoveerde ze bij Peter de Jong, hoogleraar experimentele psychopathologie. Borg ontdekte dat vrouwen, zowel gezonde vrouwen als vrouwen met seksuele problemen, een meetbare reactie van walging in de hersenen vertonen als ze foto’s zien van vaginale penetratie. Walging, concludeerde Borg, is de normale, automatische reactie die vrouwen hebben op het idee van penetratie. Die walging heeft als het ware een poortwachtersfunctie. Lust is de sleutel: gevoelens van seksuele opwinding zorgen ervoor dat de walging wordt opgeheven in prettige, veilige situaties, zodat vrouwen van seks kunnen genieten.

Maar bij vrouwen met seksuele problemen, zoals vaginisme of pijn bij het vrijen, slaagt de lust er niet in om de gevoelens van walging te overwinnen. Ook al niet doordat walging allerlei morele overwegingen en potentiële schaamtegevoelens activeert. Deze vrouwen kunnen seks gaan mijden, wat het probleem versterkt, als bij een fobie. Inderdaad is bekend dat bij diverse fobieën de patiënten niet alleen angst, maar ook walging ervaren.

Borg onderzocht vrouwen, maar sluit niet uit dat onoverwonnen walging ook een rol kan spelen bij mannen met seksuele problemen. „Maar vrouwen walgen over het algemeen sneller en vaker ergens van dan mannen”, zegt ze. „En vrouwen vinden het vervelender om ergens van te walgen. Dat heeft verschillende oorzaken. Om te beginnen hebben vrouwen meer lichaamsopeningen.” Het lichaam van een vrouw is gemakkelijker en op meer manieren binnen te dringen dan dat van een man, en juist het overschrijden van een lichaamsgrens kan walging oproepen. Vanwege infectiegevaar, denkt Borg: „Vrouwen lopen meer risico op seksueel overdraagbare aandoeningen dan mannen.”

Verder moeten vrouwen hun ongeboren kinderen beschermen. „We weten dat vrouwen in de luteale fase van hun cyclus, de twee weken na de eisprong, meer geneigd zijn tot walgen. In die periode is de gevoeligheid voor ziekteverwekkers relatief hoog omdat de afweer lager staat afgesteld.” Een eventuele bevruchte eicel zou zich in die periode kunnen innestelen en beginnen te ontwikkelen, en die moet van de afweer geen last krijgen (Hormones and Behavior, 2011). „En we weten ook dat de walgingsgevoeligheid in het eerste trimester van de zwangerschap hoog is, als moeder en foetus het kwetsbaarst zijn voor ziekte.”

Bovendien, zegt Borg, bereiken vrouwen door penetratie minder gemakkelijk een orgasme dan mannen. „Dat verklaart misschien waarom alle vrouwen met walging op penetratiefoto’s reageren zolang ze niet seksueel opgewonden zijn: de nadelen kunnen zwaarder wegen dan de voordelen.”

Momenteel onderzoekt Borg of mensen die ‘seksueel uitgehongerd’ zijn makkelijker seks hebben met mensen die ze anders seksueel zouden mijden. „Vaak wordt gezegd dat mannen in de gevangenis ineens seks hebben met andere mannen, terwijl ze dat erbuiten niet zouden overwegen. Wij vragen mannen om zich een week van seks te onthouden, en vrouwen twee weken, en kijken daarna waar deze mensen opgewonden van raken.” Ze heeft nog geen resultaten.

Verder wil ze onderzoeken hoe jonge kinderen walging leren; dat is totaal onbekend. En ze wil weten hoe kinderen hun walging overwinnen als ze op een bepaalde leeftijd lustgevoelens krijgen. „Als kinderen van een jaar of zes, zeven, mensen zien tongzoenen, zeggen ze ‘yuk!’ Wat gebeurt er met die walging als ze ouder worden?”

    • Ellen de Bruin