Eerste grote zege sinds 2001 moet van Terpstra zijn

Het is dertien jaar geleden dat Servais Knaven Parijs-Roubaix won. Wie volgt hem op als Nederlandse winnaar van een monumentale koers? De kenners zijn het erover eens: Niki Terpstra is de man die het moet doen.

Wie was de laatste Nederlandse winnaar van een klassieker? Het antwoord hangt af van wat je allemaal meetelt. Alle eendagskoersen in de World Tour, het hoogste niveau van het profwielrennen? Dan is het Robert Gesink (Belkin), die vorig jaar de sterkste was in de Grote Prijs van Quebec. Maar voor de puristen telt dat antwoord niet: die koers bestaat pas sinds 2010 en hoort slechts tot de World Tour omdat de internationale wielerunie UCI de sport wil verspreiden over de diverse continenten.

Moet het een koers met historie zijn? Dan is het Niki Terpstra (Omega Pharma-Quickstep), die eerder deze week de beste was in Dwars door Vlaanderen, georganiseerd sinds 1945. Maar ja, ook dat telt niet echt. Die wedstrijd is korter en minder zwaar dan de échte klassiekers.

Het eendaagse wielrennen kent vijf onbetwiste ‘Monumenten’, vanwege hun historie en hun complexiteit: Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. Winst in een van deze wedstrijden is eervoller dan welke andere eendagsoverwinning dan ook.

Het juiste antwoord luidt dan: Servais Knaven, die in 2001 Parijs-Roubaix won. De andere vier Monumenten werden zonder uitzondering voor het laatst door een landgenoot gewonnen in de jaren tachtig.

Nu het klassiekerseizoen is begonnen – Milaan-Sanremo achter de rug, zondag Gent-Wevelgem en volgende week de Ronde van Vlaanderen – luidt de vraag: breekt Nederland na dertien jaar de ban? Het voorseizoen was uitstekend, met onder meer drie etappezeges in Parijs-Nice, maar wie gaat de natie in vervoering brengen met een monumentale zege?

Vijf geraadpleegde kenners zijn het erover eens: Terpstra is de man die het moet doen, in Vlaanderen of Roubaix. De Noord-Hollander heeft twee grote voordelen, zegt Frank Kwanten van fietspromotiebureau First Echelon. „Hij is ontzettend slim en heeft een sterk team achter zich.” Maar dat sterke team is tegelijkertijd een nadeel, constateert oud-bondscoach Egon van Kessel. „Hij kan winnen, maar hij rijdt in dienst van Tom Boonen. In Dwars door Vlaanderen mocht hij voor zijn eigen kansen gaan, maar de Ronde van Vlaanderen is een ander verhaal.”

Hennie Kuiper was de laatste Nederlandse winnaar in de Ronde van Lombardije (1981) en Milaan-Sanremo (1985). Ook hij ziet in Terpstra een potentiële klassiekerwinnaar. „Hij verkeert in de vorm van zijn leven en heeft de juiste leeftijd, bijna dertig.” Maar, zegt oud-bondscoach Leo van Vliet: „Hij moet vooral een keer geluk hebben. Als hij derde kan worden in Roubaix, zoals vorig jaar, kan hij hem ook een keer winnen. Terpstra is uitzonderlijk goed in vorm. Hij kan een keer het goede moment kiezen en vooruit blijven.”

De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix worden de laatste jaren gedomineerd door de Zwitser Fabian Cancellara (Trek) en de Belg Boonen. Geen makkelijke concurrentie voor Terpstra. Maar, zegt Kwanten: als de Belg Johan Vansummeren en de Australiër Stuart O’Grady het in de voorbije jaren konden, moet het ook voor Terpstra een keer mogelijk zijn.

Behalve Terpstra wordt ook Bauke Mollema (Belkin) veel genoemd als kandidaat, maar dan voor Luik-Bastenaken-Luik, een koers die meer klimcapaciteiten vereist. De concurrentie is evenwel gigantisch. De Spanjaarden Alejandro Valverde (Movistar) en Joaquim Rodríguez (Katjoesja), de Belg Philippe Gilbert (BMC) en de Portugese wereldkampioen Rui Costa (Lampre) worden genoemd als grootste rivalen. Mollema kan zich in theorie met hen meten, maar is „geen echte winnaar”, stelt Van Kessel. „Meer een ronderenner dan een winnaar van eendagskoersen.”

En dan is er nog een derde kandidaat – een bijzondere. In potentie, erkent vriend en vijand, is Boom de beste Nederlandse renner voor de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Maar het is niet voor niets dat Terpstra meer kansen worden toegedicht. Van Kessel: „Boom heeft het meeste talent voor Vlaanderen en Roubaix, maar hij is al jaren een belofte. Hij had allang een van die koersen moeten winnen, en nu wordt het steeds moeilijker.” In Parijs-Nice kwam hij ten val en liep hij een scheurtje op in zijn rechterelleboog. De vraag is, zegt Van Vliet, of hij al weer „competitief genoeg” is.

Andere namen werden ook wel genoemd, van Robert Gesink (Belkin) tot de twee ritwinnaars in Parijs-Nice, Moreno Hofland (Belkin) en Tom-Jelte Slagter (Garmin). Maar die laatste twee zijn nog „te jong”, denken de meesten.

De kandidaten zijn er, maar gaat het ook echt een keer gebeuren? Je ziet, zegt Kuiper, steeds Nederlanders in beeld. „Zoals Maarten Tjallingii en Marc de Maar, die samen voorop reden in Milaan-Sanremo. Dat is positief. Als er één Nederlander goed rijdt, gaan de anderen het ook doen.” De ploegen, zegt Kwanten, zijn minder bezig met het uitblijven van grote successen dan de fans en de media. „Ze zien de goede prestaties van Nederlanders in kleinere koersen en weten: die doorbraakoverwinning komt er vanzelf.”

    • Derk Walters