Drie redenen om Wilders wél en drie om hem niet te vervolgen

Het Openbaar Ministerie beslist binnenkort over eventuele vervolging van Geert Wilders. De kans op veroordeling is redelijk groot, zeggen juristen. Moeten we dat ook willen?

PVV-Kamerlid Fleur Agema en partijleider Geert Wilders. Foto Pierre Crom

Vanwege de stroom aangiften tegen Geert Wilders wordt bij het Openbaar Ministerie momenteel gewikt en gewogen over zijn eventuele vervolging. Volgens juristen is de kans op een veroordeling om zijn uitspraken over ‘minder Marokkanen’ redelijk groot.

Moeten we het ook willen, strafrechtelijke vervolging van Geert Wilders? Schiet de samenleving er wat mee op? Daar wordt heel verschillend over gedacht.

Ook het OM moet deze afweging maken. De officieren van justitie kijken niet alleen naar de juridische haalbaarheid van de zaak, ze wegen ook het algemeen belang daarvan mee. Daarom geven diverse deskundigen hier argumenten voor en tegen vervolging van Geert Wilders.

Voor

1 De gelijkwaardige status van Marokkaanse Nederlanders moet ondubbelzinnig door de overheid worden gegarandeerd.

Marokkaans-Nederlandse kinderen die aan hun ouders vragen of ze nu het land uit worden gezet. Dat was volgens het Jeugdjournaal deze week het effect van Wilders’ uitspraak, voor een enthousiaste menigte in een Haags café, dat hij „minder Marokkanen” wel even ging „regelen”. Artikel 137 c van het Wetboek van Strafrecht stelt opzettelijke belediging van een groep mensen in het openbaar strafbaar. „Dat artikel is bedoeld om uitlatingen tegen te gaan die morrelen aan de gelijkwaardige status van mensen. Wilders heeft nu precies gedaan wat volgens de wetgever niet mag: van een groep mensen zeggen dat hun soort van minder allooi is”, zegt Theo Rosier, universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Het moet volgens hem voor mensen wel mogelijk blijven hun beklag te doen over wangedrag door Marokkaans-Nederlandse jongens. Rosier: „Mensen in achterstandswijken zullen bij het uiten van hun grieven al snel ongenuanceerd gaan kankeren op ‘die kut-Marokkanen’. Dat moet je niet strafrechtelijk vervolgen. Wat Wilders doet, is van een hele bevolkingsgroep zeggen dat er minder van moeten zijn. Dat vraagt om een gerechtelijke uitspraak die Marokkaanse Nederlanders hun status als gelijkwaardige burger garandeert. Zodat ze weten dat ze veilig zijn en dat overheidsinstanties ingrijpen als er ergere dingen dreigen te gebeuren.”

2 De wet moet worden gehandhaafd, zodat dit soort beledigingen in de toekomst wordt voorkomen.

Juristen noemen dit de ‘norm- demonstratie’. Ook een lichte straf, bijvoorbeeld een geldboete, zal effect hebben, denkt Göran Sluiter. Hij is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Ik verwacht dat mensen dan voortaan beter op hun woorden zullen letten. Politici mogen extra veel zeggen, maar ook voor hen zijn er grenzen. Het buitenland zal bovendien van Nederland verwachten dat internationale verdragen over uitbanning van rassendiscriminatie daadwerkelijk worden gehandhaafd.”

3 Eindelijk moet eens duidelijk worden waar de grenzen precies liggen. In de vorige rechtszaak tegen Geert Wilders oordeelde de rechtbank in Amsterdam dat zijn uitspraken over de islam niet haatzaaiend waren, omdat ze een ‘krachtversterkend element’ zouden missen. „Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of een groep ‘minder Marokkanen’ laten scanderen dat wel is”, zegt Aernout Nieuwenhuis, universitair hoofddocent staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Het zou goed zijn als op dit soort vragen eens antwoorden komen, eventueel in een zaak die tot aan de Hoge Raad wordt uitgevochten.”

Tegen

1 Niet rechters, maar politici moeten de grenzen aangeven. Partijen die het oneens zijn met Wilders moeten hem veel feller politiek bestrijden. Dan weten Marokkaanse Nederlanders dat ze gesteund worden door een groot deel van de Tweede Kamer en daarmee door een groot deel van de samenleving. „Dat is tot nu toe veel te weinig gebeurd”, zegt socioloog en publicist Merijn Oudenampsen. „Dan krijg je dat mensen zich gaan wenden tot de rechter, terwijl die zich zo min mogelijk met de politiek moet bemoeien. Het heeft weinig zin een rechter te laten oordelen over ideeën die bij een flinke minderheid in de samenleving leven. Een rechter kan moeilijk een halve samenleving veroordelen. Alleen in zeer extreme gevallen, zoals bij het oproepen tot geweld, moet de rechter zich ermee bemoeien.”

Ook publicist en historicus Zihni Özdil vindt dat de vrijheid van meningsuiting alleen mag worden ingeperkt bij smaad, laster en oproepen tot geweld.

2 Vervolging van alleen Wilders is hypocriet, aangezien ook andere politici discriminerende uitspraken deden.

„In Utrecht werd kickboksen voor Marokkaanse jongens gesubsidieerd. Dan kunnen ze je blijkbaar nog beter raken”, aldus premier Rutte in tv-programma Buitenhof.

„Het klopt dat het vooral Marokkanen zijn. Deze jongens hebben een etnisch monopolie op dit soort overlast gekregen”, aldus PvdA-leider Samsom in NRC Handelsblad.

Andere politici schurkten tegen Wilders aan en deden ook discriminerende uitspraken, zegt Zihni Özdil. „Wilders oogst haat die niet alleen door hem is gezaaid. Het is hypocriet om alleen hem te vervolgen.”

3 Zo geeft de overheid één politicus een enorm podium om zijn populariteit verder uit te bouwen.

Volgens Özdil trapt het Openbaar Ministerie met open ogen in de val die Wilders heeft opgezet als het tot vervolging overgaat. „Wilders volgt bewust dezelfde strategie als Jean-Marie Le Pen eerder in Frankrijk deed. Wilders kent ook die peiling van EenVandaag waaruit zou blijken dat 43 procent in Nederland het inhoudelijk met hem eens is als het gaat om ‘minder Marokkanen’. Als hij wordt vervolgd, gaat hij helemaal los bij die 43 procent. Hij zal zeggen dat hem de mond wordt gesnoerd om zo nog groter te worden. Bovendien is hij nu af van al die dissidenten binnen de PVV die toch al weg wilden.”