Digitale zelfbevestiging

Maandag 24 maart 2014, een zeer belangrijke dag in de vaderlandse geschiedenis. Op weg naar mijn werk in het centrum was ik tegen een uur of tien in lijn vijf gestapt, nadat Google me had verzekerd dat ik maar een kleine omweg hoefde te maken. Maar ik vertrouwde het niet. Op weg naar de halte had ik al een colonne donkerblauwe, gepantserde auto’s van de ME voorbij zien komen en de lucht was vol geraas van helikopters. Het deed me denken aan de dagen van ‘Geen woning geen kroning’, de stadsoorlog in 1980. Maar dit rumoer had een vreedzame context. President Obama ging de Nachtwacht bekijken.

En verdomd, binnen een paar minuten kwam de tram. Die zat vol pubers, de meerderheid meisjes, in staat van ongebruikelijke opwinding. Naarmate we dichter bij het Museumplein kwamen, nam het lawaai toe. Dan komt er in de Van Baerlestraat een stukje van een paar honderd meter waar je vol uitzicht op het Rijksmuseum hebt. In de tram ontstond een wild, chaotisch bewegen. Al die kinderen wilden met hun iPad of een ander wonderapparaat een foto van zichzelf maken en, wie weet, met de president. Leuk voor later, zei je vroeger. En nu: ik heb een selfie gemaakt met Obama. Ga ik gauw op internet zetten.

De volgende dag had Het Parool op pagina drie interviewtjes met zes dames die waren uitverkoren om de president een hand te geven. De jongste, 13, zei: „Ik ga mijn hand nooit meer wassen.” Bovendien had de krant op de voorpagina een afdrukje van de voorpagina van The New York Times en zes andere wereldkranten met een foto van de president staande voor de Nachtwacht. Een selfie met mij, de Nachtwacht en de machtigste man ter wereld, dat zou het mooiste zijn. Ik dacht weer eens aan Andy Warhol (1928-1987). „In de toekomst zal iedereen 15 minuten wereldberoemd zijn”, heeft hij gezegd.

Dit historisch kwartier nadert steeds sneller. Het is pas goed begonnen toen de televisie massamedium werd. Ik bewaar een pagina uit The Illustrated London News van 20 augustus 1955; drie getekende plaatjes. Op het eerste zie je een jongeman die peinzend naar buiten kijkt. Hij denkt: ‘Ik ga eens de tuin in om naar een vogel te kijken.’ Tweede plaatje. ‘Maar eerst moet ik een televisiefilmpje laten maken waarop je ziet hoe ik in de tuin naar een vogel sta te kijken.’ Derde plaatje. Een televisiescherm waarop je ziet dat hij in de tuin naar een vogel kijkt. Hij denkt: ‘En nu ik naar dat filmpje ‘van mijzelf op de televisie kijk, besef ik pas werkelijk dat ik naar een vogel in de tuin heb gekeken’.

Nog een voorbeeld van televisiemacht; een tekening van Stefan Verwey in de Volkskrant van 4 november 1995. Op de voorgrond in een hoekje zit een oma uit een sprookjesboek voor te lezen, voor een camera en een microfoon. Onzichtbaar voor haar ligt haar kleinzoon in zijn bedje naar de televisie te kijken, naar zijn oma die voorleest. ‘Heel, héél lang geleden...’ Ja, heel, heel lang geleden gingen natuurvrienden gewoon de tuin in, zaten oma’s naast het bed van hun kleinkind voor te lezen en vergaapten liefhebbers zich aan beroemdheden, zonder selfie. Toen is in de negentiende eeuw door Louis Daguerre de fotografie uitgevonden. Dat was het nieuwe begin. Daarna heeft het nog een jaar of 130 geduurd voor de televisie volkseigendom was geworden. En sinds een jaar of twintig beleven we de digitale revolutie.

Toen er nog geen fotografie bestond, kon je een portret van jezelf laten schilderen. Over het resultaat had je vaak niet veel te zeggen; het lag aan het talent van de schilder hoe je voor de eeuwigheid tevoorschijn kwam, en misschien aan de hoogte van je honorarium. Veel historische portretten zijn van mensen die het uitstekend met zichzelf hebben getroffen. Onder de zelfportretten zijn die van kunstenaars die aan zichzelf twijfelen buitengewoon schaars.

De fotografie heeft alles veranderd, maar geleidelijk. De mensen die volgens de techniek van Daguerre werden geportretteerd, kijken behoorlijk zelfverzekerd. Geen wonder, ze hadden tijd genoeg om hun gezicht in de plooi te trekken. De volgende fase in de revolutie is begonnen met de vervolmaking van de zelfontspanner. Daardoor werd je in staat gesteld jezelf volgens je eigen wensen te vereeuwigen. En toen kwam de digitale revolutie. Die is nog lang niet afgelopen. De apparatuur wordt steeds verfijnder, geraffineerder. Met steeds kleiner en sneller werkende machientjes kunnen we alles vastleggen. En hetzelfde doet de overheid. Zo ontstaat er een gigantisch waterhoofd van administratie. De diepste oorzaak daarvan, denk ik, is onze behoefte aan glorieuze zelfbevestiging. En misschien zijn we nu aan de inflatie van de zelfbevestiging begonnen.