Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Die top ging niet over ons

Correspondent Den Haag Tom-Jan Meeus

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: waarom kijken we in Nederland niet wat meer naar buiten?

illustratie hajo

Weinig gelezen over de top van de nucleaire industrie, die je deze week ook had – in Amsterdam. Daar hadden de media natuurlijk geen tijd meer voor. Topoverschot. Nucleaire top in Den Haag, G7 in Den Haag, dat fotomoment voor The Night Watch in het Rijksmuseum: het moest niet te gek worden natuurlijk.

En misschien, al betwijfel ik het, speelde mee dat Exelon laat afzegde. Exelon: de grootste kernenergieproducent in de VS die vorige week nog op de deelnemerslijst stond. Boeiend bedrijf als je wilde begrijpen waar die Haagse nucleaire top eigenlijk vandaan kwam.

Exelon exploiteert niet alleen ontelbare kerncentrales in de VS, het is óók het bedrijf dat Barack Obama in het begin van zijn carrière, ver verwijderd van het Witte Huis, financieel op Amerika’s politieke kaart zette.

Harper’s becijferde in 2006 dat Exelon Obama destijds al zo’n 75.000 dollar had toegestopt. Cruciaal voor zo’n jonge senator, want hoe goed je ook bent – zonder grote donoren bereikt een beginnend politicus weinig in dat grote land. En voor niets gaat de zon op. Dus toen Obama, net in de Senaat, in 2005 moest oordelen over een voorstel dat nadelig was voor grote energieproducenten, reconstrueerde Harper’s, stemde hij, anders dan bijna alle Democraten, zoals Exelon wilde: tegen.

Later verbeterden zijn banden met Exelon. Zijn campagnestrateeg, David Axelrod, was eerder consultant bij Exelon. Zijn eerste stafchef in het Witte Huis, Rahm Emanuel, was de bankier die de fusie initieerde waaruit Exelon ontstond. Een van zijn beste vrienden, John Rogers, tevens een topfondsenwerver, is commissaris bij Exelon. Medewerkers van Exelon doneerden het record van 395.000 dollar voor Obama’s campagnes, berekende The New York Times in 2012.

Niemand zal betwisten dat non-proliferatie van nucleair afval in ieders belang is. Evengoed is het nuttig te weten dat het ook de belangen van een bedrijf als Exelon dient, dat uitblinkt in het te gelde maken van nucleaire veiligheid.

Dus toen Obama in 2010 als president de eerste nucleaire veiligheidstop organiseerde, in Washington, kon je al opvangen dat dit voor hem een manier was iets terug te doen voor Exelon.

In Nederland zou een politicus verontwaardiging oogsten met goede bedoelingen die gelijktijdig een bevriend bedrijf helpen. Niet in de VS. Daar is dit nogal normaal: onderzoeksjournalisten hebben daar bovenstaande feiten in duizenden details beschreven: zo zijn ze. Zelden is er rumoer van gekomen.

Amerikanen geloven nu eenmaal niet in goede doelen als er geen geld mee te verdienen valt. Daarom heeft bijna elke Amerikaan meteen door dat zo’n goed doel, zeker als de president er druk mee is, niet op zichzelf staat: het is altijd óók een inkomstenbron.

Dus het was mooi dat de natie deze week zo tevreden was met die top, en voor Rutte en het Rijksmuseum was het natuurlijk fantastische promotie – maar het bleef frappant dat deze context onbenoemd bleef. Het deed me denken aan het gesneefde industrieconglomeraat RSV, waar ze in de jaren ’70 niet doorhadden wat hun Amerikaanse partnerbedrijf inzake kolengravers van plan was. MMWOPS heette dit: Making Money While Other People Sleep.

Het zegt natuurlijk ook iets over ons internationalisme. Je kunt je afvragen wat dit voorstelt als je er niet in slaagt beweegredenen van bondgenoten werkelijk te doorzien. Als zo’n top naar Nederland komt en Nederland denkt: dit gaat over ons.

Ik geloof niet dat het veel te maken heeft met dat zogenaamde terugtrekken achter de dijken. Spreek studenten en geen uithoek in de wereld is nog taboe. Paasvakantie in Teheran, weekendje Istanbul. Het heeft, vermoed ik, meer te maken met die selfiecultuur: het eigen ego als de maat der dingen. Verplaats dat naar de internationale verhoudingen en alles begint en eindigt vanzelf in eigen land.

Ook versterkt dit de kans het debat met oneigenlijke buitenlandse voorbeelden te voeden. Zo mocht Arnold Heertje deze week in de Volkskrant tekeergaan tegen de PvdA. Die zou geen oog hebben voor de groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid. Terwijl in de VS talrijke boeken over deze schrikbarende trend verschijnen. Dit was hier ook aan het gebeuren, schreef hij, en daar hoorde je de PvdA niet over. (De nivelleringsafspraken uit het regeerakkoord waren de 80-jarige econoom kennelijk ontgaan.)

Zijn stelling was überhaupt dunnetjes. De 10 procent best verdienende Amerikanen ontvangt bijna 50 procent van het nationaal inkomen. De 10 procent best verdienende Nederlanders incasseert daarvan 30 procent. Nogal een verschil. Dus de ongelijkheid in Nederland vergelijken met die in de VS komt gevaarlijk dicht bij feitenvrije argumentatie: internationalisme als alibi voor demagogie.

Er was meer op dat stuk aan te merken. Langs SP-lijnen keerde Heertje zich tegen de vermarkting in zorg, onderwijs en woningbouw – maar helaas: de econoom zei twintig jaar terug, toen het erop aankwam, precies het omgekeerde. Uit een NRC-interview in 1994: „Privatisering en overhevelen van besluitvorming (-) zijn methoden waarbij de efficiëntie wordt verbeterd en het dienstbetoon aan burgers kan worden verbeterd.”

Over internationalisme gesproken: inzake Wilders valt steeds weer op hoe frappant klein de ontvankelijkheid voor analyses uit het buitenland is. Van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur, die zei dat Wilders’ opvatting „niet in overeenstemming is” met „de waarden” die dit land en de VS delen, werd meteen vermeld dat hij nog moest leren: geen beroepsdiplomaat.

Evengoed zouden de meeste Republikeinen eenzelfde analyse maken. Nieuwsuur gaf vorige week Matt Steinglass het woord, briljant analist van Amerikaanse politiek in The Economist. „Je kunt een Amerikaan helemaal niet uitleggen waarom hij niet extreem-rechts zou zijn”, zei Steinglass over Wilders.

Dus wat Wilders’ supporters hier stelselmatig ‘demoniseren’ noemen, is in de VS zo’n beetje de standaardanalyse van zijn politieke opereren.

Zo internationalistisch is het hier: zodra de analyse van buiten niet bevalt, is die natuurlijk meteen niet meer serieus te nemen. Het was trouwens ook bijzonder hoe deze week Wilders’ mededeling dat de PVV „eendrachtig” verder gaat gewoon weer onweersproken bleef.

Terwijl de man die eendracht zelf al jaren ondermijnt. Zo leert interne correspondentie dat hij de nummers zeven, zes en vijf van de Europese lijst eerder, in sms’jes aan collega’s, respectievelijk „een enorme domme olifant”, een „driftkop”, alsmede een „rare vogel” en „zeurpiet” noemde. Steeds lagen er futiliteiten aan ten grondslag, maar de PVV-leider is nu eenmaal door het minste van zijn stuk gebracht.

Iedereen heeft ermee te maken – ook iemand als Martin Bosma. De man die zich wist te positioneren als Wilders’ ideoloog, haalde deze week ongenadig uit naar een RTL Nieuws. „Walgelijk”, zei hij over het commentaar waarmee de hoofdredactie van RTL vorige week Wilders bekritiseerde. „Jullie hebben definitief duidelijk gemaakt dat jullie geen journalistiek product meer zijn.”

Toen ik het terugzag dacht ik: zo doen mensen die zelf steeds door hun baas worden uitgescholden. Zo is er een sms’je dat Wilders Bosma stuurde nadat hij in 2011 het idee steunde de portefeuille van toenmalig Kamerlid Hero Brinkman (later uit de PVV gestapt) ten dele over de hevelen aan Bontes (idem).

„Martin/Louis”, sms’te Wilders destijds Bosma en Bontes, „wat jullie (-) achter de rug van mij als fractievz om hebben gedaan ervaar ik als mes in mijn rug.” Het mes in de rug: eeuwige interne Wilders-klacht. Ze lachen er al jaren om in de PVV. „Jullie sneaky actie”, ging de leider 5 maart 2011 door, „is gevaarlijker voor de pvv dan diegene die jullie willen aanpakken en naar mij toe unfair en achterbaks.” Dit soort eendracht heeft hij in het verleden dus gezaaid: good luck wit that, zou een Amerikaan zeggen.

Het is de parallel met dat andere grote nieuwsverhaal deze week: zoals er maar geen grote publieke (en media-)belangstelling wil ontstaan voor de werkelijke Wilders, zo geldt dat voor de werkelijke beweegredenen van onze bondgenoten. Wat dan resteert is het buitenland als middeltje om met jezelf te pronken. Wij werken samen maar verdiepen ons niet in u. Nu graag iedereen op de foto. Klik. Mooi zeg. Klikklik. Wat een plaatje.

    • Tom-Jan Meeus