Deze G8 toont verantwoordelijk burgerschap

Menno Lievers vindt de G8 van de Filosofie ‘vrijblijvend gespeculeer’. Nu is juist het aardige aan vrijblijvendheid dat het onschadelijk is. In het ergste geval hebben de deelnemers zich verveeld. Het lijkt erop dat Lievers vooral angst heeft dat onze beroepsreputatie in gevaar komt door ‘loze praatjes’.

Filosofen kunnen inderdaad gevaarlijke fantasten zijn. En daarom is het verstandig onszelf, als het gaat om alledaagse zaken, enige verantwoordelijkheid te ontzeggen. Je kunt beter de ANWB bellen dan wachten tot een filosoof een lekke autoband vervangt. Natuurlijk kunnen filosofen soms verstandige ouders, managers en zelfs succesvolle politici zijn – de Engelse premier, David Cameron, is een getraind filosoof. Filosofen kunnen beter geen uitspraken doen over problemen waar bestaande expertise te vertrouwen is.

De G8 van de Filosofie nodigt ons uit nieuwe gesprekken aan te gaan over hoe we de wereld zouden willen inrichten. Zomaar doormodderen en doen alsof onze bestaande concepten (inclusief nogal wat theorieën in de sociale wetenschappen) de afgelopen tien jaar niet door de mand zijn gevallen, is geen aantrekkelijke optie. Dat hiervoor, door slimme marketing, op relatief grote schaal aandacht bestaat, is vanuit verantwoordelijk burgerschap alleen maar toe te juichen.

Filosofie lijkt vaak een heel abstracte intellectuele bezigheid, en is sinds de tijd van Socrates een makkelijk doelwit van satire. Maar in essentie generen, articuleren en analyseren filosofen de kaders en ideeën die al ons handelen aansturen en begrip geven.

Kortgezegd, de filosoof bedenkt hoe de wereld eruit kan en zou moeten zien, terwijl iedere andere wetenschapper de wereld beschrijft zoals deze is.

Soms hebben we gewoon nieuwe concepten nodig om onze alledaagse ervaringen te duiden of te verwoorden en daardoor maatschappelijk bespreekbaar te maken. Soms is een nieuw concept de aanzet tot een nieuwe of betere wetenschap.

Dus, hoewel academische filosofen de conceptuele specialisten zijn, kan filosofie overal opduiken: bij doorbraken in de wetenschappen, bij nieuwe denkwijzen in de kunsten, bij politieke vernieuwingen, en natuurlijk bij veel ethische kwesties in de zorg en samenleving.

Toen ik na mijn Amerikaanse wetenschappelijke carrière terugkeerde naar Nederland viel het me meteen op dat de professionele, universitaire filosofie in de Lage Landen in een permanente open dialoog met de wetenschappen en de maatschappij staat. Zuivere speculatie gedijt slechts zelden in de polder (dat vind ik soms jammer), maar probleemgericht denken floreert hier.

Ook in de samenleving groeit de interesse in filosofie, met zelfs een hype aan cursussen. Filosofie Magazine is al jaren het succesvolle uithangbord hiervan.

Menno Lievers slaat echt een beetje door: de G8 zal, meent hij, de „salonfähige pseudo-intellectueel” een platform voor „gezwam” geven. Nu geef ik toe dat, toen de namen van de G8 bekend werden, ik slechts van vier van de acht denkers iets had gelezen. Maar het oordeel van Lievers doet me vermoeden dat hij nog minder gelezen heeft.

Noodzakelijk goed

Natuurlijk staat de G8 van ‘topdenkers’ onder academische filosofen niet in het hoogste aanzien. Maar waren de topacht academische filosofen uitgenodigd, dan zou het weinige publiek na een minuut of tien weglopen. Wat de G8 juist bijzonder maakt, is hun talent om leken te interesseren voor ingewikkelde zaken, zonder de complexiteit verdoezelen. Dat is een vak apart, en in een democratie een noodzakelijk goed.

Een aantal van de genodigden op de G8 (Gabriel, Mouffe, Bauman, Gray en zelfs Sloterdijk) is naast hun deelname aan het publieke debat in doorlopende discussie met academische filosofen verwikkeld. Blijkbaar is Lievers geen fan van hun soort filosofie, maar het is onduidelijk op welke autoriteit zijn neerbuigendheid jegens hen is gebaseerd.

Lievers beweert: „Voor een filosofische uitspraak moet je een logisch geldig bewijs leveren dat uiteindelijk berust op intuïtief onweerlegbare premissen.” Zulke premissen zijn in de filosofie, na enkele duizenden jaren zoeken, nog steeds niet gevonden. Als hij zijn eigen argumenten serieus zou nemen, zou Lievers eigenlijk zijn mond moeten houden.

Het lijkt erop dat deze uitspraak vooral bedoeld is om anderen de mond te snoeren. Ik gun collega Lievers zijn gewenste stilte, maar voor een goed gesprek is ook wel wat te zeggen.

Als in het publieke debat alleen maar feiten en logische redeneringen mogen regeren, kunnen we dat het beste aan de technocraten van het Centraal Planbureau toevertrouwen. Maar sinds het begin van de financiële crisis beseffen we dat die ook niet weten wat komen gaat.

Dus is het verstandig om wat meer ruimte aan goed geïnformeerde speculatie te gunnen.