De snelweg naar burnout

We zijn altijd ‘ingeklokt’. Maar waarom werken we? Is het uit discipline of zoeken we gezelschap? Of geld? Zoek dat eerst uit, meent Damon Young.

Eindelijk slapen onze twee kinderen. Op onze tenen sluipen we naar de woonkamer. Ik zucht. Mijn vrouw Ruth gaapt. Het is negen uur. Vandaag raakte werk en gezin weer eens verstrengeld. Ik schreef een luchtig stuk voor een literair tijdschrift, sprak op de radio, las Georg Simmel over het leven en Ted Cohen over grappen, verstuurde en ontving veertig (alledaagse) e-mails, skypete met mijn Europese agent en zeurde bij kranten om betaling van nota’s.

Tussendoor voerde ik zeven gesprekken over Lego en My Little Pony, depte ik twee bebloede knieën, wilde mijn dochter haar avondeten niet opeten en wilde mijn zoon zijn huiswerk niet maken. Tenslotte stoeide ik in de garage ook nog wat met gewichten.

En nu ben ik klaar. De laatste anderhalf uur van deze dag wil ik rust en een beetje intimiteit.

Maar dan begint het: e-mails. Bij mijn Nederlandse uitgever zitten ze klaarblijkelijk aan hun bureau en dus krijg ik mails over voordrachten, vluchten en hotels.

„Neem me niet kwalijk”, zeg ik tegen Ruth. „Het is maar ...”

Dan schuiven ze bij de Engelse uitgever achter hun bureau. Meer e-mails, meer deadlines, meer skype. Mijn hoofd gaat omlaag, mijn bloeddruk omhoog. Zolang ik wakker ben, ben ik beschikbaar – waarna het werk me weer handig uit de slaap houdt.

Deze ritmes horen bij de mondiale economie. Er is minder werkzekerheid, deels doordat multinationals voor goedkope arbeid, mildere milieuwetgeving of belastingvoordelen naar andere landen en continenten kunnen uitwijken. Rechtstreekse communicatie, vierentwintig uur per dag, vergroot de omvang en snelheid van de markt en vereist snellere reacties van bedrijven.

Ondertussen wordt de verzorgingsstaat vaak ontmanteld. Werknemers kunnen dieper én sneller vallen. Iedereen wordt bang. En dat heeft zijn nut.

Want in deze markt wordt vrije tijd als een bedreiging voor de winst beschouwd, zoals ook de indruk niets te doen een bedreiging voor carrières vormt. Eens beklaagden werkgevers zich over het absenteïsme, nu gaat de aandacht uit naar het ‘presenteïsme’: werknemers die ook komen werken als ze ziek of uitgeput zijn, of problemen thuis hebben.

Kortom, werknemers zijn beschikbaar – net als alle andere productiemiddelen. Gezien worden getuigt immers van loyaliteit en productiviteit. En het wekt de indruk dat we niet kunnen worden afgedankt.

Worden werknemers niet in hokjes of achter glas geobserveerd, dan worden ze tenminste elektronisch aangestuurd en gecontroleerd: via telefoon, mail, Skype, Twitter en Facebook.

Maar medewerkers kunnen ook de voortdurende prikkeling van digitale media nodig hebben. Psychologen beschrijven het ‘versterkingsschema van de variabele interval’ bij het gokken: willekeurige beloningen leiden tot dwangmatig gedrag.

Eenzelfde ziektebeeld ontstaat bij het internet: we raken verslaafd aan de hardnekkige maar onvoorspelbare prikkels. Wetenschapper Jaan Panksepp schrijft over die ‘zoekende’ gemoedstoestand. We krijgen geen kick van het vinden maar van het zoeken: we klikken van de ene naar de andere website, scrollen urenlang op Facebook.

Nu is er niets mis met zoeken, maar het kan wel een verlangen naar het zoveelste onmisbare nieuwigheidje worden.

Hierdoor zijn veel werknemers niet alleen hun hele werkdag online – ook thuis of op vakantie kunnen ze de knop niet omdraaien. Uit een rapport van het Amerikaanse bedrijf Good Technology blijkt dat tachtig procent van de ondervraagde Amerikanen wekelijks ‘bijna een volle werkdag extra’ aan elektronische overuren maakt. Australiërs verrichtten onlangs in één jaar tijd twee miljard uur onbetaald werk. (Waarbij een op de drie op het toilet over internet surfte.)

Het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt een ‘burn-out’ – het tegendeel van betrokkenheid bij het werk – bij een op de acht werknemers. Natuurlijk heeft een burn-out niet alleen met overwerk of techniek te maken – deze kan zich ook voordoen bij botsende waarden, een gebrek aan zelfstandigheid en middelen en slechte werkverhoudingen.

Maar een voortdurende beschikbaarheid kan de betrokkenheid verzwakken en minder tijd laten voor bezinning op professionele waarden, beroepskeuzevrijheid of goed gezelschap. Als we altijd zijn ingeklokt, verliezen we ons vermogen anders te denken en te doen. Dat kan leiden tot chronische angst, slapeloosheid, uitputting en ziekte – om nog te zwijgen van beschimmelde vriendschappen en verstoorde gezinnen.

Zieke, cynische en vermoeide werknemers zijn minder productief en winstgevend. Sommige bedrijven hebben daarom hun beleid inzake het gebruik van technologie aangepast. Autofabrikanten Volkswagen en BMW hebben bijvoorbeeld nieuwe regels voor de ‘rusttijd’ ingevoerd. VW stuurt kort na werktijd geen mails meer door; BMW heeft zich verbonden aan een cultuur die „de grenzen van werktijden en bereikbaarheid naar waarde schat”. Het Duitse ministerie van Arbeid ten slotte, heeft zijn leidinggevenden opgedragen „minimaal inbreuk te plegen” op de vrije tijd van werknemers.

Deze maatregelen zijn een welkome verandering in de oppervlakkige mantra’s van bovenmenselijke arbeid.

Maar werk moet de werknemers ook uitdagen; zij moeten deel uit willen maken van een stimulerende, respectvolle, spannende werkomgeving. In 2009 verwoordden de Utrechte hoogleraar psychologie Wilmar Schaufeli en zijn collega’s dat zo: „Het is niet genoeg om burn-out te voorkomen, het is noodzakelijk om nog verder te gaan en bevlogenheid te bevorderen”.

Psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi betoogt iets dergelijks, met zijn werk aan de flow: Wij zijn gelukkiger met taken die onze vaardigheden beproeven, doorlopend feedback geven en een duidelijke richting hebben. Bij werk dat monotoon, te gemakkelijk of te moeilijk is, of dat nergens toe lijkt te leiden, zakken we weg.

Kortom: het is niet voldoende om e-mail of Twitter uit te schakelen. We hebben ook boeiend werk nodig, en de opleiding, infrastructuur en inzet om dit goed te doen.

Maar we moeten ook bedenken waaróm we werken. Welke visie op het menselijk welzijn is met onze arbeid gediend? In welk opzicht is dit werk waardevol?

Werk kan een manier zijn om onszelf discipline op te leggen. Het kan ook een ethisch project zijn: een Kantiaanse plicht. Het kan ons gezelschap opleveren, of gewoon geld voor verkochte vrije tijd.

Hebben we geluk, dan kan werk een leven lang onze nieuwsgierigheid belonen. Dat moeten we allereerst uitzoeken. En daar moeten we tijd en energie voor opeisen.

En ja, dat is een avondje verloren intimiteit wel waard.