De man die het afluisteren groot maakte

„Oud-president Carter kan weer gerust e-mails sturen. De realiteit is: wij lezen zijn e-mails niet.” Dat zei Keith Alexander, scheidend directeur van de Amerikaanse geheime dienst NSA, dinsdag tegen Fox News. „Ik zou veel meer respect krijgen als we het wel zouden doen, maar we doen het niet.” De generaal reageerde op een uitspraak van Carter die had gezegd alleen nog brieven te sturen.

Voor een man die van onzichtbaarheid zijn levenswerk had gemaakt, was Keith Alexander in het laatste jaar van zijn carrière heel veel in de media Volgende week gaat hij met pensioen.

In de acht jaar dat de generaal, afgelopen zomer, aan het hoofd stond van de NSA had hij de dienst uitgebouwd tot een mondiaal opererend hack-imperium waar vrijwel niemand van wist. Maar de NSA en daarmee Keith Alexander raakten in juni hun onzichtbaarheidsmantel kwijt door tovenaarsleerling Edward Snowden. Na negen maanden nieuws over haar vergaande surveillance-activiteiten is de NSA nu de beruchtste geheime dienst ter wereld.

Volgens The Wall Street Journal bood Alexander meteen na de eerste onthullingen zijn ontslag aan, maar dit werd door president Obama geweigerd. Alexander moest daarom de vernederingen ondergaan van hoorzittingen in het Congres, van mondiale publieke verontwaardiging en van openlijk regeringsonderzoek. Zijn gezicht is voorgoed verbonden met het demasqué van de NSA.

Volgens Alexander heeft de dienst niets onwettigs gedaan maar hebben wat hij ‘de medialekken’ noemt, gezorgd voor een verkeerd begrip bij het publiek. In oktober zei hij tegen The New York Times dat daarom een strenge mediawet noodzakelijk is. Het zal de NSA volgens Alexander jaren kosten om de schade te herstellen die de dienst is toegebracht.

Alexander houdt staande dat alles wat de NSA doet juist in het belang is van de burger. „Ik denk dat wij heel goed werk verrichten”, zei hij in hetzelfde interview. „Wij doen meer om de burgerlijke vrijheden en de privacy van mensen te beschermen dan ze ooit zullen weten.”

De generaal gaat met pensioen op het moment dat duidelijk wordt dat de NSA op één terrein niet op de oude voet door kan gaan: zowel de regering Obama als een meerderheid in het Congres vinden dat het lukraak opslaan van telefoongegevens van Amerikanen moet stoppen. Tegen Fox News zei Alexander dat hij dit een goede zaak vond, maar in oktober was hij er nog fel op tegen. Toen zei hij dat de NSA „liever klappen van het publiek incasseerde” dan dat het een programma zou opgeven „met een aanval op dit land als gevolg”.

Alexander (1951) werd opgeleid aan de militaire academie van West Point, bekwaamde zich in cyber-oorlogvoering en gaf al snel leiding aan grote spionage-eenheden. Al in Irak en Afghanistan wilde hij ieder telefoontje, elke e-mail opslaan, zei een voormalig collega aan The Washington Post. „In plaats van een naald in een hooiberg te zoeken, was zijn aanpak: laten we de hele hooiberg verzamelen.”

Alexander trok veel macht naar zich toe. In 2010 werd hij ook directeur van de U.S. Cyber Command, die Amerikaanse netwerken moet verdedigen tegen cyberaanvallen. „Daarmee is hij de enige man die een probleem op de agenda kan zetten met zijn inlichtingenafdeling en vervolgens een oplossing kan aandragen met zijn militaire afdeling,” zei een officier tegen The Washington Post.

Cyber Command wordt in verband gebracht met Stuxnet, de worm van vermoedelijk Amerikaanse en Israëlische afkomst die in 2009 en 2010 schade toebracht aan Iraanse centrifuges voor nucleair materiaal. Niets leek cyber-Goliath Alexander nog in de weg te staan, totdat zijn David opdook in de gedaante van de jonge hacker Snowden.

Alexander wordt opgevolgd door vice-admiraal Mike Rogers, hoofd van een cybereenheid van de marine. Opnieuw staat daarmee een militaire inlichtingenman aan het hoofd van de NSA en niet een burger, zoals een adviescommissie Obama heeft aangeraden. Rogers heeft veel ervaring met het ontcijferen van versleutelde elektronische boodschappen, maar weinig met de politieke navigatiekunst die nodig zal zijn om het vertrouwen in de NSA te herstellen.

Dat de telefoongegevens van Amerikanen uiteindelijk niet meer bij de NSA zullen berusten, zoals de regering donderdag voorstelde, zien sommigen als een omslag in de politieke koers sinds 2001. Maar critici wijzen erop dat er aan het verzamelen van locatiedata, het inbreken in internetkabels en andere surveillancemethodes van de NSA niets verandert.

Misschien dat Rogers dus verder kan op de voet van Alexander. Met één groot verschil. Als het ging om de keus tussen privacy en veiligheid sloeg sinds 2001 in Washington de balans telkens door naar veiligheid. Deze zekerheid, waarop Alexander zowel zijn carrière als zijn beleid baseerde, heeft Rogers niet meer.