De ‘G8 van de Filosofie’: top vol loze praatjes

Een ‘topconferentie’ van filosofen: Menno Lievers verwacht er niks van; Eric Schliesser breekt er een lans voor. Gesprekken op niveau? Of gezwatel?

Illustratie Sieb Posthuma

De Maand van de Filosofie kent dit jaar een ‘G8 van de Filosofie’, op 18 april. ‘Topdenkers’ zullen zich richten op de problemen van deze tijd, waaronder ‘politieke structuren, het belang van onderwijs voor de volgende generatie, (medisch) technologische veranderingen, privacy en meer’. Of, in de woorden van de organisatie: „De G8 van de Filosofie streeft ernaar grote maatschappelijke en ethische conflicten van deze tijd met denkkracht te beslechten.”

De bedoeling is duidelijk, de pretentie evenzeer. Wat verbeeldt men zich eigenlijk wel? Is deze doelstelling haalbaar? Is zij überhaupt gewenst?

Een van de moeilijkste vragen aan een filosoof luidt: wat is filosofie? ‘Liefde voor de wijsheid’ leert het woordenboek. Maar wat is dat voor liefde? En waaruit blijkt die?

Nog moeilijker wellicht: wat is wijsheid? Gaat het om persoonlijke levensvragen, of over wetenschappelijke kennis? In de loop der geschiedenis is het antwoord op die vraag gedicteerd door de verhouding van de filosofie tot de vakwetenschappen.

Sommigen menen dat filosofie een geheel vormt met de vakwetenschappen. In zijn Beginselen van de filosofie schetst Descartes de boom der kennis: de wortels vormen de metafysica, de stam de fysica en de takken zijn de vakwetenschappen. Anderen menen juist dat filosofie een geheel aparte bezigheid is. Wittgenstein schrijft in zijn Filosofische onderzoekingen dat filosofie niets met wetenschappelijke verklaringen van doen heeft. Een filosoof is een therapeut die, door helder overzicht te geven, wijsgerige problemen doet verdwijnen.

Die pretentie hebben niet veel filosofen meer. Vandaag de dag is filosofie vooral een zelfstandig vakgebied, met een eigen verzameling problemen.

Eén ding is duidelijk: er is een verschil tussen vakwetenschappelijke en filosofische uitspraken. Om erachter te komen of een vakwetenschappelijke uitspraak waar is, moet je de werkelijkheid onderzoeken. Voor een filosofische uitspraak moet je een logisch geldig bewijs leveren dat uiteindelijk berust op intuïtief onweerlegbare premissen. Filosofie is het zoeken naar een balans tussen redeneren en het verwerven van inzicht. Wat je in ieder geval leert als filosoof is dat je geen uitspraken mag doen zonder dat je daarvoor voldoende bewijs hebt.

Dit brengt ons bij de ‘G8 van de Filosofie’. Welke gedachte gaat schuil achter de oproep met ‘denkkracht’ de problemen van deze tijd te lijf te gaan? Die gedachte moet wel zijn dat filosofen enkel door na te denken een gerechtvaardigde uitspraak kunnen doen over de werkelijkheid. Die rechtvaardiging kan niet voortkomen uit gedegen empirisch onderzoek. Dus waar berust die dan op?

Filosofen moeten het hebben van redeneren en inzicht, maar de vragen die aan de ‘G8 van de Filosofie’ worden gesteld, zijn problemen die om vakwetenschappelijk onderzoek vragen. Filosofen zijn helemaal niet in de positie die op te lossen.

Natuurlijk mag een filosoof zich, als ieder ander, uitspreken over politiek. Bertrand Russell kapittelde tot op hoge leeftijd wereldleiders. Maar zijn uitspraken ontleenden hun gewicht niet aan het feit dat hij filosoof was.

Aan de andere kant: wat is er op tegen acht eminente denkers uit te nodigen om en plein public na te denken over problemen die in Nederland spelen? Politici debatteren in de Tweede Kamer ook over deze vragen; hebben zij altijd gedegen onderzoek gedaan?

Maar zonder feitelijke informatie levert deze ‘top’ slechts vrijblijvend gespeculeer op. De onderwerpen die in de aankondiging worden aangesneden, met de toevoeging ‘en meer’, doen het ergste vrezen. Wetenschappelijke vooruitgang zit namelijk meestal in de details.

Door dit gespeculeer ‘filosofie’ te noemen, krijgt het echter een gewicht bij een publiek voor wie filosofie slechts een magische klank heeft. Dat is misbruik van de naam filosofie. Het wordt een reclameslogan om loze praatjes te verkopen. Onzin wordt geen diepzinnige wijsheid door het ‘filosofie’ te noemen.

Juist van filosofen verwacht ik oog voor het verschil tussen empirische uitspraken en, a priori, begripsmatig oordelen. Ik verwacht dat ze Kamerleden erop wijzen dat een visie gebaseerd moet zijn op feiten.

Dit doet de vraag rijzen welke ‘denkers’ zich lenen voor zoiets. En dan valt op dat de organisatoren vooral politicologen en sociologen hebben uitgenodigd: John Gray, Chantal Mouffe, Zygmunt Bauman en Benjamin Barber, aangevuld met Aziz Al Azmeh, specialist in Oosterse studies. Sophie Oluole beschreef de filosofische betekenis van Afrikaanse literaire orale tradities.

De keuze van de overige filosofen is ingegeven door hun mediavaardigheid: Australisch columnist Damon Young, de Duitse filosoof Markus Gabriel, auteur van Waarom de wereld niet bestaat en de onvermijdelijke Peter Sloterdijk die aan de filosofie geen enkele bijdrage heeft geleverd. Geen toeval dat er geen hardcore filosoof bij zit. Deze G8 heeft met filosofie namelijk niets te maken.

    • Menno Lievers
    • Eric Schliesser