De G8 is echt geen filosofie

Zonder gedegen feiten en onderzoek levert de G8 van de filosofie alleen maar vrijblijvend gespeculeer op, vindt Menno Lievers.

Op 18 april, tijdens de Maand van de Filosofie, vindt de G8 van de filosofie plaats. ‘Topdenkers’ zullen zich gedurende een avond richten op de problemen van deze tijd, waaronder „politieke structuren, het belang van onderwijs voor de volgende generatie, (medisch) technologische veranderingen, privacy en meer”. Of, in de woorden van de organisatie: „De G8 van de filosofie streeft ernaar om grote maatschappelijke en ethische conflicten van deze tijd met denkkracht te beslechten”.

De bedoeling is duidelijk, de pretentie evenzeer.

Wat verbeeldt men zich eigenlijk wel? Is deze doelstelling haalbaar? Is zij sowieso gewenst?

Een van de moeilijkste vragen aan een filosoof luidt: wat is filosofie? „Liefde voor de wijsheid” stelt het woordenboek. Maar wat is dat voor liefde? En waar blijkt die uit? Nog moeilijker wellicht: wat is wijsheid? Betreft dat persoonlijke levensvragen of gaat het over wetenschappelijke kennis? In de loop der geschiedenis is het antwoord op die vraag gedicteerd door de verhouding van de filosofie tot de vakwetenschappen.

Sommigen menen dat filosofie een geheel vormt met de vakwetenschappen. In zijn Beginselen van de filosofie schetst Descartes de boom der kennis: de wortels vormen de metafysica, de stam de fysica en de takken zijn de vakwetenschappen. In dat beeld is filosofie voortdurend in gesprek met de vakwetenschappen en vormt zij daar de theoretische grondslag van: de wortels verankeren de boom in de grond.

Anderen menen juist dat filosofie een geheel aparte bezigheid is. Wittgenstein schrijft in zijn Filosofische Onderzoekingen dat filosofie niets met wetenschappelijke verklaringen van doen heeft. Een filosoof is een therapeut die door helder overzicht te geven, wijsgerige problemen doet verdwijnen. Nog niet zo lang geleden rekenden filosofen het tot hun taak de wetenschap op haar tekortkomingen te wijzen.

Die pretentie hebben niet veel filosofen meer. Vandaag de dag is filosofie vooral een zelfstandig vakgebied, met een eigen verzameling problemen.

Een ding is duidelijk: er is een verschil tussen vakwetenschappelijke en filosofische uitspraken. Om er achter te komen of een vakwetenschappelijke uitspraak waar is, moet je de werkelijkheid onderzoeken. Voor een filosofische uitspraak moet je een logisch geldig bewijs leveren dat uiteindelijk berust op intuïtief onweerlegbare premissen. Filosofie is het zoeken naar een balans tussen redeneren en het verwerven van inzicht. Wat je in ieder geval leert als filosoof, is dat je geen uitspraken mag doen zonder dat je daarvoor voldoende bewijs hebt. Filosofie is niet het bedrijven van speculatieve wetenschap. Dat leidt tot gezwam.

Dit brengt ons bij de G8 van de filosofie. Welke gedachte gaat schuil achter de oproep om met ‘denkkracht’ de problemen van deze tijd te lijf te gaan? Die gedachte moet wel zijn dat filosofen enkel door na te denken een gerechtvaardigde uitspraak kunnen doen over de werkelijkheid. Die rechtvaardiging kan niet voortkomen uit gedegen empirisch onderzoek. Dus waar berust die dan op?

Filosofen moeten het hebben van redeneren en inzicht, maar de vragen die aan de G8 van de filosofie worden gesteld zijn problemen die om vakwetenschappelijk onderzoek vragen. Filosofen zijn helemaal niet in de positie om die op te lossen. De doelstelling van de G8 van de filosofie kan dus onmogelijk worden gehaald.

Natuurlijk mag een filosoof zich als ieder ander uitspreken over politiek. Bertrand Russell kapittelde tot op hoge leeftijd wereldleiders. Maar zijn uitspraken ontleenden hun gewicht niet aan het feit dat hij filosoof was. Zijn politieke uitspraken waren geen filosofie.

Aan de andere kant, wat is er op tegen om acht eminente denkers eens uit te nodigen om en plein public na te denken over problemen die in Nederland spelen? Politici debatteren in de Tweede Kamer ook over deze vragen en hebben zij altijd gedegen onderzoek gedaan?

Maar zonder feitelijke informatie levert deze avond slechts vrijblijvend gespeculeer op. De onderwerpen die in de aankondiging worden aangesneden met de toevoeging ‘en meer’ doen het ergste vrezen. Wetenschappelijke vooruitgang zit namelijk meestal in de details.

Door dit gespeculeer ‘filosofie’ te noemen, krijgt het echter een gewicht bij een publiek voor wie filosofie slechts een magische klank heeft. Dat is misbruik van de naam filosofie. Het wordt een reclameslogan om loze praatjes te verkopen. Onzin wordt geen diepzinnige wijsheid door het ‘filosofie’ te noemen.

Juist van filosofen verwacht ik oog voor het verschil tussen empirische uitspraken en, a priori, begripsmatig oordelen. Ik verwacht dat ze Kamerleden er op wijzen dat een visie gebaseerd moet zijn op feiten.

Dit doet de vraag rijzen welke ‘denkers’ zich lenen voor zoiets. En dan valt op dat de organisatoren vooral politicologen en sociologen hebben uitgenodigd: John Gray, Chantal Mouffe, Zygmunt Bauman en Benjamin Barber, aangevuld met Aziz Al Azmeh, specialist in Oosterse studies. Sophie Oluole beschreef de filosofische betekenis van Afrikaanse literaire orale tradities.

De keuze van de overige filosofen is ingegeven door hun mediavaardigheid: Australisch columnist Damon Young, de Duitse filosoof Markus Gabriel, auteur van Waarom de Wereld niet bestaat en de onvermijdelijke Peter Sloterdijk die aan de filosofie geen enkele bijdrage heeft geleverd. Geen toeval dat er geen hard core filosoof bij zit. Deze G8 heeft met filosofie namelijk niets te maken.