De beroepscommissaris is de spil

Drie typen toezichthouders zijn dominant. Een beknopt overzicht.

1 De beroepscommissaris verdient zijn brood met toezicht houden en besturen. Daarin verschilt hij van bijvoorbeeld een CEO van een bedrijf die een toezichtfunctie elders ‘erbij doet’. De beroepscommissaris vormt de ruggegraat van toezichthoudend Nederland, blijkt uit een inventarisatie die deze krant samen met de Vrije Universiteit uitvoerde onder 1.000 commissarissen. Meer dan de helft van de top-tien toezichthouders valt in deze categorie. Van de 1.000 hebben meer dan 100 van toezicht houden voor een belangrijk deel hun ‘business’ gemaakt.

Neem Ferry Houterman. Met een tiental publieke en private toezichtfuncties (zie hierboven) voert hij de lijst aan. Inkomsten: ruwweg een ton.

Hoe bewaakt Houterman zijn onafhankelijkheid tegenover de organisaties waarop hij toezicht houdt? „Ik heb één gouden regel, namelijk dat de inkomsten uit een toezichtfunctie niet meer dan 10 procent van het geheel mogen bedragen. Zo houd ik mijn handen vrij om als toezichthouder eventueel te kunnen opstappen, eigenlijk het enige machtsmiddel dat je hebt.”

De bedrijfscommissariaten betalen beter, maar publieke toezichtfuncties zoals bij het roc of de omroep, vindt Houterman vaak leuker. „Ze zijn maatschappelijker, relevanter en uitdagender. Om ergens te komen volg je nooit een rechte lijn, zoals in het bedrijfsleven, maar moet je allerlei bochten bedenken door wensen van stakeholders of eisen uit de politiek.”

2De bestuurder staat aan het hoofd van een groot bedrijf of instelling, en heeft er één of twee toezichtfuncties bij. Menig recruiter maakt jacht op hen, want ze zijn even gewild als schaars. Bestuurders weten wat het is om eindverantwoordelijkheid te dragen in een grote organisatie en vormen met hun reputatie, ervaring en netwerk de spil van een toezichthoudend orgaan.

UWV-bestuurder Bruno Bruins, Marjan Oudeman (bestuursvoorzitter Universiteit Utrecht), PGGM-chef Else Bos en Ab van der Touw, de CEO van Siemens Nederland scoren met zware toezichtfuncties hoog in het onderzoek van deze krant.

Van der Touw is commissaris bij Deloitte. Daarnaast houdt hij toezicht bij onder meer het Nederlands Danstheater, het The Hague Centre for Strategic Studies van Rob de Wijk en een wetenschappelijk centrum voor medisch onderzoek (CMI). „Net zoals een trein die we hier bij Siemens ontwikkelen aan bepaalde maatschappelijke eisen moet voldoen, wil ik als CEO graag maatschappelijk actief zijn in publieke toezichtfuncties”, zo verklaart Van der Touw zijn drijfveer. „Maar meer dan de vier die ik nu heb, moeten het er niet worden. Ik kan dit alleen volhouden naast mijn drukke baan omdat mijn kinderen het huis uit zijn, ik in goede gezondheid verkeer, en de avonden en de zaterdagen vaak ook aan het toezichtwerk besteed.”

Het toezichthouderschap van Van der Touw bij het Danstheater in Den Haag past bij de lange traditie van Siemens om aan culturele sponsoring te doen. Zo steunt het bedrijf al jaren het jeugdorkest van het – eveneens Haagse – Koninklijk Conservatorium.

De functie bij het Danstheater is niet betaald. Komt juist dit toezicht dan niet snel in de verdrukking, te midden van al zijn andere, goedbetaalde werk? Van der Touw: „Dat valt mee. Gelukkig combineren we de vergaderingen van het Danstheater vaak met een première in de avond en gaat mijn vrouw vaak gezellig mee. En als er onvoorziene ontwikkelingen zijn bij het Danstheater, laat ik iedereen hier bij Siemens op kantoor komen – dat is namelijk ook in Den Haag gevestigd. Een enorm voordeel.”

3 De gepensioneerde oud-CEO of oud-bestuurder vormt het expansievat van toezichthoudend Nederland. Veel 65-plussers voorzien in de groeiende behoefte aan toezichthouders. Bijna de helft van de top-10 behoort tot deze groep.

Hans Klein Breteler (1946, voormalig bestuurder in de zorg en oud-senator voor het CDA), noemt vooral de onafhankelijkheid van de gepensioneerde als voordeel. „In tegenstelling tot de beroepscommissaris die zijn inkomsten uit toezicht houden moet halen, kan ik gemakkelijker ergens nee tegen zeggen. Ook herken ik sneller bepaald gedrag bij bestuurders waar ik gemakkelijker doorheen prik.”

Wel moet Klein Breteler extra moeite doen om actuele regelgeving bij te houden en culturele veranderingen, zoals de digitalisering. „Tegenwoordig zit iedereen met zijn iPad op de vergadering. Ik heb daar weinig mee. Ik heb geen zin altijd maar online te zijn. Mijn mails lees ik altijd pas na zessen.”