‘Coalitie moet rekening houden met immateriële agenda SGP’

SGP-leider Van der Staaij benadrukt dat de steun van zijn partij aan het kabinet niet gratis is. Foto ANP / Martijn Beekman

De SGP verwacht dat de coalitie vanwege de steun van de partij aan begrotingsafspraken rekening blijft houden met immateriële zaken die de SGP belangrijk vindt. Dat zei SGP-leider Kees van der Staaij vanochtend in een toespraak op de SGP-partijdag in Hoevelaken.

De SGP behoort samen met D66 en de ChristenUnie in de Tweede Kamer tot de ‘constructieve drie’, wat betekent dat deze oppositiepartijen bereid zijn zaken te doen met de coalitie van VVD en PvdA. Zo sloten de coalitie en de ‘constructieve drie’ al verschillende akkoorden, waaronder een akkoord over de begroting van dit jaar. Van der Staaij verdedigde de samenwerking met het kabinet als het nemen van verantwoordelijkheid door de SGP.

De steun aan het kabinet is echter niet gratis, benadrukte Van der Staaij. De SGP-voorman zei te verwachten dat de coalitie rekening blijft houden met de SGP als het gaat om een aantal immateriële kwesties:

“…wij verwachten van het kabinet en de coalitiepartijen wel, dat wanneer wij onze nek uitsteken en de hand reiken bij begrotingsafspraken, zij niet nodeloos op onze tenen gaan staan bij immateriële kwesties. Polderen gaat niet samen met polariseren.”

SGP wil steun voor Israël en winkeliers

Van der Staaij noemde in zijn toespraak twee voorbeelden. Hij hoopt op steun van de coalitie voor zijn motie die het kabinet oproept de handel met Israël aan te moedigen en ook vraagt hij om steun voor een SGP-motie in de Eerste Kamer die steun bepleit voor winkeliers die hun zaak op zondag gesloten willen houden.

In de verkiezingsuitslag van 19 maart - die voor de coalitie ongunstig uitviel - ziet de SGP, die zelf een flink aantal raadszetels wist te winnen, aanleiding om de samenwerking met het kabinet door te zetten:

“De regeringspartijen VVD en PvdA hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen flinke klappen gehad. Dat is geen reden om te stoppen met het streven naar een breder draagvlak van beleid, maar eerder een aanmoediging daarvoor.”

    • Pim van den Dool