Bach heeft wel een beetje weinig beat

Hoera, Bach was vorige week jarig // nrc.next vierde het, door een lesje te spinnen op zijn muziek // Het Vierde Brandenburgse concert bleek toch wat minder geschikt

Illustratie Thinkstock

‘Attack!”, zegt de instructrice. De deelnemers aan het spinning-klasje gaan steeds harder trappen. De vrouw – kort, platinablond haar – zet haar bidon schuin tegen haar mondhoek. „Eigenlijk best mooie muziek, hè?”, zegt ze. Door de speakers klinkt muziek die je normaal gesproken niet in een fitnessruimte hoort, maar in een concertzaal: het Concert voor viool en hobo van Johann Sebastian Bach.

We zijn met veertig deelnemers in SportCity in Amsterdam. Ik doe mee. Naast me zitten twee kale mannen in wielershirts met gladgeschoren benen. De blonde instructrice wordt geflankeerd door twee mannelijke collega’s, de een afgetraind en met baseballcap naar achter, de ander wat ouder. De drie dragen grijze shirts met het hoofd van Bach erop. Vandaag, 21 maart, vieren we zijn 329ste geboortedag met een spinning-sessie op Bachs muziek – een initiatief van het digitale muziekkanaal 24classics.

„Ik zou vanavond eigenlijk naar het Concertgebouw gaan, maar dit leek me een gezonder alternatief”, zegt Edith Adrichem voor aanvang van de les. De warming-up wordt opgeluisterd met livemuziek door twee vioolmeisjes met blonde paardenstaarten. „Ongeveer de helft van de deelnemers heb ik niet eerder gezien. Normaal fietsen we op hiphop, maar thuis draai ik uitsluitend klassiek.”

Spinning is een vorm van fitness waarbij mensen afwisselend staand of zittend fietsen op een speciale hometrainer. Tijdens de les wordt de weerstand van de fiets aangepast, afhankelijk van het tempo van de muziek. Spinnen op klassieke muziek is een bescheiden trend: ook in Utrecht en Leiden wordt het door een sportschool aangeboden.

Alsof je op een paardje rijdt

De instructeur met de pet neemt het woord. Voortdurend praat hij in zijn microfoontje door de muziek heen. „En draai bij”, zegt hij als we de weerstand zwaarder moeten afstellen. „Hebben jullie het een beetje naar je zin?” De man rechts van me veegt met zijn handdoek het zweet van zijn voorhoofd. Achter me neuriet een vrouw de baslijn mee. Hoewel ze voor vlotte uitvoeringen met tempo hebben gekozen, zien de deelnemers er nog niet vermoeid uit.

Na een half uur neemt de instructrice het over. „Stel je voor…”, zegt ze, „stel je voor dat je nu op een paardje zit en je door de Duitse bergen rijdt...” Het eerste, snelle deel uit het Vioolconcert in E-groot staat op. „Je zit op je paard en bent op weg naar grote pullen bier.”

Ik denk niet aan bier. Ik stel me het golvende landschap voor van de omgeving van Weimar, waar Bach lange tijd werkte. Dat we eigenlijk in een klinisch gymzaaltje zitten met uitzicht op vrouwen die zwangerschaps-yoga beoefenen, vergeet ik langzaamaan – de muziek heeft al mijn aandacht, ik weet niet of ik harder of zachter fiets dan de mannen naast me.

De muziek loopt over in een nieuwe track: het Kyrie uit de Hohe Messe. Die barokconcerten konden nog wel, maar dit? Het is muziek die je in Bachs tijd alleen in de kerk zou horen. Ky-ri-e e-le-i-son, klinkt het: Grieks voor ‘Heer, ontferm U over ons’. Het tempo is aan de lage kant. De instructrice weet zich geen raad met de meanderende melodische lijnen. „Weer eens wat anders dit, hè jongens?”

Helemaal raar is het als het Vierde Brandenburgse concert wordt opgezet. Dit is een drie-achtste-maat. In een vierkwartsmaat, gebruikelijk in popliedjes, is het duidelijk wanneer je trapt: op de eerste en derde tel, of met rock-‘n-roll op de tweede en vierde. Je bent geneigd op die sterke maatdelen te trappen met je voorkeursbeen, maar in een driedelige maatsoort raakt dit patroon in de war. Ik los het op door beurtelings met mijn linker- en rechterbeen aan te zetten.

Na anderhalf uur zit het erop. De vioolmeisjes zijn terug om te spelen tijdens de cooling down. „Ik vond het enig”, zegt Edith Adrichem. „Normaal duren de nummers vijf minuten, nu twee keer zo lang. Maar ik zou het toch niet iedere week willen doen. Op hardere muziek fiets je ook harder. En nu, ja… Ben je de hele tijd aan het luisteren.” Het is haar eerste keer spinnen op klassieke muziek, zegt ze. „Ook voor de trainers, geloof ik. Je merkt dat ze de muziek niet kennen – ze weten niet echt wat ze moeten doen.”

Je ogen dicht en gaan

Een vriendin van haar mengt zich in het gesprek. Sasja Slewe vond het „heerlijk”. „Lekker je ogen dichtdoen en gaan.” Maar ook zij sport liever op hiphop. „Dit is leuk voor één keer in de maand.” Instructeur Ad, die zonder pet, vindt het voor herhaling vatbaar. „Maar dan wel met wat andere muziek. Bach is wel erg veel viool. Er moet meer beat in.”

Na afloop zitten de violistes in de hal van de sportschool. „Het was heel leuk om hier te spelen”, zegt Margot Kolodziej, tweedejaarsstudent aan het Conservatorium van Amsterdam. „De mensen luisterden misschien wel met meer aandacht dan in een concertzaal, omdat dit een ongebruikelijke plek is om klassieke muziek te spelen. Het is heel persoonlijk: mensen bewegen op de muziek die jij ter plekke maakt.”

Maar waarom zaten ze tussen hun optredens door zelf niet op de fiets? De twee kijken besmuikt. Kolodziej: „Terwijl jullie aan het sporten waren, zijn wij lekker naar de FEBO geweest.”

    • Merlijn Kerkhof