200 jaar oude Grondwet heeft geen begin. Vier suggesties voor een aanhef

De Nederlandse grondwet bestaat vandaag precies tweehonderd jaar. In Den Haag worden volop activiteiten rond dit jubileum georganiseerd. Opmerkelijk – en ouderwets – is dat de grondwet geen begin kent. In nrc.next deden vier schrijvers een suggestie. Lees ze hier.

Illustratie Roel Venderbosch

De Nederlandse Grondwet bestaat vandaag precies tweehonderd jaar. In Den Haag worden volop activiteiten rond dit jubileum georganiseerd. Opmerkelijk - en ouderwets - is dat de Grondwet geen begin kent. In nrc.next deden vier schrijvers een suggestie. Lees ze hier.

Met het ontbreken van een begin bedoelen we dat onze grondwet geen algemene introductietekst heeft. De Grondwet begint direct met het bekende artikel 1, waarin staat dat alle Nederlanders in gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Andere landen hebben een prachtige aanhef voor hun belangrijkste wet, schreef Folkert Jensma gisteren in nrc.next:

Daarin wordt samengevat waar de natie voor staat en waar de burger op kan rekenen. Zo noemt de Duitse Grondwet (uit 1949) het dienen van de wereldvrede als doel van de natie. Portugal (1974) viert in de aanhef de revolutie waarmee het ‘fascistische regime’ omver werd geworpen. Ierland (1937) knielt in de eerste alinea voor de Heilige Drie-eenheid. Italië (1948) noemt zich een ‘democratische republiek gebaseerd op arbeid’.

Kabinet had ‘geen behoefte’ aan aanhef

Onze eigen Grondwet heeft in 1983 haar laatste grote opfrisbeurt gehad. Vier jaar geleden zou er nog een update komen, maar de ideeën die door een Staatscommissie werden gedaan, zijn door het kabinet op één na allemaal afgewezen. Bijvoorbeeld een grondrecht voor de burger om documenten in te mogen zien en een grondrecht op bescherming van persoonsgegevens haalden het niet. En aan een inspirerende aanhef had het kabinet “geen behoefte”.

Toch zou de Grondwet, die nu erg anoniem is en totaal niet leeft onder de bevolking, met een mooie aanhef meer tot de verbeelding kunnen spreken. In nrc.next deden vier schrijvers onderstaande suggesties.

Marian Donner

Dit zijn de waarheden die we hierbij aanvaarden: niet iedereen is gelijkwaardig, niet iedereen is even vrij, niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden, niet iedereen krijgt wat hij verdient, leed en pech zijn ongelijk verdeeld, toeval en noodlot regeren, hoeveel wetten en regels de mens ook maakt, het leven zal altijd ten diepste oneerlijk zijn. Maar in deze Grondwet zullen we die waarheden trotseren.

De toelichting van Donner:

Het is wat de mens altijd heeft gedaan – de werkelijkheid onderwerpen aan zijn eigen wensen. In de natuur mag dan een survival of the fittest heersen, wij hebben cultuur, en daarmee hebben we ons losgemaakt van die biologische determinatie. Wij maken onze eigen wetten en regels, wij beslissen zelf wat rechtvaardig is en wat niet. Middels onze ratio hebben we de natuur weten te temmen. En daar zijn we steeds beter in geworden. Misschien een beetje te goed. Want we lijken zo langzamerhand vergeten te zijn dat we niet alles kunnen controleren. Dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid. We zijn gaan geloven dat het leven is wat we er zelf van maken. Dat al het leed vermijdbaar is, alle pijn te bestrijden, dat iedereen zodoende gezond en gelukkig moet zijn. Zelfs het meest natuurlijke proces, de dood, wordt tegenwoordig gezien als een oplosbaar probleem (zie de plannen van Google, dat onderzoekt hoe het leven verlengd zou kunnen worden). We zijn onze eigen goden geworden.

Vandaar die zin als begin, als klein moment van nederigheid. Ter herinnering dat we niet alles kunnen beheersen. Dat het leven zich niet laat controleren door onze wensen en wetten en modellen. Uiteindelijk zullen we ons neer moeten leggen bij de imperfectie en het onvolmaakte, hoe tragisch dat ook is.

Arjen van Veelen

ALGEMENE VOORWAARDEN. Aan deze Grondwet kunnen geen rechten worden ontleend. Want je hebt burgers. En je hebt burgers. Klik op ‘ja’ om akkoord te gaan met deze Algemene Voorwaarden. Ook als u op ‘nee’ klikt, gaat u trouwens akkoord.

De toelichting van Van Veelen:

Een vrouw uit Sittard-Geleen begint een rechtszaak tegen haar gemeente. Als hondenbezitter moet ze namelijk hondenbelasting betalen. Discriminatie! Het gerechtshof in Den Bosch geeft haar gelijk. De Hoge Raad vernietigt die uitspraak weer. Waar gebeurd, afgelopen jaar.

Burgers weten perfect wat in de Grondwet staat. Veel te goed. Voortdurend trekken ze de discriminatiekaart. Vanwege Wilders. Vanwege hun hond. Of vanwege het voetbal: gisteren schreven Feyenoord-fans in deze krant dat voetbalsupporters ongelijk worden behandeld. Discriminatie!

Met onze kennis van de wet is dus niets mis – en met de tekst zelf ook niet. Die is glashelder: we behandelen iedereen gelijk. Die zin is het juridische E=mc2. Niets meer aan doen. Het probleem is de toepassing. Het probleem is dat de Grondwet geen natuurwet is. Kijk naar buiten: niet iedereen wordt gelijk behandeld. Wetenschappelijk bewezen: met bepaalde achternamen maak je minder kans op werk. Wetenschappelijk bewezen: vrouwen met gelijke capaciteiten verdienen in gelijke functies minder dan mannen.

Vandaag barst in Den Haag het Grondwet Festival los. Theater, lezingen, breakdance, vast ook ergens een rapper. Een steenworp verder worden burgers onnodig vaak gefouilleerd. Worden burgers beboet omdat ze te lang stilstonden voor hun eigen portiek. Hun recht om zich in de publieke ruimte te begeven is anders dan het uwe, puur omdat ze in de Schilderswijk wonen, of in Transvaal. Een gekke Postcodeloterij. Mag niet. Gebeurt toch.

Ik raad iedereen aan vandaag de onderzoeksjournalistieke reportage Als iedereen verdacht is te kijken op TV West. Première om 17.00 uur. Over wat er gebeurt op een steenworp afstand van dat fraaie festival. Want je hebt burgers en burgers. Sommigen heten Mohammed, anderen Demmink. Fijne verjaardag, Grondwet!

Foto ANP / Lex van Lieshout

A. H. J. Dautzenberg

Wij, het volk van Nederland, hebben de brandende behoefte om onze angsten, lafheden en onzekerheden te bezweren met deze Grondwet, omdat we veronderstellen dat andere mensen wellicht minder bang, laf en twijfelmoedig zijn en daarmee een ernstig gevaar vormen voor onze veiligheid en die van onze kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, achterachterkleinkinderen en achterachterachterkleinkinderen.

De toelichting van Dautzenberg:

In artikel 1 van de Grondwet wordt beweerd dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, nooit en te nimmer is toegestaan. De toonzetting is zowel apodictisch als programmatisch: in Nederland wordt níét gediscrimineerd, we leven in een pacifistisch paradijs, punt! Tot zover de geruststellende retoriek. In de praktijk hebben de woorden een minder absolute uitwerking: homo’s worden weggepest, Marokkanen en andere buitenlanders moeten het land uit, predikanten en topambtenaren weren ambitieuze vrouwen, en pedofielen mogen niet meer bij elkaar op de koffie. De minister van Justitie vindt het allemaal best. Mensen zijn nu eenmaal bang en hebben bij gelegenheid een zondebok nodig.

Artikel 1 is dus al met al behoorlijk kneedbaar. En zijn er (Nederlandse) kinderen in het spel, denk aan vereniging Martijn, dan worden de woorden door de vrijkomende hitte ineens zó vloeibaar dat ze dreigen te verdampen. De Grondwet telt nog 141 vervolgartikelen. Alle dragen ze de schichtige schutkleuren van artikel 1.

Christiaan Weijts

We moeten er maar het beste van maken. Wij, burgers van Nederland, erkennen dat niemand van ons weet hoe een ideale samenleving eruitziet. We hebben allemaal andere levensovertuigingen, religies en opvattingen. Onze Grondwet bevat daarom slechts wat elementaire principes waar we het wel in meerderheid over eens zijn: een democratische staatsvorm, waarin iedereen gelijke rechten heeft, een afgeschermd privéleven kan leven en vrij zijn mening kan uiten. We weten dat we er geen wonderen van hoeven te verwachten, maar het zijn volgens ons de minst slechte opties.

De toelichting van Weijts:

Ik pleit voor een nuchtere preambule voor een nuchter volk. Voor Nederlanders geen wapperende banieren en hemelbestormende leuzen. En laten we wel zijn: dat is juist onze kracht. Hoeveel gebalde-vuisten-ideologieën zijn er niet ontaard in monsterlijke bloedbaden? Om van door goddelijke ingeving gevormde samenlevingen maar te zwijgen.

Daarom: een overheid die zich op het morele vlak zo neutraal en nuchter mogelijk opstelt, met wat uiterst elementaire spelregels. Juist in een land met zoveel verschillende religies, opvattingen en afkomsten is het van belang dat zo’n overkoepelende basisset van regels terughoudend is. Thuis mag iedereen geloven wat hij wil, maar bij conflicten tussen de Grondwet en die huisregels – of het nu religieuze wetten zijn of fatsoensetiquette – is de Grondwet altijd doorslaggevend.

Als tegenwicht tegen al het valse optimisme, de eigenpijperij en borstklopperij zeggen wij nuchter en eerlijk dat we het ook niet goed weten, dat we maar wat voortmodderen in deze rivierdelta, waar we allemaal op een andere manier nu eenmaal in beland zijn. Voor ons geen perfect Union, geen wapenschilden met adelaars. De leeuw? Die loopt alleen in de dierentuin rond. Nee, er moet een passender totemdier op ons schild komen: de koe. Met daaronder ons beginsel: we moeten er maar het beste van maken.