Twee zussen, twee druppels water

Riëlle en Jolet de Ruiter (28) delen dezelfde studie, dezelfde hobby’s en hetzelfde huis // Deze week promoveerden ze // Allebei op druppels

Jolet draagt de grijze jurk, tweelingzus Riëlle is in pak. Ze wonen samen in een huurhuis. Foto ROGER CREMERS

Jolet de Ruiter zet thee. „Onze favoriete smaak is citroen”, zegt ze. Haar tweelingzus Riëlle komt de kamer binnen lopen. „Ja, duidelijk, citroen.” Riëlle gaat aan tafel zitten. Ze zegt dat ze wel meer gemeen hebben.

Riëlle: „Chocolade bijvoorbeeld –”

Jolet springt in: „Willen we puur.”

Riëlle weer: „En Rivella drinken we ook veel.”

Het is donderdagochtend 27 maart, 07.50 uur. Woensdag zijn Jolet en Riëlle allebei gepromoveerd aan de Universiteit Twente. De een om 14.00 uur, de ander om 16.30 uur. Bij dezelfde vakgroep, op eenzelfde soort onderwerp: het complexe gedrag van druppels.

Het is de zoveelste stap die deze eeneiige tweeling samen zet. Riëlle en Jolet gingen naar dezelfde basisschool, de Jan Harmenshof in Geldermalsen. Op zich niet zo vreemd. Daarna deden ze allebei gymnasium op dezelfde middelbare school in Tiel. Ook nog niet heel opmerkelijk. Maar daarna bleven ze bij elkaar. Ze besloten natuurkunde en wiskunde te gaan studeren aan de Technische Universiteit Eindhoven. Dat deden ze een jaar. Daarna wilden ze iets anders. Ze kozen samen voor levensmiddelentechnologie aan de Wageningen Universiteit. En daarna gingen ze samen promoveren, in Enschede.

Daar wonen ze nu, samen, 28 jaar oud, in een huurhuis. Met uitzicht op een grote sporthal en een moskee.

Jolet: „Het is niet bewust dat we steeds dezelfde kant opgaan.”

Riëlle: „Het voelt eigenlijk heel logisch aan.”

Ze zeggen van eeneiige tweelingen wel eens dat ze mentaal verstrengeld kunnen zijn. Voelen jullie dat ook zo?

Jolet: „Als ik dat soort dingen hoor, ben ik daar redelijk sceptisch over.”

Riëlle: „Het is gewoon zo dat we steeds dezelfde dingen leuk vinden.”

„Als Riëlle iets voorstelt, is het bijna nooit dat ik het niet leuk vind.”

„Nou? Bluesdansen dan?”

„Ja, maar verder?”

Hebben jullie dezelfde karakters?

Jolet: „Mm, ik ben slecht in het duiden van karaktereigenschappen.”

Riëlle: „Daar ben ik ook niet zo goed in. Misschien dat Jolet vaker het initiatief neemt. Ze is de regelaar.”

„En ik heb nog wel eens de neiging dingen uit te stellen. Riëlle is consequenter als er iets moet gebeuren.”

„Vind je?”

Op tafel staan wat vazen met bloemen die ze gisteren hebben gekregen. En twee dansschoenen van chocola, een witte en een rode.

Riëlle: „We zitten op lindyhop. Een vrolijke Amerikaanse swingdans.”

„Het is minder elegant dan salsa en tango. Die liggen mij niet zo goed.”

„Wat ik mooi vind aan lindyhop, is dat je echt connectie maakt met je partner. Vroeger hebben we gestijldanst, maar dat is vooral stapjes leren. Je weet altijd wat er gaat komen, ook als follow. Bij lindyhop is dat niet zo. Je moet de lead goed aanvoelen.”

Hebben jullie een relatie?

Riëlle: „Nee.”

En sport?

Jolet: „We hebben vroeger gekorfbald, fanatiek. Toen we hier kwamen, zijn we daarmee gestopt. De promotie kostte veel tijd.”

En jullie voorliefde voor technologie, zat die er al vroeg in?

Riëlle: „We hebben als kind wel veel met lego gespeeld.”

„Technisch lego ook.”

„Maar we waren daar niet extreem in.”

„We zaten niet fanatiek proefjes te doen, ofzo.”

Wat hebben jullie onderzocht aan druppels?

Jolet: „Ik heb gekeken naar de invloed van lucht die om druppels zit als ze vallen. Vlak voordat een druppel een oppervlak raakt, stulpt hij van onderen in, door de luchtdruk. Er kan een luchtbelletje in de druppel komen. Bij zoiets als een inkjetprinter wil je dat niet.”

Riëlle: „Ik heb onderzoek gedaan naar oliedruppels in gesteente. Aardolie zit vaak vastgeplakt in het gesteente. Je haalt lang niet alles eruit bij de winning. Maar de helft, of minder.”

Jolet: „Mijn druppels vallen dus naar beneden, en die van Riëlle zitten meer vastgeplakt.”

Hoe ging de promotie?

Riëlle: „Ik wilde als eerste. Om ervan af te zijn. Ik ben zenuwachtiger dan Jolet.”

„Het was voor mij net zo goed stressen hoor. Je probeert het toch zo goed mogelijk te doen, voor de commissie, voor je ouders.”

„En ze heeft het cum laude gehaald. Dat zegt ze er niet bij. Ik niet.”

En wat gaan jullie nu doen?

Jolet: „We kunnen nog een half jaar bij onze vakgroep blijven. Ik moet de komende tijd de nodige artikelen publiceren. Intussen denken we na over een vervolg.”

Jolet kijkt haar zus aan.

Riëlle: „We willen misschien naar de VS.”

Jolet knikt heftig. „We hebben toen we in Wageningen studeerden al een stage gelopen op Harvard. Dus, in de buurt van Boston misschien?”

„Of aan de westkust. San Francisco lijkt me heel leuk.”

„Maar bij Harvard en MIT zijn er groepen waarmee ons onderzoek beter overlapt. Daar maken we wellicht meer kans. Met het onderzoek van vakgroepen aan de westkust hebben we minder match...”

„...Ja, minder.”

Gaan jullie dan ook weer samen?

Jolet: „Daar zijn we het nog niet over eens. We willen graag in een andere vakgroep werken, maar misschien toch in dezelfde stad. Het zal moeilijk worden die knoop door te hakken.”

    • Marcel aan de Brugh