Stuntelend onderweg naar de oercatastrofe

Aan de hand van brieven, memoires, telegrammen en nog veel meer is een minutieuze reconstructie gemaakt van de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. Gebrek aan informatie zorgde voor blunders.

‘Duitsers, sterk zijn jullie aangekomen’, litho uit 1914 van Vladimir Majakovski (1893-1930) Uit ‘1914. Die Avantgarden im Kampf’, Snoeck

‘U hebt er een mooie bende van gemaakt’, zei de Duitse keizer Wilhelm II tegen premier Bethmann Hollweg, toen hij, net terug van een lange zeilvakantie, op 28 juli 1914 hoorde dat Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië had verklaard. Eerder die dag, toen Wilhelm II eindelijk het antwoord van de Servische regering op het Oostenrijkse ultimatum aan Servië had gelezen, had hij in de kantlijn van het stuk gekrabbeld: ‘Een briljant resultaat, een groot moreel succes voor Wenen. Elke reden tot oorlog is weg!’ Toen hij even later hoorde dat Oostenrijk-Hongarije al was begonnen met de mobilisatie, voegde hij eraan toe: ‘Ik zou nooit een mobilisatie hebben bevolen.’

In July 1914. Countdown to war wemelt het van dergelijke citaten uit aantekeningen, brieven, memoires, telegrammen en verslagen van gesprekken van staatslieden, keizers, koningen, diplomaten en militairen. De Amerikaans historicus Sean McMeekin heeft ze, onderbroken door eigen beschouwingen, aaneengesmeed tot een meesterlijk geheel dat leest als een detective. Van bijna elke dag tussen 28 juni 1914, toen de Servische terrorist Gavrilo Princip de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand en zijn vrouw doodschoot, tot en met 4 augustus, toen het Duitse leger België binnenviel, doet McMeekin van uur tot uur verslag van de diplomatieke, politieke en militaire verwikkelingen.

Niet alleen door de gedetailleerdheid maar ook door de nadruk op de ontwikkelingen in Oost-Europa en Rusland lijkt July 1914 op Slaapwandelaars van de Australische historicus Christopher Clark. Maar bij McMeekin is ‘sleepwalking’ veranderd in ‘blundering into disaster.’ Of ze nu Russisch, Oostenrijks, Duits, Frans of Engels zijn, alle staatslieden stuntelen zich in July 1914 naar oorlog toe.

Hierbij speelde gebrekkige of verkeerde informatie een opvallend grote rol, laat McMeekin zien. Zo wist de Britse minister van Buitenlandse Zaken Grey door nalatigheid van zijn ambassadeur in Sint-Petersburg niet dat op de dag waarop Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde aan Servië, Rusland al lang bezig was met de ‘Voorbereidende Periode van Oorlog’ die was overgegaan in mobilisatie. Evenmin wist hij dat de Russische mobilisatie ook tegen Duitsland was gericht, omdat een ‘partiële’ mobilisatie tegen alleen Oostenrijk technisch en logistiek onmogelijk was. Hierdoor zette Grey bij zijn wanhopige pogingen om met onderhandelingen een Europese oorlog te voorkomen de verkeerde partij, Duitsland, onder druk en liet hij Rusland ongemoeid.

July 1914 is een vervolg op McMeekins The Russian Origins of the First World War. Hierin wilde hij aantonen dat het Russische streven naar ontmanteling van het Ottomaanse rijk om zo een vrije doorgang door de Bosporus te krijgen de belangrijkste oorzaak was van de Eerste Wereldoorlog. Van alle betrokken landen had Rusland als enige baat bij een Europese oorlog. Alleen dan kreeg het een legitieme reden kreeg om Constantinopel aan te vallen en zou het hierbij de steun van Frankrijk niet verspelen. Om de critici die The Russian Origins niet aannemelijk vinden alsnog te overtuigen, laat hij in July 1914 zien hoe de langetermijnpolitiek van Rusland inzake de Balkan werd vertaald in concrete maatregelen tijdens de Europese julicrisis.

Als een Sherlock Holmes zet McMeekin in de epiloog alle Europese verwikkelingen in juli 1914 op een rijtje om de hoofdverantwoordelijke voor de oorlog vast te stellen – van schuld wil hij nadrukkelijk niet spreken. Net als Clark beschouwt hij niet Duitsland als de hoofdverantwoordelijke. De Duitsers verwachtten steeds dat de oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië een regionaal conflict zou blijven. Een Europese oorlog was het laatste dat ze wilden, schrijft hij, want het Duitse leger kon een tweefrontenoorlog tegen Rusland, Frankrijk en Engeland niet aan. Alle betrokken landen zijn verantwoordelijk voor de Eerste Wereldoorlog, concludeert McMeekin, net als Clark. Maar verantwoordelijkheid kent, net als schuld, gradaties. zo gaat hij verder. En, anders dan Clark, wijst hij wél Rusland als hoofdverantwoordelijke aan. ‘De beslissing tot een Europese oorlog werd genomen door Rusland in de nacht van 29 juli 1914 toen tsaar Nicolaas II, op unaniem advies van zijn raadgevers, het bevel tot Algemene Mobilisatie tekende’, schrijft hij aan het einde van July 1914. En, zo voegt hij hieraan toe, de tsaar en zijn ministers wisten dat mobilisatie oorlog betekende.

    • Bernard Hulsman