Uitbetaald in alcoholeenheden

Het is 09.00 uur ’s ochtends wanneer het eerste bier open sist. Er passen 1.200 blikjes in de provisiekast (van het kantoorsoort dat voorheen archieven en administratie borg). Vijf biertjes en een tientje contant. Dat krijgen de mannen van De Regenboog Groep voor een dag vuil prikken in het park.

Of ik hun namen niet wil opschrijven. „We zijn al zo beroemd”, zeggen de mannen, vandaag met zeven aanwezig in de oude kleedruimte van een voetbalclub in Amsterdam-Oost. De jassen blijven aan, maar het is al minder koud dan op de vorige locatie: een tuinhuisje zonder verwarming. Ze pasten er nauwelijks in, met al die journalisten die langskwamen, ook uit het buitenland.

Iedereen komt hier voor het bier: de mannen, de pers. Dat er uitbetaald wordt in alcoholeenheden, trekt de aandacht. Dat ze zullen afkicken, gelooft niemand meer. Vandaar dat voor gecontroleerd drinken is gekozen – nuchter zijn is niet langer het hoogste doel.

Die pragmatische insteek wordt in internationale kranten geroemd als een exotisch goed dat alleen in het tolerante Nederland voorkomt.

De menselijke insteek is dat ze een plek hebben waar ze zich thuis voelen. Waar de zonnebankbruine Gerrie ze met een kus tegemoet komt. Een plek waar hun verhalen geen vulling zijn voor de krant, maar gewoon gezellig.

De oranje werkjassen gaan aan, grijparmen en vuilniszakken in de hand. Bulldog Truus hobbelt erachteraan. De jongste van het stel bemoeit zich met haar. Als ze een stok beet heeft, laat ze niet meer los.

Samen met I. loop ik achter de rest van de groep aan, die dicht bij elkaar blijft, zich af en toe verspreidt voor een verdwaalde snipper afval.

I. heeft een verlegen jongenslach, maar hij blijkt al in de vijftig. Hij wijst naar de jongen die Truus voortsleurt, „Vijfentwintig pas. Hij is er te vroeg bij.”

Toen I. zo oud was, bewonderde hij Michael Jackson op televisie. „Ik dacht: zo wil ik ook zijn.” Hij kijkt de rook na die hij uitblaast. In plaats daarvan belandde I. in de gevangenis. „Ik wilde me bewijzen.” Hij kwam terug naar niets: huis en baan verdwenen, zijn vrouw overleden.

Er zit een zekere mate van vrijheid in opgegeven zijn. „Ik heb geen ambities meer.” De bewijsdrang is weg, de wiet helpt daarbij.

De lokale VVD had bezwaren tegen het Regenboogproject. Bier zou niet de juiste prikkeling zijn. Maar hoe normaal is een uitbetaling in bonussen? Of moet je moreel sturen; een gram superfood per prikbeurt? De voldoening van biowijn en scharrelkip zit ’m niet in het product, maar in het gevoel van eigen keuze. In de mogelijkheid die geld voorspiegelt en de vervolgens ‘nobele daad’ om daar hoogstpersoonlijk het ‘juiste’ van te kopen.

Naïef misschien, die schijn van keuzevrijheid, maar tot de laatste zucht belangrijk.

Ook voor I., toch wel: „Ik ben geen alcoholist. Ik heb nog wel controle.”