Paspoort

Onze paspoorten waren verlopen, er moesten nieuwe worden aangevraagd. Het beste was om maar eerst telefonisch een afspraak met het stadsdeelkantoor te maken, dat zou ons tijd besparen. Nog zes wachtenden voor mij, maar toen kreeg ik wel degelijk iemand te spreken, een dame, die alles van me wilde weten, zelfs mijn sofinummer. „Blijft u even aan de lijn, dan zoek ik het op.” De afspraak werd gemaakt. Woensdag tien over elf.

Mijn vrouw had al pasfoto’s, maar ik moest ze nog laten maken. Dat kan niet bij mij om de hoek, dus per tram naar de binnenstad.

Gelukkig hoefde ik niet krampachtig in de camera te lachen. Had ik het maar wel gedaan. Toen ik het resultaat bekeek schrok ik hevig. Op de foto staarde mijn vader me aan, op het punt om in huilen uit te barsten. Nou ja, het was maar een pasfoto, het ding hoefde niet op het dressoir.

De afgesproken dag waren we inderdaad meteen aan de beurt. Tegenwoordig verlangen ze ook een vingerafdruk. Je moest je wijsvinger in een klein apparaatje leggen, waar binnenin een groen lampje knipperde. Bij mijn vrouw was het zo gebeurd, maar bij mij wilde het niet. „Probeert u eens uw middelvinger.” Geen resultaat. „De wijsvinger van uw linkerhand.” Ook de middelvinger gaf geen respons. „U heeft geen vingerafdruk”, werd mij medegedeeld. Misschien handig voor als ik wilde gaan inbreken. Toch konden we onze paspoorten over een week afhalen.

„Mooie boel”, klaagde ik, toen we naar buiten liepen, „ik heb niet eens een vingerafdruk!” Mijn vrouw klopte mij bemoedigende op de rug en zei lachend: „Der Mann ohne Eigenschaften.”