Lof der saaiheid

Wat kun je dit weekend doen? Rolinde Hoorntje spot trends en tipt.

Er was een tijd dat je zapte naar TMF of The Box en dacht: het kan nog. Geld verdienen met twee heidistaarten en een achterwaartse flikflak. Britney Spears was zeventien toen, net als jij, een leven als popster leek nog binnen handbereik.

Zo tegen de 27 leg je je meestal neer bij de lof van een middelmatig leven. Je tienerdromen zijn gekleurd door ervaring. Je levensverwachtingen teruggebracht tot baan, relatie en hypotheek.

Maar zo hoeft het niet te gaan. Lars Dales (32) en Maarten Smeets (31), samen Detroit Swindle, stoomden als late twintigers door van gehobby in de studio naar releases op Saints & Sonnets, Dirt Crew, Tsuba, Freerange en Heist in iets meer dan een jaar. Er volgde een tour door de Verenigde Staten in 2013 en een tweede in Australië afgelopen winter. En nu is Detroit Swindle terug met een volwaardig debuutalbum Boxed Out en een eigen avond in de Amsterdamse club Studio 80.

Het deephouse-duo luisterde vroeger veel naar hiphop uit de jaren negentig. Denk aan artiesten als J Dilla, en A Tribe Called Quest. Die hiphop vertalen ze nu in het gebruik van samples en swing naar deephouse, house en downtempo beats.

Deephouse, dat doen er wel meer in Nederland, maar hoe torpedeerde Detroit Swindle zich in een jaar richting international stardom? Dales produceert al sinds zijn zestiende ‘voor de hobby’, Smeets werkte achter de schermen bij feestorganisator Electronation en jaren in de reclame. In 2012 begonnen ze samen in de studio. Over hun eerste werk waren ze nog niet tevreden, maar een vriend stuurde een demo naar het label Saints & Sonnets (van Huxley) en twee maanden later was hun eerste release een feit. Er volgde een reeks remixes en clubhits in 2012.

Voor Boxed Out werkten ze samen met de voor een grammy genomineerde r&b-producer en zanger Mayer Hawthorne. Hoe dat ging? Gewoon, via Facebook. Eerder had Hawthorne een nummer van Detroit Swindle in een mixtape gebruikt. Die vond Smeets online. Een simpel berichtje leidde tot een ontmoeting met de zanger in Amsterdam. De vocalen had hij al geschreven en zong hij ter plekke in. Als tegenprestatie ‘moest’ het duo wel een remix maken voor een plaat die Hawthorne met de Neptunes, de band van Pharell Williams, had gemaakt. Smeets: „We hadden met liefde betaald om dat te mogen doen.”

Morgen begint hun clubavond The Great Escape. Daar willen ze artiesten een platform geven die al een tijdje meelopen in de underground, maar niet per se in de spotlichten staan. Maar waarom slaan de laatbloeiers zelf zo aan? Smeets: „Dat moet je mij niet vragen. Wij trekken mensen met onze energie naar de dansvloer, hoor ik vaak. Maar ik kan het moeilijk zeggen want zelf ga ik bijna nooit uit. Eigenlijk zijn we best wel saai. Of nee, professioneel.”

Misschien is dat wel het geheim.