Linkse belofte van Hollande sneuvelt

De Franse staat kan bedrijven die rendabele vestigingen willen afstoten niet verplichten een overnamekandidaat te vinden. Dat oordeelde gisteren de Franse Constitutionele Raad in een grondwettelijke toetsing van een door het parlement al geaccordeerde verkiezingsbelofte van president Hollande. Volgens de raad is het plan „in strijd met de vrijheid van ondernemen en het eigendomsrecht”.

Enkele maanden voor zijn verkiezing in 2012 pleitte Hollande, omringd door vakbondsleden, in het staalstadje Florange in de Moselle voor hoge boetes als bedrijven met meer dan duizend werknemers niet aantoonbaar alles hadden gedaan om sluiting en daarmee ontslagen te voorkomen.

Staalconcern ArcelorMittal had destijds aangekondigd een hoogoven in Florange te willen sluiten die op papier niet verliesgevend was, maar die onder onder de maximale capaciteit draaide. Toen de multinational de plannen na de verkiezingen doorzette, dreigde de regering-Hollande de fabriek vergeefs te nationaliseren.

Het sneuvelen van de ‘Florange-wet’ is een nieuwe tegenvaller voor de socialistische president, die eerder zijn ‘rijkentaks’ van 75 procent voor inkomens boven het miljoen euro door dezelfde Constitutionele Raad zag afgeschoten worden.

Werkgeversvereniging Medef en de centrum-rechtse oppositiepartij UMP hadden bezwaar gemaakt tegen het voorstel. Zij vreesden verslechtering van het investeringsklimaat en de concurrentiepositie van Frankrijk.

Ex-vakbondsman Édouard Martin, die de protesten in Florange leidde en nu socialistisch kandidaat is voor het Europarlement, zei gisteren „woedend” te zijn dat de hoogste rechter „niet het algemene belang”, maar „belangen van de bazen” laat voorgaan.