Katachtige Vermeer stelt finale veilig

Reservedoelman van Ajax stopt strafschop bij zwaarbevochten overwinning tegen AZ

Redding van Ajax-doelman Kenneth Vermeer voordat Denni Avdic van AZ bij de bal kan. Foto Pro Shots

Een doelman leert van jongs af aan zekerder te lijken dan hij is, om groter te ogen dan hij is – als een kat die een hoge rug opzet. Hoe Kenneth Vermeer (28) zich werkelijk heeft gevoeld het afgelopen half jaar blijft waarschijnlijk bewaard in de besloten kring van intimi. Gisteravond, na een heroïsch optreden in een weinig epische bekerwedstrijd, zei hij dat hij er met „hard trainen, Gods wil en positief blijven” bovenop gekomen was.

De bekerfinale komt als beloning voor de tweede doelman van Ajax, en die heeft hij in de 1-0 overwinning gisteren op AZ in de halve finale helemaal zelf bij elkaar gekeept. Eerste doelman zal hij niet meer worden bij Ajax, Vermeer weet het, maar een treurige aftocht heeft hij zichzelf in bewonderenswaardige stijl bespaard. Vermeers contract loopt eind volgend seizoen af en hij „moet wel gaan spelen”, vindt hij. Zijn dienstverband bij Ajax is verlengd met ten minste één duel: de bekerfinale tegen PEC Zwolle, 20 april.

Lev Yashin zou ooit gezegd hebben dat het stoppen van een penalty nog mooier was dan Joeri Gagarin op de maan te zien. Vermeer is de man niet voor grote gebaren of sweeping statements, maar wat hij wel deelt met de legendarische Sovjet-doelman is een absurd percentage gestopte strafschoppen: tien uit twintig – de verloren penaltyserie tegen Steaua Boekarest niet meegerekend. Zeven van de laatste acht strafschoppen tegen gingen er niet in.

De penalty van Aron Jóhannsson keerde hij gisteravond alsof hij handelde met voorkennis. Met een knappe reflex na rust, aan het slot van de beste AZ-aanval, vestigde de Ajax-doelman opnieuw en nu definitief alle aandacht op zich. „Ik pakte hem goed”, zei Vermeer na de wedstrijd over de gestopte strafschop. „Een beetje geluk moet je hebben. Ik had een beetje een voorgevoel dat hij hem in die hoek zou schieten.”

Zijn seizoen was begonnen zoals de twee voorgaande: met coach Frank de Boer die tegen hem zei dat hij eerste doelman was. Daarna ging het mis: dertien doelpunten tegen in de eerste negen wedstrijden, en nog eens vier in het uitduel tegen Barcelona. „Het zal wel in zijn hoofd zitten”, zei De Boer na de 4-0 nederlaag tegen PSV, waarbij Vermeer zacht gezegd niet vrijuit ging.

De onvermijdelijke degradatie naar de reservebank volgde, met de bekerpotjes als troost en meedoen met Jong Ajax in de eerste divisie als ultieme vernedering. Vermeer: „Je weet zelf dat als je in een mindere fase komt, je ernaast kan komen te staan. Ik heb in de wedstrijden die ik in de beker kreeg laten zien dat ik nog steeds goed kan keepen. Ik weet wat ik kan. Wat er van buiten wordt gezegd is nooit leuk, maar dat is topsport. Daar moet je mee kunnen leven. Ik ben nuchter, ik weet wat ik kan en dat het beter moest.”

Met de promotie van Jasper Cillessen tot eerste doelman kwam er rust in de defensie: twaalf keer hield hij de nul in negentien eredivisieduels, spectaculaire cijfers in een seizoen waar verder weinig spectaculair is aan Ajax. Cillessen vervulde de rol met een gretigheid die geheel in lijn was met de keiharde werkelijkheid: dat hij bij Ajax voorbestemd was de eerste doelman te zijn, en dat het cynisch gesteld gewoon wachten was tot het moment waarop Vermeer geslachtofferd kon worden. Bij de drie landstitels stond hij onder de lat, nu werd hij afgedankt na een serie slippertjes en flagrante blunders waarbij de bal als een hete kroket moet hebben aangevoeld.

De Boer noemde Vermeer gisteren „katachtiger” dan Cillessen. Het is momenteel het enige wat hij voor heeft op zijn concurrent. Of het moet zijn wat Louis van Gaal eerder deze maand opbiechtte: dat de lang vergeten doelman Vermeer „de beste keeper in mijn profielschets” is. En ten overstaan van de schamper lachende journalisten zei hij ook nog: „Ík ben hem niet vergeten, hoor”.

Welnu, meer dan wat Vermeer gisteravond deed, kon hij niet doen om de bondscoach te behagen – al vielen zijn spelhervattingen wat tegen. „Het waren mooie woorden van de bondscoach”, erkende Vermeer. „Maar om te spelen in Oranje moet je wedstrijden spelen bij je club. Ik hou er niet echt rekening mee.”

Toch: een vakantie heeft hij nog niet geboekt. Feit is dat Maarten Stekelenburg (ook) niet speelt bij de Engelse degradatiekandidaat Fulham en dat Newcastle United-doelman Tim Krul, deze week geblesseerd geraakt aan zijn knie, nooit in de gunst van Van Gaal is gevallen. Jeroen Zoet (PSV), Michel Vorm (Swansea City) en die eeuwige Cillessen hebben nog wel duidelijk een streepje voor op penaltykiller Vermeer.

Wondercoach De Boer koerst onderwijl in zeker niet het beste van zijn drieënhalf seizoenen af op een binnenlandse trilogie: de Johan Cruijff Schaal (werd al gewonnen), de landstitel en de beker. Lasse Schöne was in het AZ-stadion gisteren matchwinner, met een fraaie vrije trap die volgde uit een overtreding waarbij AZ-back Mattias Johansson zijn tweede gele kaart kreeg. Zo was het weer een wedstrijd geworden, nadat eerder Ajax-verdediger Joël Veltman met twee keer geel binnen een minuut het veld had moeten verlaten en een stafschop had veroorzaakt.

Het was de opmaat naar, zoals de Duitsers het keren van een bal zo fraai noemen, de Glanzparade van Vermeer.