Eten wat de tuin schaft

De moestuin is in. Mensen willen beter weten wat ze eten. En, extra belangrijk in crisistijd, het is een bron van goedkoop voedsel.

Snijbiet wordt in maart, april gezaaid. Als de plant 10-15 cm hoog is wordt het blad afgesneden. Foto’s thinkstock

Elk jaar in augustus en september is het een gekkenhuis in mijn keuken. Het is het lot van de moestuinier: in die maanden zijn de groenten volgroeid en lijkt alles tegelijk te moeten worden geoogst. In werkelijkheid is dat niet zo: de vroege aardappelrassen die ik begin april in de grond had gestopt, zijn medio juli al geoogst en opgeborgen. De knoflook wordt in juni te drogen gehangen, de doperwten zijn in juni al geplukt en de pompoenen hoeven pas eind september . En de spruiten, ach, die zien wel wanneer ze een keer aan de beurt zijn. Maar de sperziebonen, wortelen, tomaten, komkommers, uien en niet te vergeten de courgettes, ja, dat moet allemaal in augustus en september binnengehaald worden.

Niet het oogsten zelf is het grote werk, maar al die groenten de diepvriezer in zien te krijgen. Dagen sta ik groenten te snijden en te blancheren alvorens ze ingevroren kunnen worden om in de winter en het volgende voorjaar te worden genuttigd.

Steevast vraag ik me eind september af waarom ik ook al weer een moestuin wilde: al dat werk, al die stickertjes beschrijven om aan te geven wat er in het diepvriesdoosje zit, wanneer het is ingevroren, en voor de zoveelste keer de diepvriesladen reorganiseren omdat het ding (acht laden hoog) de vorige keer al stampvol zat.

Een wurmpje op de koop toe

Toch stijgt de populariteit van de moestuin. Cijfers zijn er niet over het areaal, maar er zijn diverse aanwijzingen dat meer mensen moestuinieren, volgens Jan Willem van der Schans, onderzoeker bij het Landbouw Economisch Instituut en de Universiteit Wageningen. Volkstuinen, die jarenlang kampten met leegstand hebben wachtlijsten. Zadenhandels verkopen steeds meer groentezaden ten opzichte van bloemzaden. Tuincentra ruimen steeds meer winkeloppervlakte in voor de eetbare tuin.

Zadenhandelaar Ton Vreeken merkt het aan het aantal bezoekers in zijn winkel in het oude centrum van Dordrecht. „Het wordt elk jaar drukker. Vorige week hebben we de stekker uit de telefoon moeten trekken omdat we het werk gewoon niet meer aankonden. Iedereen wilde met het mooie weer aan de slag in zijn moestuin en informeerde telefonisch wanneer zijn bestelling geleverd zou worden. Van mij had het toen wel even mogen gaan sneeuwen en hagelen. Mensen denken dat een zadenhandel een soort bol.com is, maar we verkopen levende producten die geoogst, schoongemaakt en gedroogd moeten worden. Bovendien is het vaak lastig om aan voldoende zaden van oude rassen te komen.”

Er zijn diverse redenen voor de groeiende populariteit van de moestuin, volgens Alma Huisken, die cursussen geeft over biologisch moestuinieren en samen met fotografe Doortje Stellwagen boeken schreef als Van het land en Met mest en vork. „De crisis speelt voor sommige mensen een rol. Voor een paar tientjes huur je al 100 of 200 vierkante meter volkstuin. Als je het slim aanpakt, eet je dan heel goedkoop.”

Een belangrijker factor voor de populariteit van de moestuin is volgens Huisken dat mensen zich steeds bewuster worden van wat ze eten. „Ze stellen zichzelf vragen over die opgepompte groenten uit verre landen en Nederlandse kassen. En over het feit dat de gemiddelde supermarkt maar twee soorten appels verkoopt: Elstar en Jonagold, rassen die bovendien zó op elkaar lijken dat ze nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.”

Alles wordt uniform onder druk van de supermarkten, vindt Huisken. Ze noemt het voorbeeld van een kleine, biodynamische teler die zulke prachtige courgettes teelde dat ze ermee naar de plaatselijke supermarkt stapte om te informeren of die de courgettes niet wilde verkopen. Het antwoord was ‘nee’: de courgettes waren net een centimeter te groot voor het schaaltje waarop ze moesten liggen. „In de supermarkt moet alles van dezelfde grootte zijn, komkommers mogen niet meer krom zijn en appels worden veel te vroeg geoogst, omdat ze dan keihard zijn en daardoor minder kwetsbaar tijdens het vervoer.”

De gemiddelde consument is de band met het land kwijtgeraakt, aldus Huisken. „Bijna alles wat hij eet, is bespoten en geteeld op kunstmest. Er zit nauwelijks meer smaak aan. Groenten uit eigen tuin zijn echt veel lekkerder, dat is geen verbeelding van de moestuinier: de groente groeit onder andere op natuurlijke compost die nuttige bestanddelen bevat om de aarde en dus de planten te voeden. En oogsten gebeurt pas als het gewas echt klaar is. Je moet alleen wel een gaatje, een plekje of een wurmpje op de koop toe nemen.”

Ook de recente voedselschandalen – doden als gevolg van het EHEC-bacerie in kiemgroenten, melamine in babyvoeding en gekkekoeienvlees – hebben eraan bijgedragen dat consumenten nadenken over voeding. Ton Vreeken: „Men wil weten wat men eet. Bovendien is het hip om een moestuin te hebben. En educatief: mensen willen hun kinderen laten zien hoe een boontje groeit en dat een aardappel uit de grond komt. Ik zie steeds meer twintigers en dertigers onder mijn klanten.”

Kleine professionele telers

Vreeken krijgt ook steeds vaker kleine professionele telers die met een restaurateur een bezoek brengen aan zijn winkel. „Dan komen ze samen zaden uitzoeken waaruit de teler groenten gaat kweken voor het restaurant. Kijk maar op menukaarten: restaurateurs laten hun klanten graag weten dat de producten ‘regionaal’ zijn.”

Nadeel van een moestuin is dat je menu een pietsje wordt beperkt: je eet nu eenmaal wat de tuin schaft. En daarin staan pakweg tien groenten, dus het hele jaar eet je die tien groenten. En veel aardappels, die veertig kilo die uit de grond zijn gekomen, moeten nu eenmaal op (al helpen de muizen in de schuur wel een handje). Een rechtgeaarde moestuinier zal niet snel meer sugar snaps uit Kenia of haricots verts uit Egypte kopen. Nee, deze maand eten wij veel sla en spinazie, in april gevolgd door, eh, nog meer sla en spinazie.

En toch, ondanks al het werk en mijn steevaste verzuchting aan het eind van de zomer dat ik nu wel even klaar ben met die moestuin, begin ik in januari alweer een schema te maken: waar komen de aardappelen dit jaar te staan? Mogen de wortelen nu wel of niet naast de uien en waar zet ik de bonenstaken? Het is gewoon een milde vorm van verslaving. Of zoals Alma Huisken het zegt: „Het blijft een wonder dat uit één zaadje een forse groente groeit. Een salade van boontjes, sla en tomaten uit eigen tuin, daar kan geen Michelinster tegenop.”

    • Friederike de Raat