‘Elk land heeft een smoking gun in de hand’

Niet waarom de Eerste Wereldoorlog uitbrak, maar hoe het gebeurde. Dat wilde de Britse historicus Christopher Clark uitzoeken. Het leidde tot zijn spraakmakende studie Slaapwandelaars, waarin schuld van de Duitsers wordt gerelativeerd. Daarmee kantelt het geschiedsbeeld.

‘Ha, dat moet de man van het interview zijn’, zegt de Australische historicus Christopher Clark in het Nederlands als ik me meld bij het portiershok van St Catherine’s College in Cambridge. „Mijn schoonouders wonen in Heiloo, mijn zus in Amsterdam. Ik kom regelmatig in Nederland”, vertelt Clark (1960) even later als we over de binnenplaats lopen van het college waar hij fellow is en Nieuwe Europese geschiedenis doceert. We strijken neer in de ontspanningsruimte van St Catherine’s, dat met zijn dikke vloerbedekking, donker houten plafond en diepe fauteuils veel weg heeft van een ouderwetse Britse club.

Vorig jaar publiceerde Clark Slaapwandelaars, een spraakmakende studie over de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. Hierin gaat hij vooral na hoe de Eerste Wereldoorlog uitbrak, en niet waarom. De laatste vraag leidt tot het aanwijzen van schuldigen en daarin is hij niet geïnteresseerd, schrijft hij nadrukkelijk. Meer dan de meeste historici tot nu toe hebben gedaan, richt Clark zijn blik in Slaapwandelaars op de ontwikkelingen op Balkan en in Rusland in de jaren 1900-1914. Hoewel hij geen schuldigen aanwijst, hebben veel lezers uit zijn duizelingwekkend minutieuze beschrijving van de wijze waarop Europese staatslieden in 1914 ‘slaapwandelend’ ten oorlog trokken, geconcludeerd dat Duitsland veel minder schuld aan de Eerste Wereldoorlog had dan algemeen wordt aangenomen.

Als ik Clark spreek, zijn zojuist de eerste Russische militairen in anonieme uniformen op de Krim verschenen. Verschillende commentatoren hebben de crisis op de Krim al vergeleken met de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog die een eeuw geleden begon met de moord op de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand in Sarajevo. Maar Clark noemt deze vergelijking rubbish. „De gebeurtenissen in Oekraïne en op de Krim zijn veel overzichtelijker dan de verwikkelingen op de Balkan een eeuw geleden”, zegt hij in een fauteuil bij het raam. „Het is bijvoorbeeld volkomen duidelijk wat Poetin nu wil op de Krim. Het probleem van de huidige crisis is dat de EU geen geopolitieke stem heeft. De EU is wat de Duitsers een Friedensordnung noemen, gericht op pacificatie. De militaire traditie die Engeland en Frankrijk nog altijd wél hebben, wordt niet door de rest van de leden ondersteund. De EU moet een buitenlandse politiek ontwikkelen maar is daartoe nog niet in staat.”

In ‘Slaapwandelaars’ schrijft u dat de Eerste Wereldoorlog niet onvermijdelijk was. Maar uw uiterst gedetailleerde beschrijving van de aanloop, die begint met de moord van samenzwerende legerofficieren op de Servische koning in 1903, geeft de lezer toch het gevoel dat de geschiedenis niet anders had kunnen lopen.

„Dit is een probleem waarmee ik heb geworsteld. Historici zijn geneigd de loop van de geschiedenis te verklaren door juist die gebeurtenissen te beklemtonen die ogenschijnlijk hebben geleid tot bepaalde uitkomsten. Zoals de wapenwedloop tussen Duitsland en Engeland in de jaren voor en na 1900 die wel moest uitmonden in een oorlog. Daar wilde ik juist van af: de toekomst lag een eeuw geleden net zo min vast als nu. Ik wilde recht doen aan ontwikkelingen die toen tot een andere toekomst hadden kunnen leiden. Een voorbeeld: als kroonprins Franz Ferdinand en zijn vrouw niet waren vermoord – en iedereen weet dat de aanslag eigenlijk was mislukt maar dat ze bij toeval alsnog werden doodgeschoten –, dan had de prins opperbevelhebber Conrad von Hötzendorf ontslagen en zouden de haviken in Oostenrijk een toontje lager hebben gezongen.”

De meeste historici die over WO I hebben geschreven, belichten vooral de verhoudingen tussen de grote mogendheden Engeland, Duitsland, Frankrijk en Rusland. U richt uw blik veel meer op de Balkan en Rusland.

„Al in de jaren zeventig schreef een Australische historicus een artikel waarin hij wees op het grote belang van Oost-Europa voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dat heeft toen niet tot een debat geleid. Maar de snelle veranderingen op de Balkan in het begin van de twintigste eeuw, zoals de twee Balkanoorlogen en een steeds groter wordend Servië, leidden tot een toenemende instabiliteit van het Europese statensysteem. Nog in 1913 nam Rusland bijvoorbeeld de fatale beslissing om zich wat de Balkan betreft te richten op Belgrado in plaats van Sofia. Daar kwam nog bij dat Frankrijk Rusland ging steunen in zijn Balkanpolitiek. Daarmee maakte Frankrijk van de Balkan een soort boobytrap.

„Ook binnenlands was in die tijd de positie van politici onzeker. Frankrijk versleet binnen een paar jaar meer dan tien ministers van Buitenlandse Zaken en de Franse president Poincaré maakte grote haast met de versterking van het leger omdat er verkiezingen aankwamen die hij zou kunnen verliezen.

„Voor het uitbreken van een oorlog is de korte termijn belangrijker dan de lange termijn. Natuurlijk zijn langlopende ontwikkelingen als imperialisme, de verdeling van de wereld en de opkomst van massamedia niet zonder belang. Maar een wapenwedloop loopt niet onvermijdelijk uit op een grote oorlog, zoals de Koude Oorlog, met de grootste wapenwedloop uit de geschiedenis, bewijst. Het zijn vooral onzekerheid, ondoorzichtigheid van besluitvorming en korte-termijngebeurtenissen als snel wisselende coalities die leiden tot oorlogen.”

Ook opmerkelijk is dat u Servië afschildert als een soort schurkenstaat waar staatsorganisaties waren verweven met geheime terreurorganisaties als de Zwarte Hand.

„Met dergelijke interpretaties van wat ik over Servië heb geschreven, ben ik niet blij. Servië was geen moderne schurkenstaat zoals Irak of Libië dat waren. Het was een min of meer democratische staat, met een parlement, een grondwet en een vrije pers. De Servische premier Nikola Pasic [1845-1926] was een intelligent politicus voor wie ik sympathie heb. Pasic zag niets in de ultranationalistische Servische genootschappen. Maar hij had geen controle over het leger dat vooral in de tijdens de Balkanoorlogen veroverde gebieden machtig was. En juist het leger was verweven met de geheime genootschappen. Zo was Apis niet alleen het Servische hoofd van de militaire inlichtingendienst, maar ook van De Zwarte Hand, die de plegers van de aanslag op Franz Ferdinand van wapens voorzag en de grens van Bosnië-Herzegovina over hielp.”

U geeft een vriendelijker beeld van de Duitse keizer Wilhelm II dan gebruikelijk. De meeste historici schilderen hem af als botte, snoeverige oorlogshitser.

„Ik ben niet de eerste: veel tijdgenoten gaven ook al een minder eenduidig beeld van hem dan nu meestal wordt geschetst. Zeker, Wilhelm II was bombastisch en uitte zich vaak agressief. Maar in zijn handelen was hij veel voorzichtiger dan in zijn uitspraken. Zijn opvattingen en handelingen waren inconsistent, maar één ding wilde hij beslist niet: een Europese oorlog. Hij verwachtte dat het conflict tussen Servië en Oostenrijk tot een regionale oorlog beperkt zou blijven. Maar met zijn agressieve uitingen heeft hij natuurlijk wel het internationale politieke klimaat vergiftigd.”

In ‘Slaapwandelaars’ is Oostenrijk-Hongarije ook niet de vermolmde, tot ondergang gedoemde dubbelmonarchie die de meeste historici ervan maken.

„De economische groei in Oostenrijk-Hongarije was hoog in de jaren vóór 1914, de productiviteit groeide snel en sommige regio’s, zoals Tsjechië, industrialiseerden in hoog tempo. Zelfs Tsjechische nationalisten als Benes en Masaryk konden zich in 1914 geen toekomst zonder de veelvolkerenstaat Oostenrijk-Hongarije voorstellen. Het verhaal van Oostenrijk als de zieke man van Europa is in het leven geroepen door tegenstanders, en dan vooral door de Russen. Hiermee wilden ze duidelijk maken dat Oostenrijk tot het verleden behoorde; de toekomst was aan nieuwe, vitale staten als Servië. Deze opvatting was niet op feiten gebaseerd maar een ideologie die de internationale politiek van Rusland moest legitimeren.”

Het ultimatum van Oostenrijk aan Servië waarvan de meeste historici vinden dat het onmogelijk door een soevereine staat kon worden geaccepteerd, vergelijkt u met het ultimatum van de NAVO aan Servië in 1999 inzake Kosovo. De laatste was veel harder en ingrijpender, schrijft u.

„Verschillende collega’s hebben furieus gereageerd op deze vergelijking. Die kun je niet maken, vinden ze. Ik zou niet weten waarom niet. De ingrijpendste eis van de Oostenrijkers was dat ze zouden worden betrokken bij het onderzoek naar de moordaanslag op Franz Ferdinand. Dit is vergelijkbaar met bijvoorbeeld het onderzoek dat inspecteurs van internationale organisaties in januari deden naar de verrijking van uranium in Iran. Een deel van de Servische regering wilde in 1914 dan ook het ultimatum aanvaarden. Maar uiteindelijk deden de Serviërs dit niet, omdat ze wisten dat ze altijd zouden worden gesteund door Rusland.

„Al voor het ultimatum werd gesteld, riepen de Russen heel hard dat er geen enkel verband bestond tussen de kroonprinsendoder Princip en Belgrado. Elke suggestie in die richting was voor hen ontoelaatbaar. Het verhaal over het onmogelijke Oostenrijkse ultimatum is, alweer, vooral van de Russen afkomstig en na 1918 eindeloos herhaald door politici en historici.”

‘Slaapwandelaars’ is met ruim 160.000 verkochte exemplaren een bestseller in Duitsland. Begrijpelijk: u neemt veel van de Duitse schuld aan de Eerste Wereldoorlog weg. De Britse journalist Nigel Jones heeft u daarom een ‘Teutonofiel’ genoemd die in Cambridge doceert met een Pickelhaube (Pruisische helm, red.) op het hoofd.

„Ach, mijn critici hoeven zich er echt geen zorgen over te maken dat ik een vergelijkbaar boek over de Tweede Wereldoorlog ga schrijven. Ik ben geen Teutonofiel, maar een Eurofiel. Ik houd van Italiaans eten, ik vind Nederland, op Geert Wilders na, een geweldig land en ik kom zelfs graag in Brussel. In Slaapwandelaars praat ik de Duitse internationale politiek aan de vooravond van Eerste Wereldoorlog ook niet goed. Die was uitermate stupide. De vlootpolitiek was belachelijk, de Duitse paranoia bespottelijk en de blanco cheque voor Oostenrijk-Hongarije, de onvoorwaardelijke steun aan de Oostenrijkse politiek inzake de Balkan, was desastreus.

„Maar als je de blame game wilt spelen, heeft ieder betrokken land wel een smoking gun in de hand: de onvoorwaardelijke steun van Rusland aan Servië, de Franse steun aan Rusland, de onduidelijkheid van Engeland over wat het zou doen als er een oorlog uitbrak tussen Duitsland en Rusland/Frankrijk, de verwevenheid van het Servische leger met gewelddadige, ultranationalistische bewegingen.

„Het ging me in Slaapwandelaars niet om het vaststellen van schuld. Ik wilde laten zien dat de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog uiterst complex was. En complex is iets anders dan ingewikkeld. Complexe systemen zijn meer dan de som der delen en leiden vaak tot volkomen irrationele en onverwachte resultaten.”