De werkelijkheid is altijd 100.000 keer erger

Bij Mechelen, midden in het gebied waar honderd jaar geleden de oorlog woedde, wordt straks de musical 14-18 opgevoerd op een podium zo groot als twee voetbalvelden.

Repetitie voor de openingsscène. Jongemannen nemen afscheid van hun geliefdes – lang zal de oorlog niet duren, denken ze, over een week of wat zijn ze weer thuis – en een sergeant begint hen te drillen. Ze lopen en rennen van links naar rechts, van achteren naar voren, over de volle breedte van de enorme studiovloer en richten hun wapenen op de lege tribune, alsof daar nu al het publiek zit dat op dit moment van de voorstelling in de rol van vijand zal worden gedwongen.

„Wat je nu ziet”, verduidelijkt regisseur Frank Van Laecke, „zijn de acteurs en het ensemble. Maar je moet er nog 120 man figuratie bij denken om te weten hoe het er straks zal uitzien. Wordt het groot? Nee, het wordt groots – nee, nóg groter.”

In een opnamestudio op een industrieterrein in de Vlaams-Brabantse gemeente Londerzeel, in het gebied waar honderd jaar geleden de echte oorlog woedde, wordt gewerkt aan 14-18. Straks verhuist alles en iedereen naar de Nekkerhal in het nabijgelegen Mechelen, een gigantisch gebouw voor beurzen, jumping-evenementen en ander vertier, met een vloer ter grootte van twee voetbalvelden. Daar verrijst een tribune voor 2000 toeschouwers die over een lengte van 150 meter naar voren en naar achteren schuift, in- en uitzoomend als een filmcamera. Zo hopen de makers een episch verhaal over liefde en vriendschap te vertellen met fictieve personages in het decor van het historische strijdgeweld. „Jonge mensen met hun dromen en verwachtingen die door de oorlog worden verwoest”, aldus Van Laecke.

Dit muzikale schouwspel is in menig opzicht de opvolger van de sociaal-realistische musical Daens die in 2008 met veel succes werd gespeeld in een verbouwd postsorteercentrum in Antwerpen: dezelfde makers (componist Dirk Brossé, regisseur en co-auteur Frank van Laecke en tekstdichter Allard Blom) en hetzelfde productiebedrijf Studio 100, vooral bekend van de lucratieve kinderseries die een miljoeneninvestering in zo'n theaterproject mogelijk maken. In dezelfde studio waar nu voor 14-18 wordt gerepeteerd, werden eerder menigmaal avonturen van Kabouter Plop, Mega Mindy of K3 opgenomen.

Dramatische context

Studio 100 prijst de nieuwe productie op de affiches onomwonden aan als ‘spektakel-musical’. Dat zou in Nederland dubieuze pretparkassociaties kunnen oproepen, te meer in de dramatische context die de Grote Oorlog was. Maar volgens Van Laecke, tevens een veelgevraagd operaregisseur, is deze aanduiding in Vlaamse ogen vooral een feitelijke mededeling: „Een spektakel is niets meer of minder dan een groots opgezette voorstelling; dat heeft niets te maken met een achtbaan in een pretpark. Van een grote Aïda of Nabucco kun je ook zeggen dat die spectaculair is. Wij proberen de grenzen van het genre te zoeken zonder naar realisme te streven. Er is niets zo lullig als oorlogje spelen op het toneel. De werkelijkheid is niet na te spelen. Een leger van 100.000 man kun je veel beter in licht en geluid suggereren, om, toch een gevoel van realiteit te scheppen. Ook alle decorstukken zijn gestileerd, we maken geen replica van een loopgraaf. En geen lijken in de modder, dat zou smakeloos zijn. En kitsch. Als het straks toch aanvoelt als kitsch, is dat mijn schuld.”

„Het woord spektakel-musical kan verkeerd worden begrepen”, beaamt zijn (Nederlandse) co-auteur Allard Blom. „Een musical? Dan denken veel mensen al gauw aan dansjes met stokjes en hoedjes – hoe kunnen we dat verenigen met het drama van de Eerste Wereldoorlog? Zo’n musical is dit natuurlijk niet. We vertellen een verhaal tegen de achtergrond van een oorlog. En dat zal altijd een theatrale vertaling zijn van wat er echt is gebeurd. Je moet niet de arrogantie hebben een oorlog op het toneel te zetten. De werkelijkheid is altijd 100.000 keer erger geweest.”

De muziek is, wegens de symfonische reikwijdte, al vooraf op de band gezet door het Antwerpse symfonieorkest de Filharmonie, gedirigeerd door componist Brossé. „Het is een filmische score”, vertelt Van Laecke, „die bestaat uit songs, beschrijvende passages en de muziek die onder de woorden ligt en het soms overneemt van de dialogen of de actie. Muziek kan dwingen tot emoties. En wat de filmcamera kan doen met close-ups, kan muziek doen in het theater – doordringen tot de ziel van het personage, en daarmee de ziel van het publiek.” Zelf zegt Brossé dat hij zijn muziek breed wilde laten uitwaaieren, „van innige droefheid tot uitbundige euforie, van ingehouden woede tot wanhopige machteloosheid.”

Modderig

Eveneens bij voorbaat opgenomen is een door acteur Jan Decleir uitgesproken monoloog, die de toeschouwer aan de historische feiten moet herinneren. Zo helder staan die niet iedereen meer voor ogen, zegt Blom: „Als je het over de Tweede Wereldoorlog hebt, heeft het kwaad meteen een gezicht. Je weet tegen wie er werd gevochten. Maar de Eerste Wereldoorlog is veel modderiger. Je vraagt je af: waar gáát die oorlog over, wie vecht er tegen wie?”

Van Laecke: „Het wordt geen geschiedenisles, daarvoor kun je beter één van de vele voortreffelijke boeken over die oorlog lezen. Maar zelfs de meeste militairen hadden destijds nauwelijks een idee waar het over ging. Ja, tegen het Duitse rijk, maar veel meer wisten ze niet. In de Tweede Wereldoorlog had je good guys en bad guys. In de Eerste ligt dat veel ingewikkelder.”

En de moraal?

„Dat er altijd hoop is. 14-18 gaat ook over de veerkracht van de mens. Hoe die toch steeds weer in staat blijkt iets vruchtbaars te laten groeien uit verbrande grond.”