‘De Onderkoning’: stank voor dank van Willem I

De onmin tussen koning Willem I en minister Van Hogendorp i s onderwerp van een vreemde kostuumdocumentaire.

Graaf Van Hogendorp (Gijs Scholten van Aschat) peinst over zijn rol.

De filmmaker loopt zelf in de documentaire rond. Als verteller en interviewer, in kleding die begin negentiende eeuw in de mode was. De geïnterviewden, ook historisch gekleed, blikken terug op de vorming van het Nederlandse koninkrijk in 1813, en vooral op de rol daarin van de ‘onderkoning’: de orangistische politicus Gijsbert Karel van Hogendorp.

Ramon Gieling, maker van De Onderkoning en vooral bekend van de documentaire En un momento dado (over Johan Cruijff in Barcelona): „In de documentaire is het 1820 en ik kijk met de hoofdrolspelers terug naar 1813, toen Van Hogendorp de prins van Oranje naar Nederland haalde en met hem de eerste grondwet van de Verenigde Nederlanden opstelde.”

Over die grondwet was Van Hogendorp ambivalent. Hij had te veel concessies moeten doen aan de prins, waarna ze met elkaar gebrouilleerd raakten. Toen de prins in de Nieuwe Kerk in Amsterdam de eed aflegde op de grondwet, was Van Hogendorp zelfs niet aanwezig, beledigd als hij was door de kleine rol die de eerste koning van Oranje hem had toebedeeld. Later ontnam de koning hem al zijn titels.

Gijs Scholten van Aschat speelt Van Hogendorp, Laurens de Groot speelt de koning, Betty Schuurman zijn moeder en Katje Herbers Hogendorps dochter; ze kan haar tranen niet bedwingen wanneer ze terugdenkt aan de vernederingen die de kersverse koning haar vader toebracht.

De acteurs spelen een documentaire. Ze doen alsof ze denkend praten, net als getuigen in klassieke documentaires. In zekere zin klopt dat ook, dat denkend praten, want Gieling gaf ze geen script. Ze kregen een „een dik dossier” en moesten zelf bedenken wat hun personages dachten en vonden. En zo krijgt een gevecht tussen karakters én ideeën vorm.

De ene acteur kan beter omgaan met deze vrijheid dan de ander, maar eerlijk is eerlijk: ook in ‘echte’ documentaires spreekt niet iedereen even overtuigend over de eigen rol en die van zijn vrienden en vijanden. De improvisatie is waarschijnlijk ook oorzaak van historische fout: de grondwet van Amerika wordt in de 17de eeuw geplaatst. In plaats van de 18de.

Maar over historische accuratesse moet wellicht niet worden gezeurd, want het is de kijker direct duidelijk dat het daar in deze interessante nepdocumentaire niet om te doen is. Neem de archiefbeelden. Tussen de interviews door zien we schokkerige zwart-wit beelden, van de landing van Willem op het strand van Scheveningen en van de slag om Waterloo. Wie kwaad wil, noemt dat onzinnig, omdat film nog niet bestond. Wie deze aanpak het voordeel van de twijfel gunt, noemt het op zijn minst vervreemdend.