Advies: ‘Geef huishoudelijke hulpen meer rechten’

Commissie wil ook betere positie ‘zwarte’ oppas en werkster

De huishoudelijke hulpen die nu worden betaald uit het persoonsgebonden budget (pgb), de zogenoemde ‘alfahulpen’, moeten dezelfde rechten krijgen als andere werknemers in loondienst. Ook voor gastouders zou de Werkloosheidswet en de Ziektewet moeten gaan gelden.

Dat staat in een advies van een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Ella Kalsbeek. Ze onderzocht in opdracht van het kabinet Rutte II wat er zou moeten veranderen in de rechtspositie van hulpen in de huishouding – ook die van de ‘zwarte’ oppas of schoonmaker.

Aanleiding voor het onderzoek, dat gisteren werd gepresenteerd aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) is een verdrag van de internationale arbeidsorganisatie ILO dat Nederland nog niet heeft geratificeerd. In het verdrag staat dat de rechtspositie van huishoudelijke hulpen niet anders mag zijn dan die van andere werknemers.

Nu kent Nederland de speciale, goedkopere regeling ‘Dienstverlening aan huis’ waarin dat wél zo is. De alfahulpen en gastouders die eronder vallen, bouwen geen pensioen op en worden zes weken (in plaats van twee jaar) doorbetaald als ze ziek zijn.

Die regeling verdwijnt als Nederland beslist om het verdrag te ratificeren. Maar los daarvan vindt de commissie van Kalsbeek het „ongewenst” dat nu geld van de overheid, zoals het persoonsgebonden budget, wordt gebruikt voor een regeling die werknemers minder rechten geeft. Als deze twee groepen volgens de normale regels worden behandeld, zou de regering volgens haar 150 tot 200 miljoen euro kwijt zijn om werkgevers te compenseren die nu goedkoper uit zijn.

Veel duurder wordt het om ook de rechtspositie van de ‘zwarte’ oppas of werkster te verbeteren. Volgens de commissie hebben burgers maar zo’n 10 euro per uur over voor oppaswerk, het wettelijke minimumloon is 21 euro. In België zijn er forse subsidies, via de zogenoemde ‘dienstencheques’, als je een werkster of oppas officieel inhuurt. Een andere mogelijkheid is: belastingaftrek voor de uren dat je iemand in dienst hebt.

Maar hoe je het ook doet, volgens de commissie kost het tussen de 900 miljoen en 1,2 miljard euro. Kalsbeek noemde als nadeel ook de fraudegevoeligheid. „Ik kan mijn nichtje vier uur per week laten oppassen en bij de belastingdienst tien uur opgeven. Ik betaal haar voor vier uur en laat haar een beetje delen in de winst.”

Als Nederland het verdrag niet ratificeert, adviseert de commissie om in elk geval de regeling Dienstverlening aan huis bekender te maken. Voor particulieren zijn de kosten dan niet veel hoger. Hun werknemers krijgen wel recht op doorbetaling van zes weken bij ziekte en in vakanties. „Veel mensen willen het wel graag netjes regelen”, zei Asscher gistermiddag.