Vier eeuwen oude verdachten gaan na onderzoek vrijuit

Na vier eeuwen worden de complottheorieën ontkracht rond de dood van Tycho Brahe.

Tycho Brahe (figuur in het midden) voor zijn muurkwadrant in Uraniborg. Gravure uit Tycho Brahe, Astronomiae instauratae mechanica, (1598)

In de wereldgeschiedenis komen vele vermoedens van vergiftiging voor, in de wetenschap minder. En in de astronomie is er maar één geval bekend, dat van Tycho Brahe, een van de beroemdste astronomen uit de Renaissance. Die zou door kwikvergiftiging om het leven zijn gebracht. Onderzoek laat zien dat ook deze moordtheorie niet klopt.

Tycho Brahe (1546-1601) was een Deens sterrenkundige die de eerste ‘moderne’ sterrenwacht, Uraniborg, bouwde. Hij deed er de waarnemingen waarmee zijn assistent en opvolger, Johannes Kepler, de wetten van de beweging van de planeten afleidde, het fundament van de moderne sterrenkunde. Tycho overleed op 24 oktober 1601, na een ziekbed van elf dagen.

Na Tycho’s dood begonnen complottheorieën de ronde te doen. Tycho was niet alleen een groot sterrenkundige, maar ook een hooghartig man die vijanden had gemaakt. Hij was ziek geworden na afloop van een koninklijk banket. Volgens zijn lijfarts overleed hij door acuut nierfalen, wat zou kunnen wijzen op kwikvergiftiging. Tycho had ook zelf medicijnen op basis van kwik gebruikt.

De speculaties over een vergiftiging laaiden op toen in 1993 en 2004 enkele baardharen van Tycho waren geanalyseerd. Die bleken opvallend hoge kwikconcentraties te vertonen. De haarmonsters kwamen uit het graf van Tycho dat in 1901 was geopend. Joshua en Ann-Lee Gilder wezen in hun boek Heavenly Intrigue (2004) Kepler als hoofdverdachte aan. Die was kwaad op Tycho omdat hij zijn waarnemingsboeken niet mocht inzien. In 2009 kwam de Deense renaissancekenner Peter Andersen met een andere verdachte, Eric Brahe. Deze verre neef zou Tycho in opdracht van de Deense koning Christiaan IV hebben vergiftigd omdat hij een verhouding zou hebben gehad met Christiaans moeder, koningin Sophie.

Om een definitief antwoord te kunnen krijgen, werd Tycho’s graf in november 2010 opnieuw geopend. Dit keer door een Tsjechisch-Deense onderzoeksgroep. Er werden monsters van beenderen, haren, tanden en kleding genomen, die werden geanalyseerd. Hieruit blijkt nu dat Tycho in de laatste weken van zijn leven geen onnatuurlijk hoge doses kwik heeft binnengekregen. De gemeten doses zouden het gevolg van zijn kwikmedicijn kunnen zijn, maar lagen ver onder de gevarengrens. En de beenmonsters laten zien dat Tycho ook in de jaren voor zijn dood niet aan hoge doses kwik was blootgesteld. Dat is opmerkelijk omdat Tycho alchemistische proeven deed en daarbij werd vaak kwik gebruikt. Tycho ging blijkbaar – in tegenstelling tot Isaac Newton – voorzichtig te werk.

De klap op de vuurpijl was de ontdekking dat Tycho’s kleding wel hoge kwikconcentraties bevatte. Dit metaal moet afkomstig zijn geweest van de vloeistoffen waarmee het lichaam van Tycho werd gebalsemd. Kwikhoudende balsemvloeistoffen werden in die tijd ook elders gebruikt. Daarmee zijn de hoge kwikconcentraties te verklaren die eerdere onderzoekers hadden gevonden.

En dus is er geen enkele aanwijzing meer dat de astronoom werd vergiftigd, besluiten Kaarle Lund Rasmussen en collega’s in het blad Archaeometry.