Verzekeraars spelen nu doktertje, dat is heel duur

De administratiekosten in de gezondheidszorg exploderen en er blijft ook weinig keuze of marktwerking over, meent Mathieu Weggeman.

Zorgverzekeraars moeten terug in hun hok. Ze dienen te stoppen patiënten voor te schrijven waar ze zich moeten laten behandelen en ze moeten ophouden dokters te vertellen hoe ze hun werk moeten doen. Gewoon netjes zorg verzekeren, niks meer en niks minder!

De kosten van de gezondheidszorg gieren de pan uit en de zorgverzekeraars maken steeds meer winst: Achmea vorig jaar 453 miljoen!

We zijn dus niet goed bezig. De comfortabele financiële positie van de verzekeraars en hun op kartels lijkende manier van elkaar informeren en samenwerken, geeft hen veel macht. Zij breiden hun macht uit door naast hun kernactiviteit – zorg verzekeren – nieuwe activiteiten te ontwikkelen. Drie voorbeelden:

1. Eerst verschijnen er lijstjes met kwalitatieve beoordelingen van ziekenhuizen. Daarna komen de lijstjes waarop kennis en ervaring van medisch specialisten is aangegeven. En de laatste fase is nu dat de verzekeraar voor elke aandoening min of meer voorschrijft bij welk ziekenhuis of bij welke specialist de patiënt zich dient te melden voor behandeling. Van de gewenste marktwerking tussen zorgverlener en patiënt blijft zo steeds minder over. Terwijl mensen tegenwoordig beter dan ooit in staat zijn zelf hun zorgverlener te kiezen, geholpen door adviezen vanuit de omgeving en internet. Onderlinge ervaringsuitwisseling levert in dit soort situaties doorgaans een meer betrouwbaar beeld op dan rankings.

2. Verzekeraars voegen niet alleen weinig waarde toe, zij werken in veel gevallen ook kostenverhogend. Een voorbeeld: zorgaanbieders zijn verplicht via tussenpersonen zaken te doen met de (inkoper van de) zorgverzekeraar. Een praktijk die gevoerd wordt door twee dermatologen moet daarvoor een software-investering doen van circa 30.000 euro plus per jaar nog eens een paar duizend euro up-date kosten. Zonder die investering kunnen er geen facturen verzonden worden die voldoen aan de eisen van de verzekeraar. Een vergelijking met onze zuiderburen leert dat de kosten voor dezelfde functie daar minder dan 1 procent van die in Nederland bedragen.

3. De nieuwste, machtvergrotende nevenactiviteit is bedacht door Achmea en heet het Mirro-model. Het gebruik van dit model – wat geen model is, maar een vragenlijst – wordt door de zorgverzekeraar dwingend opgelegd aan psychologen en huisartsen om de cliënt te diagnosticeren. Weigert een psycholoog of huisarts de vragenlijst te gebruiken, dan wordt hij gekort met 15 procent van het gedeclareerde bedrag. Het werk van hoogopgeleide professionals gaat daardoor steeds meer lijken op dat van de medewerkers van een koekjesfabriek.

Mijn voorstel: richt een Nationaal Administratiekantoor Gezondheidszorg op voor het innen van premies en het betalen van declaraties. Dat alleen al, levert een gigantische besparing op. Het gaat niet alleen veel bureaucratie schelen, en dus meer behandeltijd opleveren, er kunnen ook veel extra verzorgenden, verpleegkundigen en artsen aangesteld worden als de zorgpremies niet meer gebruikt hoeven te worden om de salarissen te betalen van de duizenden medewerkers die bij de verzekeraars werken.

Natuurlijk zullen de zorgverzekeraars er alles aan doen om een aantasting van hun machtspositie te voorkomen. Maar er is een lichtpuntje: Achmea gaat ongeveer 3000 mensen ontslaan. Hopelijk zitten daar geen mensen bij die zich met zorgverzekeren bezighouden, maar wel lijstjesmakers en verzinners van Mirro-modellen. Verzekeraars blijf bij je leest!

    • Mathieu Weggeman