Verre planetoïde omringd door puin

Niet alleen de grote planeten, maar ook een 250 km grote ijsbal heeft ringen

Tekening van Chariklo met zijn ringen. Tekening Lucie Maquet/Nature

De planetoïde Chariklo, die voorbij de planeet Saturnus om de zon cirkelt, is omgeven door twee ringen van los materiaal. Tot die conclusie komt een internationaal team van astronomen die er getuige van waren hoe het mini-planeetje een zwakke ster bedekte.

Tot nu toe waren ringenstelsels voorbehouden aan de grootste planeten. Het bekendste voorbeeld is Saturnus. Maar ook Jupiter, Uranus en Neptunus zijn door ringen omgeven. De ontdekking dat ook kleine objecten als Chariklo een ringenstelsel kunnen hebben, is dus opmerkelijk.

Chariklo behoort tot de zogeheten centaurs: planetoïden die zich tussen de banen van de planeten Jupiter en Neptunus ophouden. Met een middellijn van 250 kilometer is hij de grootste van deze objecten. Vermoedelijk gaat het om ijsachtige hemellichamen die afkomstig zijn uit de Kuipergordel, een brede strook van objecten buiten de baan van Neptunus, waar ook de dwergplaneet Pluto deel van uitmaakt.

De ringen van Chariklo werden opgemerkt toen de planetoïde vorig jaar vanuit Zuid-Amerika gezien voor een zwakke ster langs schoof. Astronomen gebruiken zulke sterbedekkingen onder meer om de exacte vorm en afmetingen van het bedekkende object te kunnen bepalen. Bij een klein, ver object als Chariklo is dat de enige manier om betrouwbare getallen te krijgen.

Af en toe levert dat een verrassing op. Dan verdwijnt de ster al kort vóór of ná het voorspelde moment van de bedekking eventjes uit beeld. Zo is bij een andere planetoïde, Kalliope, in 2006 een maantje ontdekt. De eerste aanwijzingen voor het bestaan van de ringen van Uranus zijn eveneens tijdens een sterbedekking aan het licht gekomen.

Vijf seconden

In het geval van Chariklo nam de ster vlak voor en vlak na de eigenlijke bedekking, die maar vijf seconden duurde, twee keer kortstondig in helderheid af. Het verschijnsel is gezien vanuit zeven verschillende locaties.

De analyse van de waarnemingen, waarvan de resultaten vandaag in het blad Nature zijn gepubliceerd, heeft een duidelijk beeld van de beide ringen opgeleverd. Ze hebben middellijnen van 780 en 810 kilometer en zijn zeven en drie kilometer breed. Tussen de concentrische ringen zit een negen kilometer brede leegte.

De ringen van de planetoïde zijn scherp begrensd. Dat kan erop wijzen dat er behalve ijs en gruis ook nog één of enkele maantjes rond Chariklo cirkelen die met hun zwaartekracht de ringen ‘in vorm’ houden.

Waar het ringmateriaal vandaan komt, is gissen. Een van de mogelijkheden is dat het ijzige puin is opgeworpen bij een botsing tussen Chariklo en een ander object. Ook kan het materiaal afkomstig zijn van een maantje dat bij een botsing verbrijzeld werd.