Teeven nam de enig juiste beslissing in zaak Van der G.

De beslissing van staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) om in te stemmen met de voorwaardelijke vrijlating van de moordenaar van Fortuyn is staatsrechtelijk helemaal juist. En zou dus ook geen reden moeten zijn om er hier over te beginnen.

Er zijn twee redenen om dat wel te doen. De eerste is dat in de verkiezingscampagne van 2012 de VVD-leider ten onrechte politieke invloed beloofde op de detentie van Volkert van der G. De bewindspersoon die hem proefverlof zou toekennen kon op ontslag rekenen, aldus Mark Rutte, inmiddels premier. Ook in de Kamer was er druk op het kabinet om voorwaardelijke invrijheidstelling politiek te verhinderen. (Nu zegt alleen de PVV dat nog.)

Daarvoor was de staatssecretaris ook gevoelig. Hij weigerde regulier proefverlof en ging in beroep tegen de rechterlijke beslissing om die wel toe te kennen. Dat verloor het kabinet, waarna uitgebreid werd uitgezocht of de volgende stap, voorwaardelijke invrijheidstelling, kon worden geweigerd. Gisteren maakte Teeven bekend dat dit niet het geval was. Van der G. voldeed ook hier aan de wettelijke criteria. Inmiddels ging hij al driemaal met proefverlof.

De executie van zijn straf verloopt dus uiteindelijk gelijk aan die van andere gedetineerden – en zo hoort het ook. De staatssecretaris heeft gedaan wat hij kon (en mocht) doen en trekt nu dus de juiste conclusie. Ook Rutte realiseerde zich op tijd wat de scheiding der machten betekent en bond in. In een rechtsstaat is ook de overheid gebonden aan de wet en wordt gecontroleerd door de rechter.

De tweede reden is de politieke conclusie die de VVD trekt: als dit de uitkomst is ‘dan moeten de regels anders’. Voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) moet voortaan „minder automatisch”, aldus Kamerlid Van der Steur (VVD). Daar valt natuurlijk over te praten. Zij het dat in 2008 de mogelijkheid van wat toen inderdaad ‘vervroegde invrijheidstelling’ heette, lang en breed is veranderd, juist in een sterk conditionele vrijlating. En wel om dezelfde redenen die nu weer wordt aangevoerd: de lengte van de straf moet serieus genomen worden. Maar sinds 2008 mogen gedetineerden alleen nog eerder vrij als dat verantwoord is en zij zich aan afspraken houden. Vanzelfsprekend is het dus niet (meer) en een automatisme ook niet. Het stelsel van voorwaarden werkt ook, zo bleek uit een recente evaluatie. Nu kunnen er natuurlijk altijd extra beperkingen verzonnen worden. Maar het systeem blijft waardevol. Wie het zou willen smoren tast het hele penitentiaire systeem aan. Vroeger naar huis mogen werkt als ventiel en als streefdoel. Het beperkt recidive, houdt relaties intact en kan gedetineerden motiveren. De zaak Van der G. laat zien hoe het werkt. En ook dat het werkt.