Stijging van woonlasten nog nooit zo gering

De gemeentelijke woonlasten stijgen dit jaar met 0,9 procent, het laagste percentage ooit gemeten. Dat blijkt uit de Atlas van Lokale Lasten die het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO), dat verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen, vandaag presenteert.

Voor de derde keer op rij blijft de stijging van de woonlasten – die bestaan uit de onroerendezaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing – onder het landelijk inflatiepercentage. Dat ligt momenteel op 1,5 procent. Gemiddeld betalen huishoudens dit jaar 704 euro aan hun gemeente, 6 euro meer dan vorig jaar.

Volgens COELO valt de stijging mee, doordat de grootste kostenpost, de afvalstoffenheffing, opnieuw daalt. Ten opzichte van 2013 hoeven huishoudens gemiddeld 1,5 procent minder af te dragen. Doordat de gemiddelde stijging van de rioolheffing (1,6 procent) vrijwel gelijk is aan de inflatie, blijven de effecten daarvan beperkt.

De onroerendezaakbelasting, een heffing voor huiseigenaren, is met 2,7 procent gestegen naar een gemiddelde van 256 euro. Dat is hoger dan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met de rijksoverheid had afgesproken. Officieel moet de gemiddelde stijging van alle gemeenten onder de 2,45 procent blijven.

Inwoners van Bunschoten zijn met 514 euro aan woonlasten het goedkoopst uit. Wassenaar is met 1.183 euro de duurste gemeente.