Par - ti - ci - pa - tie - sa - men - le - ving= we doen het lekker zelf

Het kabinet wil dat we allemaal ons steentje bijdragen // Maar gemeenten werken nog niet erg handig mee // Vrijwilligers zijn er genoeg, maar die kiezen hun eigen projectjes

Het openluchtzwembad in je dorp is een begrip. De kiosk, zonneweides, bebossing rondom. Maar nu moet het dicht, omdat de gemeente wegens bezuinigingen de subsidie niet meer kan dragen. Wat heeft het meeste effect: bezwaar maken en hopen op de goede afloop, of met trouwe bezoekers het bad overnemen?

Dat laatste is gebeurd in Emmen, waar een openluchtzwembad nu in handen is van een stichting met zo’n tachtig vrijwilligers. Ze staan aan de kassa, maken schoon en zorgen voor het onderhoud – alleen het badpersoneel is betaald. De gemeente draagt nog 13.000 euro per jaar bij, de meeste inkomsten komen uit kaartverkoop, donaties en sponsoring.

We doen het zelf wel, we staan op eigen benen – dat bezorgt de burger een trots gevoel, zegt Pepijn van Houwelingen. Hij is een van de onderzoekers die voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Burgermacht op eigen kracht? schreven. Het rapport, dat gisteren verscheen, verkent de ontwikkelingen in de burgerparticipatie.

2 op de 5 Nederlanders zijn vrijwilliger

Uit het onderzoek blijkt dat twee op de vijf Nederlanders vrijwilliger zijn, gemiddeld een uurtje per week. Dat is al decennia zo. Zij voldoen meestal aan een of meer van de volgende kenmerken: van middelbare leeftijd, hoger inkomen, hogeropgeleid, autochtoon en kerkganger. De meesten vinden dat hun inbreng nut heeft in de gemeente, maar ze merken niet dat de gemeente participatie van inwoners bevordert.

Dat is opvallend, want het onderzoek is juist gedaan in vijf door het ministerie van Binnenlandse Zaken aangewezen ‘voorhoedegemeenten’. Dat zijn gemeenten die serieus werk maken van participatie: Berkelland, Emmen, Peel en Maas, Schouwen-Duivenland en Zeist. De gemeenten zetten in op zelfredzaamheid van burgers, voor het behoud van voorzieningen bijvoorbeeld en voor het onderhoud van het groen.

„We hebben gemerkt dat de ‘doedemocratie’ heel erg wordt aangemoedigd. Het zelf vrijwillig in de buurt aan de slag gaan neemt toe”, zegt Van Houwelingen. „Maar beleidsparticipatie, dus betrokken zijn bij de lokale overheid en invloed daarop uitoefenen, blijft daar bij achter.”

Dat laatste sluit aan bij de conclusie van De Veranderkracht van Nederland, een onderzoek van organisatieadviesbureau Ten Have Change Management en onderzoeksbureau Motivaction. Zij meldden afgelopen december dat Nederlanders niet warmlopen voor de participatiesamenleving. Het kabinet ziet de burger graag meer zelf doen, maar heeft daar nog niet voldoende draagvlak voor gecreëerd.

Van Houwelingen onderschrijft die conclusie niet, maar proefde bij respondenten wel irritatie over de rol van de lokale overheid. Zo vinden inwoners dat de gemeente niet altijd luistert, vooral bij belangrijke beslissingen. Soms toont ze niet voldoende waardering voor burgerinitiatieven en communiceert te weinig of onduidelijk.

Zo zegt slechts 5 procent van de inwoners van Berkelland de laatste twee jaar benaderd te zijn door gemeente om iets in de buurt te doen. Dat percentage lag in de vier andere gemeenten iets hoger, tot 14 procent in Peel en Maas.

In Duitsland is Partizipation normaal

Dorpsbewoners blijken het actiefst. Hoe kleiner het dorp, hoe meer participerend, zegt Van Houwelingen. „Bezuinigingen en gebrek aan publieke voorzieningen maken dat dorpsbewoners eerder zelf oplossingen zoeken. Autonomie, een gevoel van eigenaarschap van initiatieven en persoonlijk contact met de gemeente zijn belangrijk om burgerparticipatie te stimuleren. Ook lokale media kunnen een rol in de bevordering spelen.”

Andere landen laten volgens de onderzoekers zien dat „hogere niveaus” van participatie mogelijk zijn. Ze maken de vergelijking met Duitsland. Doordat veel Duitse gemeenten ook te maken hebben met bezuinigingen, is de aandacht voor burgerparticipatie er flink toegenomen. Exploitatie van zwembaden en bibliotheken door burgers zelf is in Duitsland al heel gewoon.

Dat kan in Nederland dus ook buiten Emmen, denken de onderzoekers. Ook al zal dat soms best op ingesleten patronen en rigide regels stuiten. Hoe je dat dan aanpakt, heeft het Planbureau niet onderzocht.

    • Anne Vegterlo
    • Michiel Dekker