Oekraïense soldaten zijn klaar voor de strijd – in dumpkleding

Het verwaarloosde leger moet zich behelpen met afdankertjes.

Soldatenlaarzen, zaklampen, slaapzakken, plastic slaapmatjes, uniformen en een radarinstallatie. Aleksandra Chartsjenko (38) laat me op haar mobiele telefoon het lijstje zien dat de soldaten haar per sms hebben gestuurd. De goedgeklede designer heeft zich met haar vriendin Kristina Abramovska opgeworpen als een van de vrouwen die uit Charkov op en neer rijden naar het dorp Malye Prochody bij de Russische grens bij Belgorod.

Hier streek twee weken geleden een driehonderdkoppig Oekraïens bataljon van de pantserinfanterie neer om de grens met Rusland te bewaken. Gewapend met het lijstje gaan we naar een dumpshop in de stad. Uniformen, petten, laarzen, jekkers, jassen, kogelvrije vesten – voor 300 hryvnia (circa 20 euro) kun je hier na legitimatie een Berkoet-insigne kopen, allemaal in licentie gemaakt door een kleine fabriek die zich Armyshop noemt. Bij de deur hangt een zelfgemaakt affiche: ‘Wie niet werkt, staat op de Maidan’.

Onverstoorbaar pingelt Aleksandra zo’n 5 procent van de prijs af („Het is voor onze jongens aan het front!”) en moppert dat ze gisteren op de markt veel meer korting kreeg. „De mensen reageren heel positief op onze actie”, zegt ze aanmoedigend. De manager van de winkel, een kleine Oekraïner die zijn naam niet kwijt wil, moet niets van de Russen hebben. Of het niet vreemd is dat Oekraïense soldaten zich zelf in een dumpshop in de legerkleren moeten steken?

„Het Oekraïense leger wordt al 20 jaar verwaarloosd. Als ze al iets aan uitrusting krijgen van het ministerie van Defensie verpatsen ze het op de markt om hier goedkoper in te kopen.” De jongen is ervan overtuigd dat hier aan de grens geen schot gelost zal worden. „Oekraïne heeft geen schijn van kans tegen de Russen. Het leger zal zich direct overgeven, net als op de Krim.” Hij zegt het nijdig. Hij wil niet in Rusland wonen.

Het leger, weten we sinds de Russische inval op de Krim, verkeert in staat van ontbinding. Terwijl de militairen vóór de annexatie zonder een schot te lossen manmoedig standhielden, valt sinds een week de ene basis na de andere in Russische handen. En ook de vloot is bijna helemaal gestolen. Voor hoeveel miljarden aan militair materieel de Russen hebben buitgemaakt is niet bekend. De Oekraïense soldaten voelden zich totaal in de steek gelaten door de regering in Kiev, die niets beters wist te bedenken dan hen op te dragen stand te houden.

Helft overgelopen

Zo gedemoraliseerd waren ze ten slotte, dat inmiddels volgens het ministerie van Defensie in Kiev 50 procent van de soldaten is overgelopen naar het Russische leger. Al zal daarbij een rol spelen dat de meeste soldaten huis, haard en baan op de Krim niet in de steek willen laten, het is voor iemand met militair eergevoel ongetwijfeld een pijnlijke afloop van een schaamteloze overval.

Twintig kilometer buiten Charkov lopen we vast in de modder bij een stenen gebouwtje waarnaast een tank op een oplegger staat. Links achter een heuveltje gaat een militair voertuig schuil, getooid met een Oekraïense vlag. Om de hoek staan de legertenten waar de soldaten slapen.

Achter de horizon bij Belgorod liggen de Russische troepen, sinds kort de vijand. De blozende Andry Semjonovitsj, afkomstig uit Tsjoegoejev in de provincie Charkov, is plaatsvervangend brigadecommandant. „Het komt wel vaker voor”, zegt hij ontwijkend, „dat wij ongeplande oefeningen doen aan de grens.” Dat de Russen een enorme overmacht hebben, interesseert hem niet. „Wij bevinden ons op eigen grondgebied.” Op de vraag of hij verwacht dat het oorlog wordt, zegt hij: „Een maand geleden zou ik om zo’n vraag gelachen hebben. Nu weet ik het zo net nog niet. Maar wij zijn paraat.”

Steun

Semjonovitsj is aangenaam verrast over de hulp van de locale bevolking. Hij had het hier in het op Rusland gerichte Oost-Oekraïne niet verwacht, maar de steun is overweldigend en meer dan welkom. „De mensen zeggen hier: onze verdedigers zijn gekomen. Laten we het er maar op houden dat ons leger de laatste jaren is ondergefinancierd.”

Oekraïne is de afgelopen jaren vergeten dat een zelfstandige staat een sterk leger nodig heeft. „Ik heb zelf mijn militaire opleiding in Rusland gehad. Ik had niet kunnen denken dat we ooit problemen met Rusland zouden krijgen.”

Dat Rusland zich niet heeft gehouden aan de garanties van 1994, toen Oekraïne zijn kernwapenarsenaal (uit de Sovjettijd) afschafte in ruil voor protectie, noemt Semjonovitsj ‘verraad’. „Zo ga je niet om met een broedervolk. Wij zijn boos op de Russen. Alle contacten zijn verbroken.” Dorpelingen komen coca cola brengen, een baboesjka komt met spek. Het wordt dankbaar in ontvangst genomen.

    • Laura Starink