Hoe Fred Teeven toewerkte naar acceptatie van vrijlating Van der G.

Het parlement staat achter het besluit. Alleen de PVV is tegen.

Waar politiek en rechtszaken elkaar kruisen, ontstaat al snel een ongemakkelijk gevoel. Want ís het wel aan Kamerleden of bewindspersonen om zich uit te spreken over de strafmaat of de uitvoering van straffen van individuele gevallen? De rechter heeft toch gesproken, dus wat hebben politici daar dan nog over te zeggen?

In het geval van Volkert van der G. schuurde afgelopen maanden die scheiding der machten nog eens extra. Hij vermoordde in 2002 een politicus. En toen het moment van zijn vrijlating steeds dichterbij kwam, spraken politici zich uit over (de hoogte van) zijn straf.

Van der G. zou, als het aan staatssecretaris Fred Teeven en premier Mark Rutte (beiden VVD) lag, geen verlof krijgen. Rutte deed in de zomer van 2012 zelfs een verkiezingsbelofte. Wat hem betreft zou het „ondenkbaar” zijn dat de moordenaar van Pim Fortuyn algemeen verlof zou krijgen. Het zou einde verhaal zijn voor de bewindspersoon die daartoe besluit, zei Rutte erbij.

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) heeft vorig jaar gedaan wat hij kon om dat verlof tegen te houden, maar dat is hem niet gelukt. De beroepscommissie van de Raad van Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming oordeelde dat Van der G., net als iedere andere gedetineerde, de gelegenheid moest hebben te wennen aan de wereld buiten de gevangenis.

En dus is Van der G. dit jaar drie keer met verlof geweest. Hij „heeft zich aan alle aanwijzingen en afspraken gehouden”, schreef de staatssecretaris gisteren in een brief aan de Tweede Kamer. Zijn politieke wil om iemand die zo’n heftig misdrijf heeft gepleegd in de cel te houden, won het niet van de regels van de rechtsstaat. En zo beriep ook Rutte zich in december vorig jaar op de scheiding der machten, toen hij moest uitleggen waarom hij zijn staatssecretaris niet ontsloeg.

Naast de liberalen wilden in december ook het CDA en de PVV het liefst dat Van der G. binnen zou blijven, vanwege de geschokte rechtsorde en de maatschappelijke onrust die zou ontstaan als Van der G. wel met verlof zou gaan. ‘Op links’ was het rustiger. Wie normaal gesproken voor reïntegratie van veroordeelden in de samenleving is, kon daar nu moeilijk tégen pleiten, hoe uniek het delict ook is. En de vraag speelde ook toen: moet de Tweede Kamer hier wel over spreken? De SGP vatte het mooi samen: „Aan de ene kant hebben we de regels van de rechtsstaat ten volle te respecteren, de eigen rol van de politiek, van het bestuur en van de rechter. Maar aan de andere kant hebben we als volksvertegenwoordigers recht te doen aan maatschappelijke onrust en geschoktheid.”

Nadat vast kwam te staan dat Van der G. dus ‘gewoon’ op verlof zou gaan, restte de rechtse partijen nog één mogelijkheid om Van der G. langer zijn vrijheid te ontzeggen. Het Openbaar Ministerie zou naar de rechter moeten om daar uitstel of afstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling te bepleiten. En anders moest Teeven het OM vrágen om dat te doen. Maar na het grondige onderzoek van het Openbaar Ministerie gaat Teeven die weg niet op, bleek gisteren.

Het OM heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding voor uitstel van de invrijheidstelling bestaat. Het risico dat Van der G. in herhaling valt, is laag. Hij heeft geen psychische stoornis. En volgens de wet komt nu eenmaal iedere veroordeelde in principe in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Teeven „is verantwoordelijk voor de juiste toepassing van de wet”, concludeert hij zelf in zijn brief. Verder ging het OM volgens hem „weloverwogen en zorgvuldig te werk” – oftewel, een verzoek om uitstel van vrijlating zou bij de rechter geen kans maken.

Zo kwam het dat gisteren alleen nog de PVV protest aantekende. Die partij blijft volhouden dat Van der G. niet eerder zou mogen vrijkomen. De andere partijen zien in dat de wettelijke mogelijkheden zijn uitgeput – Teevens partijgenoot Ard van der Steur stelde vast dat de staatssecretaris „alles heeft gedaan wat wettelijk mogelijk is” om Van der G. binnen te houden. En CDA’er Peter Oskam zei dat het weliswaar „moeilijk valt uit te leggen”, maar dat de staatssecretaris volgens hem „geen andere beslissing kon nemen”.

Achteraf bezien valt inderdaad overeind te houden dat de staatssecretaris er alles aan deed om de terugkeer van Van der G. zo lang mogelijk tegen te houden. Maar net zo goed valt te concluderen dat Teeven langzaam maar zeker heeft toe gewerkt naar maatschappelijke acceptatie van de terugkeer van Van der G. in de samenleving: wie zijn straf volgens de regels heeft uitgezeten, keert terug in de maatschappij.