Het ging zo goed met Maleisië. Tot het vliegtuig verdween

De verdwenen Boeing was wereldnieuws en dat vindt Maleisië niet leuk De ramp is desastreus voor het imago van het land

Het lukte Hishamuddin Hussein drie kwartier om deemoedig te zijn. De Maleisische minister van Transport en Defensie had gisteren al een paar keer gezegd hoeveel pijn het deed om te beseffen dat de 239 inzittenden aan boord van vlucht MH370 dood zijn.

Hishamuddin, een lange man met een hoekige kaaklijn en een dun snorretje, had ook al een paar keer beloofd hemel en aarde te bewegen om de wrakstukken van de Boeing 777-200ER te bergen. Maar toen een groep Chinese journalisten hem op venijnige toon bleef ondervragen, hield hij het niet meer.

Op het Chinese verwijt dat Maleisië te laat begon met zoeken in de Indische Oceaan, beet Hishamuddin van zich af. „Mag ik u eraan herinneren dat wij in de eerste week de informatie ontvingen van de Chinezen dat zij op satellietbeelden brokstukken in de Zuid-Chinese Zee hadden gezien? Die informatie namen wij serieus en als gevolg besloten wij langer op die locatie te zoeken. Dat bleek later allemaal niet te kloppen.”

Ook al zijn er 154 Chinezen omgekomen, een Maleisische prins als Hishamuddin laat zich in eigen huis niet koeioneren door een stel onverstaanbaar Engels sprekende journalisten. De minister is immers een Datuk Seri: een titel van verdienste, voorbehouden aan de elite van Maleisische bestuurders. Als neef en vertrouweling van premier Najib Razak wordt hij genoemd als toekomstig premier. De Maleisische bestuurders moeten ook wennen aan internationaal gezichtsverlies en reputatieschade – voor hen nieuwe fenomenen.

Een economisch wonder

Door strakke controle is Maleisië in de afgelopen twintig jaar een economisch wonder geweest. Volgens de Wereldbank behoort het tot een select groepje landen dat gedurende 25 jaar jaarlijks gemiddeld 7 procent of meer groeide. Dat succes is precies wat oud-premier Mahathir Mohammed, de grote leider van het land, voor ogen had toen hij in 1991 stelde dat Maleisië in 2020 officieel ontwikkelingsland af moest zijn.

Vlieg over Maleisië en zie de sagopalmen in kaarsrechte formatie, de brede snelwegen en de lange gasleidingen en het wordt duidelijk dat het ontwikkelingsmodel aanslaat. Maleisië geniet in Zuidoost-Azië een reputatie van goed georganiseerd land. Juist daarom is de crash van MH370 en de rommelige zoektocht een blamage. Het doet afbreuk aan het imago van orde dat het land graag hooghoudt.

De keerzijde: weinig vrijheid

De orde en welvaart in Maleisië hebben een donkere keerzijde. Media zijn niet vrij. De New Straits Times meldt vandaag de demonstratie van Chinese nabestaanden in Beijing beknopt op pagina dertien. Ook worden oppositiepartijen tegengewerkt. Oppositieleider Anwar Ibrahim werd deze maand opnieuw veroordeeld tot vijf jaar cel wegens sodomie.

Vorige week brachten Maleisische kranten het gerucht in de wereld dat de gezagvoerder van MH370 idolaat zou zijn van Anwar. Diens veroordeling zou reden geweest zijn om het vliegtuig neer te laten storten. Er is geen enkel bewijs voor. Maar mogelijke betrokkenheid van Anwar, in de ogen van de regering het zwarte schaap van de natie, werd breed uitgemeten.

Rouwen is voor Maleisiërs nu een nationale bezigheid. In het parlement riep premier Najib Razak gisteren op eenheid uit te stralen. De oproep kan ook gezien worden als manier om moeilijke onderwerpen te mijden.

Er wordt in het openbaar nog niet gevraagd of de verliezen bij Malaysia Airlines een rol hebben gespeeld. Er wordt niet gekeken of de Maleisische onderzoeksdienst sneller had kunnen weten waar MH370 zich bevond. Er wordt niet gekeken naar de rol van Maleisische regenten. Zo lang Maleisië rouwt, klinkt er geen kritiek.

    • Melle Garschagen