Column

Hermans op Catawiki

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

Een vriend waarschuwde me: op Catawiki, het online-veilinghuis voor verzamelaars, was het de laatste dag om een bod uit te brengen op een van de 65 stukken van een Willem Frederik Hermans-veiling. Ik ging meteen op zoek naar de site die naar een tropisch eilandje klinkt. Het was meer uit nieuwsgierigheid naar Hermans dan uit verzamelwoede.

Eerste drukken, gesigneerde exemplaren – ik ben er zelden naar op jacht geweest, zelfs als het mijn favoriete schrijvers betrof. Aanvankelijk zat ik het veilingaanbod dan ook onthecht te bekijken. Een exemplaar van Nooit meer slapen met „de zeldzaam linnen uitvoering zonder de beruchte zet- en drukfout ‘haudt’ in plaats van ‘houdt’”. De veilingmeester schatte het 900 tot 1.500 euro waard (het werd uiteindelijk 470 euro).

Ik liep de lijst van eerste drukken en bijzondere documenten door, en merkte dat ik gevaarlijk lang bleef hangen bij een door Hermans getypte brief van 24 januari 1982 aan de heer Paul Slomp, Stadhouderskade 104 in Amsterdam. De man had Hermans kennelijk met reden gewezen op fouten in De tranen der acacia’s uit 1946, want de schrijver reageerde voor zijn doen nogal ootmoedig: „Van De tranen der acacia’s zijn de 1e, 2e en 3e drukken door mij gecorrigeerd – zeer onvoldoende, zoals ik een aantal jaren later heb ingezien.”

Hij legde uit dat zijn uitgever Van Oorschot later „te gierig” was geweest om correcties aan te brengen „tot en met de elfde druk”. Daarna was er wel gecorrigeerd, tot in de 17de druk, maar Hermans moest toegeven: „Uit het lijstje dat u mij stuurde en waarvoor ik u zeer dankbaar ben, zie ik dat er nog altijd heel wat te verbeteren valt. De meeste auteurs zijn nu eenmaal geen goede correctors en zullen zulke dingen als ‘ogeblik’ wat kennelijk ‘ogenblik’ moet zijn, gemakkelijk over het hoofd zien.”

Interessante brief. Er was al een bod van 110 euro uitgebracht. (Het werd ten slotte 240 euro.) Ik ging nog maar even verder, maar het was duidelijk dat er een zekere begeerte was opgewekt.

Ik arriveerde bij een bedankkaart van Age Bijkaart (pseudoniem van Hermans als columnist) uit 1978 aan Jan Cremer met de tekst: „De Jan Cremerkrant 3 ontvangen. Veel dank.” Daaronder de zwierige handtekening van A. Bijkaart. Het stuk was afkomstig uit de geveilde collectie van Jan Cremer met een door Cremer gesigneerd certificaat van echtheid. Zomaar een handtekening erbij! Er was al een bod van 35 euro. Ik voelde een lichte, maar onmiskenbare koopkoorts opkomen. Bijzondere kaart! Een Bijkaart nog wel! Ik kon allicht…Ik had al op de biedtoets geklikt.

Ik werd vrijwel meteen overboden, maar ging moedig door. „Ik kan voor een euro of 50 een kaart van Hermans kopen”, riep ik naar mijn vrouw. „Zou je er vaak naar kijken?” vroeg ze. „Ik kan hem in een lijstje doen en ophangen”, zei ik. „En hoe vaak zal je er dán naar kijken?” vroeg ze.

Vernietigende vragen voor iemand die zich nog halverwege tussen aarzeling en euforie beweegt. Juist dan heb je iemand nodig die schreeuwt: „Dóen! Zo’n kans krijg je maar één keer!” Maar in plaats daarvan vroeg ze: „Waar wou je ’m trouwens hangen?”

Ik haakte gedesillusioneerd af. ’s Avonds zwom ik nog even stiekem naar Catawiki om te zien hoeveel de kaart had opgebracht: 80 euro. Ik geef toe: het is veel voor zes woorden, een cijfer en een krabbel, maar ze waren wél van Willem Frederik Hermans.

Frits Abrahams