Competitie erbij in interlandvoetbal: Nations League

Alle 54 Europese voetballanden hebben vanochtend ingestemd met de komst van de Nations League, een nieuwe opzet voor interlandvoetbal vanaf 2018. Dat gebeurde tijdens een UEFA-congres in de Kazachstaanse hoofdstad Astana, waar de Europese voetbalbond het voorstel presenteerde.

In plaats van oefeninterlands zullen landen vanaf 2018 vooral wedstrijden spelen in het kader van de Nations League. In deze nieuwe competitie worden alle leden van de Europese voetbalbond ingedeeld in vier divisies, afhankelijk van hun sterkte. Nederland en Spanje zullen bijvoorbeeld in de hoogste divisie uitkomen, terwijl marginale voetballanden als San Marino en Andorra in de laagste divisie worden ingedeeld.

De vier divisies bestaan weer uit vier poules van drie of vier teams, die in het najaar van 2018 in een onderlinge competitie uitkomen, met uit- en thuisduels. De winnaars van de poules strijden vervolgens in juni om de eindzege binnen hun divisie. Dit gebeurt op neutraal terrein.

Het format heeft als doel om interlandvoetbal aantrekkelijker te maken. Landen kunnen bijvoorbeeld degraderen uit een divisie en daarnaast zijn er in totaal vier tickets te bemachtigen voor het EK van 2020.

Dat laatste heeft gevolgen voor de kwalificatieprocedure voor dat EK, maar de UEFA moet nog bepalen hoe de nieuwe opzet er precies uit gaat zien. Wel is zeker dat alle 54 lidstaten gewoon deelnemen aan de EK-kwalificatie, die in het voorjaar van 2019 begint.

UEFA-voorzitter Michel Platini noemt de komst van de Nations League een belangrijk besluit voor de toekomst van het internationale voetbal. Volgens hem komen vrijblijvende oefenduels het sportieve aspect van de sport niet ten goede. „Niemand interesseert zich voor vriendschappelijke wedstrijden. Vooral het publiek niet, maar journalisten en spelers evenmin”, zei Platini in Astana.

De UEFA stelt dat clubs de komst van de Nations League zouden moeten toejuichen omdat landen minder vaak naar een ander continent hoeven af te reizen voor een oefenduel.

De KNVB stemde in met het initiatief, maar plaatste tegenover de NOS wel kanttekeningen. „We willen er zeker van zijn dat er niet méér wedstrijden komen voor Oranje. De spelers zitten nu aan hun max”, aldus directeur Bert van Oostveen.