Coming-out Rutte als kunstminnaar

Er doet een leuke fotocartoon de ronde op Facebook: president Obama staat in de eregalerij van het Rijksmuseum en kijkt bewonderend naar een werk van Rembrandt. „Wat een fantastisch schilderij, Mr. Rutte”, klinkt er uit het tekstwolkje boven zijn hoofd. „De Nederlanders hebben echt een enorme bijdrage geleverd aan de kunst wereldwijd. Ik kan me voorstellen dat u de kunsten excessief subsidieert om ervoor te zorgen dat dat in de toekomst ook zo blijft.” Waarop Rutte alleen maar „Uh...” kan stamelen.

Het is natuurlijk wat kort door de bocht. Maar het is wel opvallend hoe de Nederlandse kunst, tot voor kort een ‘linkse hobby’, een hoofdrol heeft mogen vervullen tijdens de nucleaire top. Van de stoelen van Atelier Van Lieshout waarop de wereldleiders zaten en de foto’s van Elspeth Diederix en Erwin Olaf die de wanden van het World Forum sierden, tot de mediagenieke beelden van Obama voor de Nachtwacht en de Victory Boogie Woogie – Hollandse meesters en Hollands design werden in de etalage gezet als ons belangrijkste exportproduct. Hoe valt dat te rijmen met de fikse bezuinigingen die de cultuursector dankzij de kabinetten van Rutte om de oren kreeg?

Het deed me denken aan het toneelstuk Een eerlijk mens van Nathan Vecht, vorig jaar de opening van het Theaterfestival. Daarin ontpopte Mark Rutte, een geestige rol van Guy Clemens, zich als een stiekeme kunstliefhebber, iemand die houdt van de virtuoze klanken van Rachmaninov en het fonkelend blauw van Yves Klein. ’s Avonds dwaalt hij na sluitingstijd door de zalen van het Mauritshuis – „zevenentwintig verrukkelijke passen vanaf de voordeur van het Torentje”. Toch houdt Rutte zijn kunstliefde goed verborgen. Omdat dat hem kiezers kost, zegt hij: „Op de foto met het Concertgebouworkest. Twee zetels eraf. Een bezoek aan een toneelvoorstelling, drie zetels eraf. Alles met beeldende kunst, vijf zetels.”

Deze week zagen we Rutte, de echte, tweemaal in een museum, het Rijks en het Gemeentemuseum. Erg op zijn gemak leek hij zich er nog niet te voelen. Maar zou zijn coming-out als kunstminnaar nu toch echt hebben plaatsgevonden? En is er dan ook hoop voor de kunstsector?

    • Sandra Smallenburg