30 jaar oud nieuw album Johnny Cash valt tegen

De legendarische status van Johnny Cash (1932-2003) is ruim tien jaar na zijn dood nog altijd goed voor opwinding wanneer er iets ‘nieuws’ uit de archieven opduikt. Tussen zijn pionierswerk als rebels countryzanger in de tweede helft van de jaren vijftig en de prachtige, kale American Recordings uit zijn nadagen stopte hij nooit met muziek maken, maar niet alles was even goed. Gebrek aan succes van de voorspelbare albums die hij aan de lopende band fabriceerde, bracht platenmaatschappij Columbia ertoe het contract met Cash op te zeggen.

Dertig jaar later komt datzelfde Sony/Columbia met Out Among The Stars, twaalf vergeten opnamen uit 1981 en 1984 die indertijd niet commercieel genoeg werden bevonden om uit te brengen. Zoon John Carter Cash heeft zich intensief met de samenstelling bemoeid en de hoes in stemmig zwart-wit lijkt er specifiek op gericht het album een plek te geven tussen de American-platen.

In werkelijkheid is de door producer Billy Sherill geproduceerde muziek veel gladder dan de donkere, intense Cash die Rick Rubin tien jaar later vastlegde. Nummers als het kwezelachtige Tennessee en het duet Baby ride easy met echtgenote June Carter passen in de gepolijste countrypolitan-stijl van hun tijd, terwijl de samenzang met Waylon Jennings in I’m moving on bijna verveeld klinkt vergeleken bij de muziek die ze eerder maakten als outlaws in de countrywereld. Nog gezapiger is het sentimentele She used to love me a lot en de krampachtige manier waarop Cash richting comedy gestuurd wordt in het flauwe If I told you who she was.

Het ontbrak zijn producer in die artistiek magere jaren aan visie om het beste uit de zanger naar boven te halen; iets waar Rick Rubin later glansrijk in slaagde toen hij Cash minder voor de hand liggende nummers als Hurt van Nine Inch Nails en Personal Jesus van Depeche Mode liet zingen.

Out Among The Stars is in dat licht een schrijnend document van gemiste kansen. Voor Cash was het een episode om snel te vergeten; pas later kreeg hij de waardering die hij verdiende.

    • Jan Vollaard